Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-24
ECLI:NL:RBDHA:2023:13949
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
926 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/388
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Th.H. Meeuwis),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 18 juli 2022 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor mevrouw [A] .
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling
1. Op 3 februari 2023 heeft verweerder een inhoudelijk besluit genomen op de aanvraag van eiser. De rechtbank is niet gebleken dat eiser nog een belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.
2. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit.Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de rechtbank het beroep naar de staatssecretaris om daar als bezwaar te worden behandeld.
3. Gelet op het voorgaande is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het besluit van 3 februari 2023 verwijst de rechtbank door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen.
4. Eiser krijgt een vergoeding voor zijn proceskosten, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. Verweerder dient deze vergoeding te betalen. Deze vergoeding bedraagt € 418,50 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Naast de proceskosten moet verweerder ook de kosten van het griffierecht ter hoogte van € 184,- aan eiser vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep, voor zover dat gericht is tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
verwijst het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 3 februari 2023, door naar verweerder om verder als bezwaarschrift te behandelen.
veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten en € 184,- aan griffiekosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.