Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2023:13598
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
910 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4217
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. M.A. Bakker)
Inleiding
Het verzoek om een voorliggende voorziening is gericht tegen de betaalspecificaties van de uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) van verzoekster, van 13 maart 2023 en 16 mei 2023.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 juli 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is niet verschenen. Gemachtigde van verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.
Beoordeling
1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn moet zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
2. In de aangetekende brief van 22 juni 2023 heeft de griffier verzoekster in kennis gesteld van de hoogte van het griffierecht en is zij in de gelegenheid gesteld het verschuldigde bedrag te betalen. In de brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk voorafgaand aan de zitting betaald moet zijn.
3. Verzoekster heeft vervolgens het griffierecht niet betaald. Zij heeft geen reden opgegeven voor dit verzuim. Ook heeft zij geen beroep gedaan op betalingsonmacht.
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk en het kan dus niet inhoudelijk worden behandeld. Gelet daarop komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ook komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling of verzoekster wel een bezwaarschrift heeft ingediend. Dit is van belang omdat alleen als verzoekster een bezwaarschrift heeft ingediend het mogelijk is een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Om verzoekster op weg te helpen merkt de voorzieningenrechter op dat zij hulp kan vragen aan Team Wadwijzer, op locatie “Naast de School”, aan de Kerkstraat 13 in Waddinxveen. Hier kan verzoekster terecht met bijvoorbeeld vragen over schuldhulpverlening en het laten aanpassen van de beslagvrije voet.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I. Geerink-van Loon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.