Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-10-19
ECLI:NL:RBDHA:2017:11963
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 17/2777 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2017 in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres(gemachtigde: [gemachtigde]), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 9 maart 2017 op het bezwaar van eiseres tegen de aan eiseres voor het jaar 2009 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de daarbij bij beschikking in rekening gebrachte heffingsrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2017. Namens eiseres is verschenen de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] en [persoon B]. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiseres ten bedrage van € 1.000; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden. Overwegingen 1. Eiseres drijft vanaf 1 april 2008 onder de naam [naam onderneming] een onderneming (de onderneming). De activiteiten van de onderneming bestaan uit een cateringservice. 2. Met de onderneming is gedurende het jaar 2009 een omzet behaald van € 4.600. Na aftrek van gemaakte kosten is een winst van € 1.374 gerealiseerd. In haar aangifte IB/PVV heeft eiseres ten aanzien van de onderneming het volgende opgenomen: Winst uit onderneming voor ondernemersaftrek € 1.374 Zelfstandigenaftrek € 9.251 Startersaftrek € 2.070 MKB-winstvrijstelling € 1.044 Belastbare winst € 8.903 negatief 3. Op 4 juni 2014 is door verweerder een boekenonderzoek ingesteld bij de onderneming. De conclusie van dit onderzoek luidt, voor zover hier van belang, dat niet aannemelijk is dat in 2009 aan het urencriterium is voldaan. 4. Bij het opleggen van de navorderingsaanslag heeft verweerder de in aanmerking genomen zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling gecorrigeerd. 5. In geschil is of verweerder bij het opleggen van de navorderingsaanslag de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en MKB-winstvrijstelling terecht buiten aanmerking heeft gelaten. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres heeft voldaan aan het urencriterium. 6. Ingevolge de artikelen 3.76 en 3.79a van de Wet IB 2001 gelden, voor zover hier van belang, de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling voor de ondernemer die gedurende het kalenderjaar ten minste 1.225 uren aan zijn onderneming besteedt (het urencriterium). De bewijslast dat aan het urencriterium is voldaan rust op eiseres. 7. Eiseres stelt in 2009 1.490 uren aan haar onderneming te hebben besteed. Daartoe heeft zij een achteraf opgesteld urenoverzicht overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres er daarmee niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat zij in 2009 aan het urencriterium heeft voldaan. Het urenoverzicht is daartoe te globaal, onvoldoende gespecificeerd en bij afwezigheid van een administratie onvoldoende verifieerbaar. Dat de administratie van eiseres door waterschade deels verloren is gegaan en deels in het buitenland is opgeslagen komt voor rekening en risico van eiseres. 8. Verweerder heeft voor de motivering van de uitspraak op bezwaar verwezen naar het op 22 mei 2015 aan eiseres verzonden voornemen om het bezwaar af te wijzen. Uit deze brief blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende waarom het bezwaar van eiseres is afgewezen. Van een motiveringsgebrek of van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel dan wel strijd met enig ander beginsel van behoorlijk bestuur acht de rechtbank geen sprake. 9. Tegen de in rekening gebrachte heffingsrente heeft eiseres geen afzonderlijke gronden aangevoerd. Gesteld noch gebleken is dat de heffingsrente naar een onjuist bedrag of in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht in rekening is gebracht. 10. Eiseres heeft zich nog be