Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2017-09-18
ECLI:NL:RBDHA:2017:10636
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,501 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 17/1304
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 september 2017 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. I. Correljé),
en
het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Westland (SPOW), verweerster
(gemachtigde: mr. M. Rietbergen).
Procesverloop
Bij besluit van 1 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerster een Toelaatbaarheidsverklaring voor het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) afgegeven aan [zoon van eiseres].
Bij besluit van 19 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2017.
Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Daarnaast zijn voor verweerster verschenen: [persoon A], M. de Reede, A. van der Veen en [persoon B].
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. In september 2014 heeft [zoon van eiseres] (de zoon van eiseres, geboren op [geboortedatum] 2006, hierna: [zoon van eiseres]) in het kader van een crisisplaatsing de overstap gemaakt van een reguliere basisschool ([reguliere basisschool]) naar [Speciaalbasis onderwijs (SBO)]. [zoon van eiseres] heeft destijds een tijdelijke toelaatbaarheidsverklaring gekregen voor het SBO voor de periode 23 september 2014 tot en met 31 juli 2016.
2. Nadat de crisisplaatsing in het SBO in eerste instantie verbetering opleverde, voelde [zoon van eiseres] zich volgens eiseres na aanvang van schooljaar 2015/2016 steeds minder prettig op [SBO-school 1]. Eiseres heeft in november 2015 met de schoolleiding besproken dat het haar beter lijkt als [zoon van eiseres] met ingang van schooljaar 2016/2017 weer terug zou gaan naar het reguliere onderwijs. Daarom heeft zij op 10 en 16 maart 2016 een psychologisch onderzoek laten doen door orthopedagoge/GZ-psychologe drs. H. Coenen. Zij heeft – samengevat weergegeven – geadviseerd om op school stap voor stap te instrueren, de gegeven instructies voor te doen en te controleren of [zoon van eiseres] het heeft begrepen. Daarnaast adviseert zij training van ruimtelijke en organisatorische vaardigheden, alsmede het auditieve geheugen. [zoon van eiseres] is gebaat bij een rustige, voorspelbare maar vooral gestructureerde leeromgeving. De leerkracht moet zich ervan bewust zijn dat auditief aangeboden informatie niet altijd volledig en juist zal worden opgenomen en verwerkt.
3. Op aanvraag van [SBO-school 1] heeft verweerster op 1 juli 2016 een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring (geldig t/m 31 juli 2018) voor het SBO toegekend aan [zoon van eiseres]. De relatie tussen eiseres en [SBO-school 1] is in de loop der tijd verslechterd. Zonder de medewerking van [SBO-school 1] kan [zoon van eiseres] niet naar een andere (reguliere) school. [zoon van eiseres] krijgt sinds schooljaar 2016/2017 les op de ‘thuiszitters academie’ van kinderpraktijk ‘Kinderen gewoon anders’ en hij krijgt begeleiding van een voormalig SBO-onderwijzer die met hem enkele uren per week naar het reguliere onderwijs gaat. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat [zoon van eiseres] het laatste gedeelte van het schooljaar 2016/2017 als gastleerling naar [SBO-school 2] is gegaan. Daar is hij ook aan het schooljaar 2017/2018 begonnen. Op [SBO-school 2] gaat het veel beter met [zoon van eiseres] dan op [SBO-school 1], maar een overstap naar het reguliere basisonderwijs heeft nog steeds de voorkeur van eiseres.
4. Eiseres heeft bezwaar ingediend tegen de afgifte van de toelaatbaarheidsverklaring. Naar aanleiding van het advies van de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring van 4 januari 2017 zijn op 9 januari 2017 twee nieuwe deskundigenadviezen opgesteld (door drs. A. van der Veen en M. de Reede). Verweerster heeft het bezwaar vervolgens – conform het advies – ongegrond verklaard.
5. Verweerster heeft zich in het bestreden besluit – samengevat weergegeven – op het volgende standpunt gesteld. Het regulier onderwijs heeft, binnen de wettelijk gestelde eisen aan de basisondersteuning én de mogelijkheden voor extra ondersteuning, onvoldoende mogelijkheden om te voorzien in de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van [zoon van eiseres]. Om de beoogde gedragsdoelen te bereiken, is intensieve begeleiding nodig die niet binnen het reguliere onderwijs kan worden geboden. Op basis van de aanvraag en de adviezen van de deskundigen, handhaaft verweerster het besluit tot afgifte van de toelaatbaarheidsverklaring.
6. Eiseres kan zich hiermee niet verenigen en voert – samengevat weergegeven – het volgende aan. De toelaatbaarheidsverklaring is lichtvaardig afgegeven. Ook voldeed de aanvraag niet aan de regelgeving die de landelijke commissie onderwijsgeschillen daarvoor stelt. De aanvraag was slechts onderbouwd met één verklaring van de vaste deskundige van de school, terwijl onderbouwing door twee onafhankelijke psychologen/kinderpsychiaters vereist is. De bezwaarschriftencommissie heeft in dit gebrek ten onrechte geen grond gezien om het bezwaar gegrond te verklaren. De in de bezwaarfase opgestelde deskundigenrapportages zijn bijna een jaar na het primaire besluit opgesteld en zijn enkel gebaseerd op de waarneming van het onderwijzend personeel, zonder contact te hebben gehad met [zoon van eiseres] of eiseres. Daarbij is onvoldoende rekening gehouden met positieve veranderingen in het gedrag van [zoon van eiseres]. De deskundigenadviezen zijn daarom niet zorgvuldig tot stand gekomen. Verweerster had deze adviezen dan ook niet ten grondslag mogen leggen aan het bestreden besluit.
7. De rechtbank overweegt als volgt.
8. Voor zover eiseres betoogt dat verweerster het bezwaar gegrond had moeten verklaren omdat aan de aanvraag slechts was onderbouwd door één deskundige, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de ‘Themabrief Passend Onderwijs: Toelaatbaarheidsverklaring’ volgt slechts dat verweerster zich moet laten adviseren door twee deskundigen. Dit is in lijn met artikel 18a, elfde lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO). De aanvraag door de school behoeft derhalve niet ondersteund te worden door deskundigenadviezen. Voor zover eiseres bedoelde te betogen dat het primaire besluit in strijd was met de regelgeving omdat dit niet was onderbouwd door twee onafhankelijke deskundigen, overweegt de rechtbank dat het verweerster vrijstaat om in het kader van de algehele heroverweging die ingevolge artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) plaatsvindt, het primaire besluit van een nadere motivering te voorzien.
9. Voor zover eiseres betoogt dat de deskundigenadviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen en verweerster deze niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen, overweegt de rechtbank het volgende.
9.1
Naar aanleiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie van 4 januari 2017 zijn op 9 januari 2017 twee deskundigenadviezen uitgebracht. Het eerste deskundigenadvies is van drs. A. van der Veen, orthopedagoog, en het tweede advies is van Mathilde de Reede, registerpsycholoog Kinder & Jeugd. Beide deskundigen stellen zich – samengevat weergegeven – op het standpunt dat het in het belang van [zoon van eiseres] is om zijn schoolcarrière voort te zetten op een school voor speciaal basisonderwijs.
9.2
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dient een bestuursorgaan zich, indien een deskundigenadvies aan de besluitvorming ten grondslag wordt gelegd, ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht ervan vergewissen dat dit advies – naar wijze van totstandkoming – zorgvuldig en – naar inhoud – inzichtelijk en concludent is. Indien het bestuursorgaan heeft voldaan aan deze vergewisplicht, kan eiseres dit advies slechts succesvol bestrijden door overlegging van een andersluidend deskundigenadvies (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2659)
9.3
De adviezen zijn gebaseerd op de handelingsgericht integraal overleggen (HIA) en het Speciaal arrangement 1.0. De twee deskundigen zijn op basis van hun expertise tot het oordeel gekomen dat aan de hand van het door de school ter beschikking gesteld dossier een advies kon worden gegeven en dat geen observatie nodig was. De rechtbank overweegt dat geen rechtsregel de deskundigen ertoe verplicht om [zoon van eiseres] zelf te zien of te onderzoeken. Verder overweegt de rechtbank dat niet in geschil is dat [zoon van eiseres] extra aandacht en begeleiding nodig heeft (ondersteuningsbehoefte heeft). De rechtbank merkt daarbij op dat het beeld dat geschetst wordt in het verslag van het HIA-verleg en Speciaal arrangement 1.0 in grote mate overeenstemt met het advies van drs. H. Coenen (zie overweging 2).
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. L.B.M. Klein Tank, voorzitter, en mr. J.M. Ghrib en mr. G.A.C.M. van Ballegooij, leden, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2017.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.