Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-13
ECLI:NL:RBDHA:2023:14096
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,043 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.19668
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.L. van Leer),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: S.J.R.R. Brocks).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 29 juni 2023. In dit besluit heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser van 10 september 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond, beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning en aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen en inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Y.E. Ramdani als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de vraag of de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond heeft mogen verklaren en of de staatssecretaris heeft mogen afzien van het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning op grond van het amv1 buitenschuldbeleid. De rechtbank maakt deze beoordeling aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Over de verblijfsvergunning asiel
Het asielrelaas
4. Eiser is geboren in Marokko op [geboortedatum] 2004. Zijn moeder is Marokkaanse en zijn vader is Palestijn. Toen eiser ongeveer één jaar oud was, is hij in Gaza ondergebracht bij
1. Alleenstaande minderjarige vreemdeling.
familie van zijn vader, terwijl zijn ouders (en later: zijn minderjarige broertjes) in de VAE woonden. Na het overlijden van zijn vader heeft eiser problemen ondervonden in Gaza. In verband met deze problemen heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Eiser stelt dat hij staatloos Palestijn is. Ten tijde van zijn asielaanvraag was hij minderjarig.
Het standpunt van de staatssecretaris over het asielrelaas
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris één relevant element: de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser. De staatssecretaris acht de identiteit en herkomst geloofwaardig. Verder stelt de staatssecretaris dat eiser de Marokkaanse nationaliteit bezit, omdat zijn moeder Marokkaanse is. Marokko is in het algemeen en in het specifieke geval van eiser een veilig land van herkomst. Eiser voldoet niet aan de vereisten om te worden geregistreerd als staatloze Palestijn. De gestelde problemen in Gaza vormen geen relevant element. De asielaanvraag van eiser is dan ook kennelijk ongegrond.
De beroepsgronden van eiser en het oordeel van de rechtbank daarover
6. Eiser voert aan dat hij niet de Marokkaanse nationaliteit heeft. Zijn moeder heeft weliswaar de Marokkaanse nationaliteit, maar eiser heeft deze zelf nooit verkregen. Hij is nooit geregistreerd bij de Marokkaanse autoriteiten en zal door hen niet erkend worden.
7. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. De staatssecretaris heeft terecht het standpunt ingenomen dat eiser de Marokkaanse nationaliteit heeft verkregen door afstamming van één Marokkaanse ouder. Dit volgt namelijk uit artikel 6 van de Wet op de Marokkaanse nationaliteit.2 Dat eiser nooit geregistreerd is in Marokko laat onverlet dat hij de Marokkaanse nationaliteit van rechtswege hééft. Of eiser feitelijk door de Marokkaanse autoriteiten erkend zal worden als Marokkaans onderdaan, is een vraag die pas relevant wordt als zijn vertrek naar Marokko aan de orde is.
8. Eiser voert vervolgens aan dat hij geen enkele binding met Marokko heeft. Voor zover hij al de Marokkaanse nationaliteit heeft, is deze enkele omstandigheid onvoldoende om te spreken van een zodanige binding met Marokko dat het redelijk zou zijn voor hem om naar dat land te gaan. Eiser verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 24 mei 20233.
9. De rechtbank is van oordeel dat ook deze beroepsgrond niet slaagt. In de uitspraak van 24 mei 2023 ging het om de tegenwerping van Marokko als veilig derde land. Binnen dat toetsingskader dient de vraag te worden beantwoord of een vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land, dat het redelijk zou zijn om naar dat land te gaan. De tegenwerping dat er een veilig derde land van herkomst is, doet zich in het geval van eiser niet voor. De staatssecretaris heeft het standpunt ingenomen dat Marokko in het algemeen en in het specifieke geval van eiser een veilig land van herkomst is. In dat kader is er geen ruimte voor een beoordeling van de binding en de redelijkheid. Dat eiser de Marokkaanse nationaliteit heeft, maakt in feite al dat er voldoende binding is.
10. Eiser voert verder aan dat hij voldoet aan de voorwaarden om te worden geregistreerd als staatloze Palestijn. Hij heeft hiervoor alle vereiste documenten ingediend. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte nagelaten om te beoordelen of hij valt onder de reikwijdte van
2 Code de la nationalité marocaine, version consolidée en date du 26 octobre 2011.
3 ECLI:NL:RBDHA:2023:7408.
artikel 1 (D) van het Vluchtelingenverdrag.
11. De rechtbank is van oordeel dat het feit dat eiser de Marokkaanse nationaliteit heeft, per definitie betekent dat hij niet staatloos is. Hieraan doet niet af dat hij door UNRWA is geregistreerd als staatloze Palestijn. Een beoordeling aan artikel 1 (D) van het Vluchtelingenverdrag is dan ook niet aan de orde. De rechtbank laat de beroepsgronden van eiser in dit verband verder onbesproken.
12. Eiser voert aan dat de staatssecretaris zijn asielaanvraag niet, althans niet zonder nadere motivering, heeft mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Artikel 30b van de Vw4 is namelijk een kan-bepaling. Tegen die achtergrond had de staatssecretaris hem meer tijd moeten gunnen om zijn mogelijkheden voor vertrek uit Nederland te onderzoeken. Dit mede in verband met zijn specifieke situatie: zijn vlucht uit Gaza op minderjarige leeftijd en het feit dat Marokko voor hem een vreemd land is zonder aanwezige familieleden of enig ander vangnet en waarvan hij de taal niet spreekt.
13. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. De staatssecretaris mag de asielaanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond indien er in redelijkheid geen twijfel mogelijk is over de ongegrondheid van de aanvraag.5 Deze situatie doet zich in het geval van eiser voor. Weliswaar is de bevoegdheid tot afwijzing als kennelijk ongegrond niet dwingend geformuleerd, maar de staatssecretaris heeft in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om af te zien van een kennelijk ongegrondverklaring.
Over de verblijfsvergunning regulier op grond van het amv buitenschuldbeleid
Het standpunt van de staatssecretaris over de reguliere verblijfsvergunning
14. Volgens de staatssecretaris komt eiser niet in aanmerking voor een reguliere buitenschuld amv-vergunning met terugwerkende kracht voor de periode vanaf zijn asielaanvraag tot aan zijn meerderjarigheid. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek naar adequate opvang heeft plaatsgevonden tijdens het aanmeldgehoor en het nader gehoor en dat het onderzoek hiermee tijdens de minderjarigheid van eiser is afgerond. Uit de gehoren is gebleken dat eiser nog contact heeft gehad met zijn moeder. Eisers moeder heeft een zorgplicht voor hem en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet op de zorg van zijn moeder kan rekenen. De staatssecretaris gaat er daarom vanuit dat er in Marokko adequate opvang beschikbaar was voor eiser tijdens zijn minderjarigheid.
De beroepsgrond van eiser en het oordeel van de rechtbank daarover
15. Eiser voert aan dat de staatssecretaris ten onrechte en zonder deugdelijk onderzoek het standpunt heeft ingenomen dat er voor hem in Marokko adequate opvang beschikbaar was gedurende zijn minderjarigheid. De enkele omstandigheid dat hij nog contact heeft met zijn moeder, vindt hij daarvoor onvoldoende. Eiser beroept zich op het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 20216 (arrest TQ).
4 Vreemdelingenwet 2000.
5 Kamerstukken II 2014/15, 34 088, 3, p. 13.
6 ECLI:EU:C:2021:9.
16. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt. De staatssecretaris heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 6 juni 20127 met name volstaan met de vaststelling dat eisers moeder een zorgplicht heeft jegens eiser.
Conclusie
21. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin is bepaald dat eiser niet met terugwerkende kracht in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het amv buitenschuldbeleid en voor zover daarin aan eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod is opgelegd. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Het is aan de staatssecretaris om te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor een (voortgezet) verblijf op reguliere gronden. Ook draagt de rechtbank niet aan de staatssecretaris op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
22. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de staatssecretaris hiervoor zes weken na verzending van deze uitspraak.
23. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.674,-, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 29 juni 2023 voor zover daarin is beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het amv buitenschuldbeleid en voor zover daarin aan eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod is opgelegd;
draagt de staatssecretaris op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 september 2023
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.