Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-06
ECLI:NL:RBDHA:2023:15388
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,231 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.19514
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovács).
Procesverloop
Bij besluit van 4 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Iraakse nationaliteit.
2. Op 12 januari 2009 heeft eiser asiel aangevraagd in Nederland. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij door mensen die een aanslag wilden plegen werd gedwongen om mee te werken toen hij werkzaam was als receptionist van het Palestine Meridien Hotel in Bagdad. Bij besluit van 30 september 2009 heeft verweerder deze asielaanvraag afgewezen. Dit staat in rechte vast.
3. Op 30 oktober 2013 heeft eiser een tweede asielaanvraag ingediend. Hierbij heeft hij zich opnieuw beroepen op het eerder ongeloofwaardig geachte relaas. Daarnaast heeft hij aan deze aanvraag ten grondslag gelegd dat zijn familie in Irak sinds zijn vertrek wordt lastiggevallen en dat hij slachtoffer vreest te worden van eerwraak vanwege de ex-echtgenoot van zijn vrouw. Bij besluit van 17 oktober 2016 heeft verweerder deze asielaanvraag afgewezen. Dit staat in rechte vast.
4. In deze zaak gaat het om eisers asielaanvraag van 8 maart 2022. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij een vriend genaamd Ali geld heeft gegeven om demonstranten te helpen en dat hij daarom te vrezen heeft voor de Iraakse autoriteiten. Ook heeft eiser aan deze asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij een foto van zijn nicht op Facebook heeft gezet met een grappig bedoelde tekst die in verkeerde aarde is gevallen en dat hij daardoor met de dood is bedreigd door de echtgenoot, vader en broer van deze nicht. Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft hij twee documenten overgelegd, afkomstig van de rechtbank in Bagdad. Het Bureau Documenten van verweerder heeft in de verklaring van onderzoek van 21 maart 2022 meegedeeld dat beide documenten waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven.
5. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 (een opvolgende asielaanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard). Verweerder heeft de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Verweerder heeft echter niet geloofwaardig geacht dat eiser wordt gezocht vanwege de donatie en evenmin dat hij wordt bedreigd.
6. Eiser voert hiertegen aan dat zijn asielmotieven wel geloofwaardig zijn en dat de overgelegde documenten deze motieven ondersteunen. Volgens eiser is het bestreden besluit dan ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
7. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten is een deskundigenbericht waarvan verweerder in beginsel mag uitgaan. Eiser onderbouwt in beroep niet waarom dat in dit geval anders zou moeten zijn. Ook onderbouwt eiser niet waarom de door verweerder gemaakte beoordeling van zijn verklaringen geen stand zou kunnen houden.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.