Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2017-10-18
ECLI:NL:RBDHA:2017:11804
vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/513676 / HA ZA 16-771 Vonnis van 18 oktober 2017 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , [land] , eiser, advocaat mr. J. de Visser te Den Haag, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE RIJSWIJK , gevestigd te Rijswijk, gedaagde, advocaat mr. F.J. David te Eindhoven. Partijen zullen hierna [eiser] en de Gemeente genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 21 juni 2016, met vijftien producties, de conclusie van antwoord, met vijf producties, het tussenvonnis van 2 november 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast, het met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2017, met de daarin genoemde brief van 8 februari 2017 van mr. De Visser in reactie op de brief van de rechtbank van 19 december 2016 de akte van 5 april 2017 aan de zijde van [eiser] , met twee producties, de antwoordakte aan de zijde van de Gemeente, met drie producties. 1.2. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op eventuele onjuist- en/of onvolledigheden in het proces-verbaal van comparitie; zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. In de vroege ochtend van 19 juli 2015, omstreeks 01.40 uur, heeft zich een eenzijdig ongeval voorgedaan op de Haagweg, gelegen in de gemeente Rijswijk, ter hoogte van de kruising met de Jan van der Heijdenstraat, gelegen in de gemeente Den Haag. [eiser] is als slachtoffer betrokken. Op onderstaande afbeelding, afkomstig van google maps, zijn de desbetreffende kruising en de omliggende wegen weergegeven: 2.2. [eiser] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] in [land] , is ten val gekomen met zijn fiets op de genoemde kruising en ernstig gewond geraakt. In het proces-verbaal van politie, die na het ongeval ter plaatse is geweest, is vermeld: “Tp [rechtbank: ter plaatse]troffen wij behulpzame burgers en de gewonde man. De man was niet aanspreekbaar, hij bewoog zijn lichaam nog wel en reageerde op aanspreken alleen door met zijn armen te zwaaien, het leek alsof hij wilde opstaan maar dat dit niet lukte. De wond aan de linkerzijde van zijn voorhoofd was ongeveer 10 cm lang, het was een diepe wond waarbij dik bloed en af en toe een stuk wat leek op hersenen zichtbaar. De man lag tussen de aldaar gelegen trambaan. Er wordt op dit stuk van de Rijswijkseweg momenteel gewerkt aan de weg, hierdoor zou het asfalt rondom de trambaan zijn uitgegraven. Hierdoor is een soort van gat ontstaan van circa 20 cm diep, alleen de tram kan nog over de rails rijden. Het slachtoffer is met zijn fiets op hogere snelheid van het asfalt het gat tussen de rails in zijn gereden. Hierbij zou hij ten val zijn gekomen en waarschijnlijk is hij over zijn stuur heen gelanceerd en hierbij met zijn hoofd tegen het uitgehakte deel van het asfalt aan gekomen.” 2.3. Het Medisch Centrum Haaglanden (hierna: MCH), locatie Westeinde te Den Haag heeft [eiser] na het ongeval opgenomen met onder meer een hersentrauma, herniatie van hersenweefsel (naar buiten verplaatst) en schedel- en aangezichtsfracturen. Tot 6 augustus 2015 is [eiser] opgenomen geweest op de intensive care. Nadien, tot 5 september 2015, is hij overgeplaatst naar de afdeling neurochirurgie en vervolgens ontslagen uit het ziekenhuis. Daarna heeft hij verbleven in een revalidatiecentrum en diverse klinieken in [land] . 2.4. Ten tijde van het ongeval werd in opdracht van de Gemeente een reconstructie van de Haagweg uitgevoerd. In verband met die reconstructie was op 19 juli 2015 een gedeelte van de trambanen van de Haagweg opengebroken. De trambanen van de Haagweg zijn gelegen tussen de (twee- en driebaans) autorijbanen in de richting van respectievelijk de Hoornbrug te Rijswijk en Den Haag en over de kruising in de richting van en naar de Jan van der Heidenstraat. 2.5. Met betrekking tot de fietsroute van [eiser] en hetgeen Een gedeelte van de fietsersoversteekplaats is opengebroken. Ook is zichtbaar dat de fietsersoversteekplaats op de kruising aan de overzijde (in de richting van de Broekslootkade) is afgezet met drie aaneengesloten rode blokken. De fiets van [eiser] is eveneens zichtbaar. De autobanen van de Haagweg in de richting van Den Haag zijn niet afgezet en vrij voor autoverkeer. 2.13. Op onderstaande foto (productie 8, foto 7 bij dagvaarding) is zichtbaar dat ambulancemedewerkers [eiser] verzorgen. [eiser] ligt op of vlak naast het fietspad in of bij een opengebroken trambaan. Zichtbaar is tevens dat een opengebroken trambaan (de baan waarin of waarbij [eiser] ligt) doorloopt tot de autorijbaan van de kruising. Aan weerszijden van de opengebroken trambanen is op de autorijbaan een rood-wit gekleurde zuil geplaatst. Op de linkerzuil bevindt zich een verkeersbord “gesloten in beide richtingen” en daarboven een verkeersbord “opengebroken tramspoor” (kenbaar uit andere foto’s, die niet in dit vonnis zijn opgenomen, en het filmpje). 2.14. [eiser] beschikt niet over een ziektekostenverzekering die de medische kosten in verband met zijn medische behandelingen in Nederland dekt. Het MCH heeft facturen in rekening gebracht ten bedrage van in totaal € 88.934,53 die onbetaald zijn gebleven. 2.15. Bij brief van 7 augustus 2015 heeft [eiser] de Gemeente aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. De Gemeente heeft bij brief van 4 februari 2016 aansprakelijkheid van de hand gewezen. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van de Gemeente Rijswijk tot betaling van € 488.876,53 aan schade, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede € 4.286,33 aan buitengerechtelijke kosten en de Gemeente te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten. 3.2. [eiser] grondt zijn vorderingen op artikel 6:174 BW, althans op artikel 6:162 BW. De Gemeente is, aldus [eiser] , tekort geschoten in de maatregelen die zij op de kruising heeft getroffen ter voorkoming van ongevallen. Hij beroept zich op de zogenoemde Kelderluikcriteria, de Gemeente heeft onrechtmatig gevaarzettend gehandeld. Er waren voor het fietsverkeer op de Jan van der Heidenstraat te weinig waarschuwingsborden voor de opengebroken trambanen en de afzettingen waren onvoldoende. Bovendien was het nacht, zodat de kans dat iemand alleen het kruispunt oversteekt groter is. Hiermee had de Gemeente rekening moeten houden. De precieze toedracht van het ongeval en toestand waarin [eiser] verkeerde en de snelheid van fietsen zijn niet van doorslaggevend belang voor de aansprakelijkheid van de Gemeente. [eiser] beroept zich op de omkeringsregel. [eiser] heeft schade geleden bestaande uit hier in Nederland gemaakte ziekenhuiskosten, reiskosten van de ouders van [eiser] in het kader van zijn genezing en herstel, verlies van inkomsten en verdienvermogen, en buitengerechtelijke kosten. 3.3. De Gemeente Rijswijk voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan vaststellen welke medische behandelingen [eiser] na zijn ontslag uit het MCH, locatie Westeinde, heeft ondergaan, noch wat zijn medische toestand op dit moment is. Dit alleen al omdat de medische stukken die uit [land] afkomstig zijn en die [eiser] heeft overgelegd in de […] taal zijn gesteld en [eiser] deze, althans in dit stadium van de procedure, niet heeft laten vertalen. Naar de mededeling van de advocaat van [eiser] , waarvan de Gemeente de juistheid niet heeft kunnen verifiëren, is de toestand van [eiser] sinds zijn terugkeer naar [land] verslechterd en ligt hij, zwaar vermagerd, in bed en aan de beademing. De rechtbank laat bij haar beoordeling van de vorderingen van [eiser] de huidige medische toestand van [eiser] vooralsnog in het midden. Zij zal hierna eerst beoordelen of de Gemeente aansprakelijk is jegens [eiser] en, gelet op het beroep op eigen schuld van de Gemeente, of en in welke mate Onweersproken is dat het fietsverkeer niet was toegestaan de kruising over te steken, noch via de fietsersoversteekplaats, noch via de autorijbanen afkomstig van de Jan van der Heidenstraat en dat het fietsverkeer afkomstig van de Jan van der Heidenstraat werd omgeleid via de Paets van Troostwijkstraat. Onweersproken is ook dat het voor geen enkel verkeer, behoudens tramverkeer, was toegestaan de Haagweg in de richting van Rijswijk in te rijden. Dat dit alles niet was toegestaan, blijkt overigens ook uit de bebording op de kruising (blijkens het bord op het op het fietspad geplaatste hek moesten fietsers naar rechts, zichtbaar op het filmpje en de “gesloten in beide richtingen”-borden op de hekken en een zuil). 4.8. De wegbeheerder dient onveilige verkeerssituaties deugdelijk te beveiligen, bijvoorbeeld door te waarschuwen. De Gemeente heeft aan de op haar rustende verplichting voldaan door het fietsverkeer afkomstig van de Jan van der Heidenstraat om te leiden via de Paets van Troostwijkstraat. Bovendien heeft zij de fietsersoversteekplaats en het fietspad van de Haagweg (de afslag naar rechts) afgezet door middel van rood-witte blokken, respectievelijk een tweetal hekken. Niet gesteld of gebleken is dat de gehanteerde waarschuwingen en afzetting van de kruising voor fietsverkeer niet voldeden aan de daarvoor, gezien de werkzaamheden die werden uitgevoerd, geldende voorschriften. 4.9. De Gemeente heeft bij de beveiliging van het kruispunt tot op zekere hoogte rekening moeten houden met fietsers die de verkeersregels overtreden en die niet steeds de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Zij heeft echter geen rekening hoeven houden met een bewuste, grove overtreding van de verkeersregels, noch met roekeloosheid van fietsers. De rechtbank acht in dit verband het volgende van belang. 4.10. Blijkens de hiervoor in 2.8 afgebeelde foto is glashelder dat de doorgang van het fietspad vanaf de Jan van der Heidenstraat is versperd met rood-witte blokken. Voor iedere fietser, ongeacht diens mate van oplettendheid en voorzichtigheid, moet kenbaar zijn geweest dat het niet was toegestaan vanaf de Jan van der Heidenstraat de fietsersoversteekplaats op te rijden. 4.11. De omstandigheid dat er ruimte was (een ‘gat’) aan de linkerzijde van het laatste (rode) blok tussen de, hoger gelegen, verkeersgeleider en het in verband met de reconstructie geplaatste verrijdbare verkeersbord, althans het verkeerslicht voor de autorijbaan van de Jan van der Heidenstraat, leidt niet tot de conclusie dat sprake is geweest van een ondeugdelijke beveiliging van de kruising. Het fietspad is volledig afgesloten geweest. De verkeersgeleider is hoger gelegen dan het fietspad (vergelijkbaar met een ‘stoeprand’) en vormt in de bocht van de kruising de afscheiding tussen het fietspad en de autorijbaan. De Gemeente hoefde geen rekening te houden met fietsers die, bewust in strijd met de verkeersregels, het fietspad verlaten om via de verkeersgeleider door het ‘gat’ de fietsersoversteekplaats te bereiken. Zij mocht er in ieder geval vanuit gaan dat dergelijke fietsers alsdan sterk vaart zouden moeten verminderen, althans zouden moeten afstappen, waarna de opengebroken trambanen bij het oprijden/opgaan van de fietsersoversteekplaats voor de desbetreffende fietser zichtbaar zouden zijn. 4.12. Anders dan [eiser] betoogt, kan dan ook niet worden geconcludeerd dat het ontbreken van een afzetting/plastic blokken op de verkeersgeleider meebrengt dat de weguitrusting ten tijde van het ongeval niet aan de daaraan te stellen eisen heeft voldaan. 4.13. Te betwijfelen valt of de opengebroken tramsporen voldoende zichtbaar waren voor een fietser die in strijd met de verkeersregels en die zonder de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht te nemen via de autorijbanen vanaf de Jan van der Heidenstraat de kruising oprijdt en daarmee of de ernst van het gevaar van de opengebroken tramsporen voldoende kenbaar was voor die fietser (zie de hiervoor afgebeelde fo