Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:15816
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,979 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL23.21462, NL23.21465 en NL23.21812
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 oktober 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v nummer]
[eiseres 1]
, eiseres 1
V-nummer: [v nummer]
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige kinderen]
V-nummer: [v nummer]
[minderjarige kinderen]
V-nummer: [v nummer]
[eiseres 2]
, eiseres 2
V-nummer: [v nummer]
hierna te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.C. Theodoulou-Ossenbruggen).
Zitting hebben:
Mr. S. van Lokven, rechter
mr. A. Kloos, griffier.
Procesverloop
Bij besluiten van 25 juli 2023 en 27 juli 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat verweerder België hiervoor verantwoordelijk acht
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (NL23.21463, NL23.21466 en NL23.21813).
Verweerder heeft op 19 oktober 2023 een brief die verweerder op 6 oktober 2023 heeft opgesteld ten behoeve van zaken die de Afdeling op 17 oktober 2023 heeft behandeld, toegevoegd aan het dossier. Deze zaken zien op de vraag of verweerder ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. De brief van verweerder is voorzien van een aantal bijlagen, waaronder de op 28 september 2023 door verweerder ontvangen antwoorden van de Belgische autoriteiten op de vragen die deze rechtbank en zittingsplaats in een tussenuitspraak van 19 juli 2023 heeft geformuleerd (ECLI:NL:RBDHA:2023:10571).
De rechtbank heeft de beroepen, samen met de verzoeken, op 20 oktober 2023 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich door zijn gemachtigde laten vertegenwoordigen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende overwegingen.
2. Eisers hebben op 21 mei 2023 in Nederland aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Tussen Nederland en België zijn op 13 juni 2023 voor eisers en hun kinderen en voor eiseres 2 op 12 juni 2023 claimakkoorden tot stand gekomen omdat (alle) eisers voor hun komst naar Nederland asielaanvragen in België hebben ingediend. De Belgische autoriteiten hebben deze asielaanvragen niet inhoudelijk behandeld.
3. Verweerder wil eisers op grond van deze claimakkoorden overdragen aan België en heeft in de overdrachtsbesluiten gemotiveerd waarom hij zich hiertoe bevoegd acht.
4. Eisers verzoeken de rechtbank om de overdracht te verbieden en stellen zich op het standpunt dat ten aanzien van België niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eisers hebben onder meer gewezen op de diverse berichten over het tekort aan opvangplaatsen in België. Eisers stellen zich tevens op het standpunt dat verweerder gebruik moet maken van zijn bevoegdheid om de asielaanvragen onverplicht inhoudelijk te behandelen.
5. De rechtbank overweegt dat eisers, gelet op de omstandigheid dat zij een gezin vormen met twee jonge kinderen en met de moeder van eiser, door de Belgische autoriteiten met voorrang zullen worden opgevangen. Zij krijgen na de registratie van hun verzoek om internationale bescherming onmiddellijk een opvangplaats toegewezen.
Dit blijkt uit de brieven van de Belgische autoriteiten van 9 maart 2023 en 28 maart 2023. Uit diezelfde brieven blijkt dat het tekort aan opvangplaatsen geen gevolgen heeft voor kwetsbare vreemdelingen en gezinnen en dat zij met voorrang in aanmerking worden gebracht voor alle materiële opvangvoorzieningen waarop zij recht hebben. Deze informatie wordt bevestigd door de informatie die verweerder als bijlagen bij zijn brief van 6 oktober 2023 aan de Afdeling heeft gevoegd. De overgelegde informatie over een tekort aan opvangplaatsen is problematisch voor alleenstaande niet-kwetsbare mannen en daarom is bij de beoordeling van overdrachtsbesluiten van deze categorie Dublinclaimanten, de vraag aan de orde of verweerder ten aanzien van België onverkort kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eisers lopen gelet op de overgelegde en anderszins beschikbare informatie geen reëel en voorzienbaar risico om na overdracht in een met artikel 4 Handvest-strijdige situatie te geraken. Zij zullen in aanmerking worden gebracht voor opvang in reguliere opvangcentra. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om, zoals door eisers verzocht, verweerder op te dragen bij de Belgische autoriteiten om individuele garanties te vragen dat eisers na overdracht zullen worden opgevangen. De Belgische autoriteiten hebben overigens in antwoord op de vragen die deze zittingsplaats in bovengenoemde tussenuitspraak heeft geformuleerd, uitdrukkelijk aangegeven dergelijke garanties niet te zullen verstrekken. Eisers hebben zich niet op het standpunt gesteld dat de materiële opvangvoorzieningen om andere redenen niet voldoen of dat de asielprocedure systeemfouten kent en dit is de rechtbank ook ambtshalve niet bekend. Verweerder mag in het geval van eisers ten aanzien van België uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en is niet verplicht om de asielaanvragen van eisers inhoudelijk te behandelen.
6. Voor zover eisers ook bedoeld hebben om zich op het standpunt te stellen dat verweerder gebruik moet maken van zijn bevoegdheid om de asielaanvragen onverplicht te behandelen omdat sprake is van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigt, overweegt de rechtbank dat eisers in de gronden van beroep niet hebben benoemd op welke omstandigheden zij duiden. Verweerder is in de besluiten ingegaan op de relazen die eisers in hun aanmeldgehoren naar voren hebben gebracht en op de argumenten die in de zienswijzen zijn aangedragen. In beroep is niet geconcretiseerd waarom de motivering die verweerder in zijn besluiten heeft gegeven om geen aanleiding te zien om eisers tot de nationale procedure toe te laten, niet volstaat of niet deugdelijk is.
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank zal de overdracht van eisers aan België dan ook niet verbieden, waardoor verweerder de overdrachtsbesluiten mag effectueren.
8. Omdat de beroepen ongegrond zijn, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
De rechtbank heeft melding gemaakt van de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen en de termijnen die hiervoor gelden
Deze uitspraak is aldus uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2023 door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Kloos, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop dit proces-verbaal bekend is gemaakt. U ziet deze datum hierboven.