Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-28
ECLI:NL:RBDHA:2023:13690
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
2,045 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21193 en NL23.21194
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser/verzoeker]
, V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Eiser is geboren op [geboortedag] 1998 en is burger van de Verenigde Staten van Amerika (hierna: de VS). Hij heeft op 20 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 20 juli 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser was hierbij niet aanwezig.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is opgegroeid in de Mormoonse gemeenschap. Hij heeft de Mormoonse kerk verlaten en gaat er vanuit dat de Mormoonse gemeenschap zijn medische gegevens heeft doorgespeeld aan de CIA voor onderzoeksdoeleinden. Eiser wordt bespioneerd en is ook bedreigd met het verkocht worden als seksslaaf. Verder stelt hij doelwit te zijn van de Epstein cult.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen in de Verenigde Staten.
Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig gevonden. Eisers gestelde problemen in de VS vindt verweerder niet geloofwaardig. Hiertoe overweegt verweerder dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn problemen onderbouwen. De documenten die eiser heeft overgelegd zijn een weergave van zijn eigen beleving van gebeurtenissen. Daarnaast zijn eisers verklaringen gebaseerd op vermoedens en aannames. Uit zijn verklaringen blijkt niet dat er daadwerkelijk actie tegen hem is ondernomen door de Mormoonse kerk, de CIA of de Epstein cult. Verder heeft eiser volgens verweerder een hoogst onwaarschijnlijke gang van zaken beschreven waarbij er banden zouden bestaan tussen de Mormoonse gemeenschap, de CIA, de Epstein cult en Google. Verweerder concludeert daarom dat eisers asielaanvraag wordt afgewezen. Omdat de VS is aangemerkt als veilig land van herkomst heeft verweerder eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Door of namens eiser zijn geen beroepsgronden ingebracht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Iedereen die beroep instelt bij de rechtbank dient hierbij in het beroepschrift de gronden van het beroep te vermelden. Als hieraan niet is voldaan, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener moet dan wel de gelegenheid hebben gehad om het verzuim te herstellen.
5.1
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft de toenmalig gemachtigde van eiser daarom bij bericht van 25 juli 2023 de gelegenheid gegeven om dit verzuim uiterlijk op 1 augustus 2023 te herstellen. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren wanneer de gronden niet binnen deze termijn worden ingediend. Op 8 augustus 2023 heeft de rechtbank een bericht gestuurd aan eisers toenmalig gemachtigde waarin zij vaststelde dat er nog geen gronden waren ontvangen en de toenmalig gemachtigde heeft gevraagd wat de reden hiervoor was. Eisers gemachtigde heeft in reactie hierop laten weten dat hij in verband met de termijn beroep heeft ingesteld en aan eiser heeft aangegeven dat hij voor de inhoudelijke behandeling van het beroep een andere advocaat moest zoeken. De toenmalig gemachtigde heeft hierna niets meer van eiser of een eventuele opvolgende gemachtigde vernomen.
5.2
De rechtbank heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met de toenmalig gemachtigde van eiser om te vragen of eiser op de hoogte was van de zittingsdatum en of er wellicht een manier was waarop de rechtbank eiser kon bereiken. Eiser bleek niet op de hoogte te zijn van de zittingsdatum en de toenmalig gemachtigde heeft een e-mailadres van eiser doorgegeven. De rechtbank heeft eiser een e-mail gestuurd met de zittingsdatum en de vraag of hij inmiddels een nieuwe gemachtigde had. Dit bericht is ook in het digitale dossier geplaatst. De rechtbank heeft hierop geen reactie ontvangen van eiser.
5.3
Nu er door of namens eiser geen beroepsgronden zijn ingediend, dient de rechtbank het beroep in beginsel niet-ontvankelijk te verklaren. Maar het kan zijn dat deze nationale procedureregel buiten toepassing gelaten moet worden wanneer er sprake is van Bahaddar-omstandigheden. Dit is het geval wanneer dat wat de asielzoeker heeft aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat bij uitzetting artikel 3 van het EVRM geschonden wordt. De rechtbank zal daarom toetsen of het standpunt van verweerder dat eisers terugkeer niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM evident onjuist is.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eisers gestelde problemen ongeloofwaardig zijn. Daarbij is eiser afkomstig uit de VS en in het algemeen kan worden aangenomen dat personen daar in beginsel niet te vrezen hebben voor mensenrechtenschendingen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het standpunt dat eiser bij terugkeer evident een reëel risico zou lopen op schending van artikel van het 3 EVRM.
7. Nu er door of namens eiser geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen sprake is van Bahaddar-omstandigheden, zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Dat staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dat staat in artikel 6:6 van de Awb.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.