Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-14
ECLI:NL:RBDHA:2023:11934
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
775 tokens
Inleiding
Rechtbank DeN haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2085
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Bij brief van 1 september 2022 heeft eiseres een melding gedaan bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor een handzender.
Op 28 december 2022 is een Wmo-advies uitgebracht.
Bij brief van 10 januari 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen dit advies.
Bij beslissing op bezwaar van 7 februari 2023 is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de beslissing op bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De rechtbank overweegt het volgende.
3. Uit de systematiek van de Wmo volgt dat een betrokkene in eerste instantie bij verweerder melding doet van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, waarna verweerder binnen zes weken een onderzoek uitvoert en aan de betrokkene dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (een Wmo-advies) verstrekt. Indien het onderzoek is afgerond, en verweerder daarin geen aanleiding heeft gezien om (ambtshalve) een maatwerkvoorziening te verstrekken, kan de betrokkene een aanvraag om een maatwerkvoorziening bij verweerder indienen.
4. In dit geval is tegen het Wmo-advies bezwaar gemaakt en is geen aanvraag ingediend nadat het advies bekend is geworden. Bij brief van 19 januari 2023 heeft verweerder uitgelegd dat een bezwaar tegen een advies niet mogelijk is, dat na een advies een aanvraagformulier moet worden ingevuld en dat daarna een besluit wordt genomen waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
5. De rechtbank is van oordeel dat het in de brief van 28 december 2022 vervatte advies niet is gericht op rechtsgevolg en daarom geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Er kan slechts bezwaar worden gemaakt tegen een besluit. Om die reden heeft verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
6. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.