Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-02
ECLI:NL:RBDHA:2023:11453
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,082 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17652
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).
Procesverloop
Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Bij uitspraak van 26 september 2022 is voornoemd besluit vernietigd door deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2022:7940).
Eiser heeft verweerder op 25 mei 2023 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 oktober 2020.
Op 12 juni 2023 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.17094. De rechtbank doet afzonderlijk uitspraak op dit beroep.
Bij besluit van 15 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en aan hem een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft op 16 juni 2023 tegen het bestreden besluit afzonderlijk beroep ingesteld (NL23.17652) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL23.17653).
De rechtbank heeft de beroepen, samen met het verzoek, op 21 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling
1. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.
2. Uit het door eiser tegen het bestreden besluit op 16 juni 2023 ingediende beroep leidt de rechtbank af dat met het besluit niet geheel aan het eerder door eiser ingediende beroep is tegemoetgekomen. Het door eiser eerder op 12 juni 2023 ingediende beroep heeft daarom mede betrekking op het bestreden besluit. Eiser heeft niet opnieuw beroep hoeven in te stellen. De rechtbank beschouwt het later ingediende beroep als een aanvulling. De bezwaren tegen het bestreden besluit worden door de rechtbank daarom in volle omvang in de zaak NL23.17094 betrokken.
3. De rechtbank constateert dat er twee beroepen aanhangig zijn tegen het bestreden besluit, namelijk de zaken NL23.17094 en NL23.17652. Gelet op het voorgaande heeft het laatstgenoemde beroep naar het oordeel van de rechtbank geen toevoegde waarde ten opzichte van het eerder ingediende beroep. In zoverre acht de rechtbank dan ook geen procesbelang aanwezig in het later ingediende beroep. Om deze reden zal de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vgl. de uitspraak van de ABRvS van 20 oktober 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR4294.