Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:12522
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,245 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3105
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
geboren op [geboortedatum]
van Colombiaanse nationaliteit
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 5 september 2022.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
3. Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft verweerder eiser medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming 2001/55/EG. Eiser heeft een bezwaarschrift ingediend op 5 september 2022. Verweerder heeft de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd en eiser medegedeeld dat hij uiterlijk 28 november 2022 een beslissen zal ontvangen. Verweerder had dus uiterlijk op
28 november 2022 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is daarom overschreden. Eiser heeft verweerder op 12 januari 2023, ontvangen door verweerder op 13 januari 2023, in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en heeft dan ook geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht. Daarom zal de rechtbank bepalen dat verweerder binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend dient te maken.
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 7.500,-.
6. Het beroep is kennelijk gegrond.
7. De rechtbank komt niet toe aan de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom als bedoeld in artikel 8:55c van de Awb, nu een verzoek hiertoe niet is gedaan. Verweerder dient zich over de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom uit te laten in de beslissen op bezwaar.
8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 418,50.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak
alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.