Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-03
ECLI:NL:RBDHA:2023:11635
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
616 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.17168, NL23.17178, NL23.17180, NL23.17186 en NL23.17189
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1]
geboren op [geboortedatum 1] V-nummer: [nummer 1][naam 2]
geboren op [geboortedatum 2].
V-nummer: [nummer 2],[naam 3]
geboren op [geboortedatum 3],
V-nummer: [nummer 3][naam 4],
geboren op [geboortedatum 4]
V-nummer: [nummer 4],
[naam 5],
geboren op [geboortedatum 5]
V-nummer:[nummer 5],
allen van Soedanese nationaliteit,
hierna te noemen: verzoekers(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: A.N. Sap).
Procesverloop
Bij besluiten van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de beroepen (zaaknummers: NL23.17167, NL23.17177, NL23.17179, NL23.17185 en NL23.17188) op 31 juli 2023 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens is een tolk verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.17167, NL23.17177, NL23.17179, NL23.17185 en NL23.17188, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.