Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-15
ECLI:NL:RBDHA:2023:12394
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,051 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15970
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: G.J. Westendorp).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 30 mei 2023, waarin de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser van 11 april 2023 niet in behandeling heeft genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiser procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep?
3. Uit vaste rechtspraak volgt dat als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van mag worden uitgegaan dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dat is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit komt er op neer dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
3.1.
De staatssecretaris heeft de rechtbank op 10 juli 2023 een bericht gestuurd dat er op 27 mei 2023 een melding is gedaan dat eiser met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken (de MOB-melding). De gemachtigde van eiser heeft op de zitting laten weten dat hij eiser wel heeft geïnformeerd over de zitting, maar dat hij hier geen reactie op gekregen heeft. De gemachtigde heeft voor het laatst contact gehad met eiser vóór de MOB-melding van 27 mei 2023. De gemachtigde gaat ervan uit dat eiser naar Spanje vertrokken is, maar hij weet niet waar eiser is.
3.2.
Uit de feiten zoals weergegeven in 3.1. volgt naar het oordeel van de rechtbank dat kan worden geconcludeerd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat eiser dus geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank volgt niet de stelling van de gemachtigde van eiser dat procesbelang gelezen kan worden in het feit dat eiser tijdens het Dublingehoor is gevraagd vrijwillig naar Spanje te vertrekken en dat eiser daaraan heeft voldaan. Wat ook van die stelling zij, feit blijft dat de gemachtigde van eiser niet weet waar eiser is en er zijn verder ook geen enkele aanknopingspunten naar voren gebracht waaruit blijkt dat eiser naar Spanje is vertrokken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.