Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-04
ECLI:NL:RBDHA:2023:12277
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
704 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12947
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 28 april 2023, waarin de staatssecretaris aan eiser heeft meegedeeld dat hij op grond van de Dublinverordening zal worden overdragen aan Frankrijk. Deze mededeling is een overdrachtsbesluit.
1.1
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling
2. Het beroep is niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
3. De staatssecretaris aan de rechtbank meegedeeld dat eiser op 26 april 2023 met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vrijwillig naar zijn land van herkomst (Moldavië) is vertrokken. Eiser stelt dat hij nog steeds procesbelang heeft, omdat hij meent dat het overdrachtsbesluit onrechtmatig is.
3.1.
Dit is onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Omdat eiser vrijwillig naar Moldavië is vertrokken, is van een overdracht naar Frankrijk geen sprake meer. Daarnaast heeft de staatssecretaris het claimverzoek waarmee Frankrijk had ingestemd op 2 mei 2023 ingetrokken, zodat een overdracht op grond van dit overdrachtsbesluit ook niet langer mogelijk is. Daarom heeft eiser geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Conclusie
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Het beroep wordt niet inhoudelijk beoordeeld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Steenbeek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 26, eerste lid, Dublinverordening.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk.