Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-10
ECLI:NL:RBDHA:2023:10324
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
665 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.7935
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1. In het besluit van 20 februari 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 EG afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
3. De staatssecretaris heeft op 13 juni 2023 te kennen gegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening. Het verzoek is daarom kennelijk gegrond.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker de behandeling van het bezwaar in Nederland mag afwachten met recht op (gemeentelijke) opvang. De voorzieningenrechter bepaalt verder dat hij tot op het bezwaar is beslist wordt behandeld alsof hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 valt en alsof hij in het bezit is van een sticker in zijn identiteitsdocument of een O-document waarmee hij wordt vrijgesteld van een tewerkstellingsvergunning.
5. Deze zaak hangt samen met zaak NL23.7937 zodat alleen in die zaak proceskosten zullen worden vergoed. Verzoeker is vrijgesteld van het betalen van griffierecht.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot de beslissing op het bezwaar en schorst het bestreden besluit tot de beslissing op het bezwaar en bepaalt dat verzoekster de behandeling van het bezwaar in Nederland mag afwachten met recht op (gemeentelijke) opvang. De voorzieningenrechter bepaalt verder dat hij tot op het bezwaar is beslist wordt behandeld alsof hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 valt en alsof hij in het bezit is van een sticker in zijn identiteitsdocument of een O-document waarmee hij wordt vrijgesteld van een tewerkstellingsvergunning.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.