Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-08-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:8350
Uitleg aandeelhoudersovereenkomst. Entire agreement clause. Aandeelhoudersovereenkomst gezien de daaraan te geven uitleg niet juist in de statuten verwerkt. Geen default event. Afwijzing vordering tot medewerking aan wijziging van de statuten, deze vordering is te onbepaald en niet concreet genoeg. Afwijzing verklaring voor recht dat het bezoldigingsbesluit nietig is of vernietigbaar is of was, rechtspersoon niet gedagvaard. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/778520 / HA ZA 25-1691 Vonnis van 19 augustus 2026 in de zaak van 1 STICHTING VOGELGEZANG, gevestigd te Den Haag, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht LUDGATE ENVIRONMENTAL LIMITED , gevestigd te St. Helier (Jersey), 3. de rechtspersoon naar buitenlands recht CODALE LIMITED , gevestigd te St. Peter Port (Guernsey), eisende partijen, advocaat: mr. R.G.J. de Haan, tegen [gedaagde] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, advocaat: mr. C.B. Schutte. Partijen zullen hierna “Vogelgezang”, “Ludgate”, “Codale” en “ [gedaagde] ” worden genoemd. Eiseressen zullen gezamenlijk worden aangeduid als “Vogelgezang c.s.”. 1 De zaak in het kort Partijen twisten over de vraag of de afspraken uit een in 2020 tussen partijen gesloten aandeelhoudersovereenkomst op juiste wijze zijn verwerkt in de statuten van de onderneming waarvan zij de aandelen houden. Door de onduidelijke formulering van de aandeelhoudersovereenkomst is uitleg daarvan nodig. Die uitleg leidt tot de conclusie dat een bepaalde afspraak uit de aandeelhoudersovereenkomst niet op juiste wijze in de statuten is overgenomen. De eerdere weigering van [gedaagde] om mee te werken aan een wijziging van de statuten levert geen default event op. [gedaagde] had daarom niet haar aandelen aan Vogelgezang c.s. hoeven aanbieden. De vordering om [gedaagde] te gebieden mee te werken aan een statutenwijziging is onvoldoende bepaalbaar en concreet en zal worden afgewezen. De door Vogelgezang c.s. gevraagde verklaringen voor recht dat een besluit over de bezoldiging van [gedaagde] nietig dan wel vernietigbaar is, zijn ook niet toewijsbaar. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 november 2025, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van 4 februari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 juni 2026 en de daarin vermelde stukken. Van deze mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Vogelgezang is een stichting administratiekantoor. Zij houdt op eigen naam vermogensbestanddelen tegen uitgifte van certificaten. Ludgate en Codale zijn buitenlandse investeringsmaatschappijen. 3.2. [gedaagde] is een investeringsmaatschappij. [gedaagde] houdt een meerderheidsbelang in [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). [bedrijf 1] richt zich op de internationale handel in groencertificaten en aanverwante diensten. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) heeft [bedrijf 1] opgericht en hij is (indirect) de enig bestuurder van [gedaagde] . 3.3. Partijen houden ieder een aandelenbelang in [bedrijf 1] . In 2020 heeft Vogelgezang een belang van bijna 30% in [bedrijf 1] verworven. Vogelgezang c.s. houden thans samen (afgerond) 47,9 % van de aandelen in [bedrijf 1] . [gedaagde] is meerderheidsaandeelhouder in [bedrijf 1] met een belang van (afgerond) 50,6%. De resterende 1,5% worden gehouden door [naam 3] . In het kader van de transactie in 2020 zijn [bedrijf 1] en alle aandeelhouders op 29 september 2020 een subscription and shareholders’ agreement (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst) overeengekomen. De aandeelhoudersovereenkomst en statuten 3.4. In aanloop naar de aandeelhoudersovereenkomst is gesproken over de inhoud en invulling daarvan. Op 12 februari 2020 heeft [naam 1] een (gewijzigd) term sheet toegestuurd gekregen van de toenmalige advocaat van Vogelgezang. Daarop heeft [naam 1] dezelfde dag als volgt gereageerd: “(…) Hartelijk dank voor deze aanpassingen. De opzet is nu in lijn met de gevoerde gesprekken met [naam 8]. Ik laat het aan [naam 2] over om hier intern bij ons mee aan de slag te gaan.(…)” In de betreffende term sheet, waarin de door de toenmalig advocaat van Vogelgezang aangebrachte wijziging zichtbaar is, stond, voor zover relevant, het volgende: Bij deze term sheet was een bijlage gevoegd, Schedule 1 (wat later Schedule 4 is geworden), met daarin twee lijsten met verschillende onderwerpen, A en B: En: 3.5. In de uiteindelijke aandeelhoudersovereenkomst van 29 september 2020 staat op dit punt, voor zover hier relevant, het volgende: “ 4.1 Shareholders’ resolution Immediately after the signing of this Agreement, [gedaagde] , Ludgate, Codale and [naam 3] will, and will procure that the STAK will, execute a shareholders’ resolution in which the holders of all outstanding shares in the capital of the Company, resolve: A. to so amend the Articles of Association that, after such amendment, the Articles of Association specify that: (…) iii. that the actions and/or decisions of the Board that are described in Schedule 4 (A) are subject to the prior approval of the General Meeting (the Shareholder Reserved Matters ); iv. that the resolutions of the General Meeting that are described in Schedule 4 (B) (including resolutions, as referred to above under iii, to approve certain actions and/or decisions of the Board) shall require a qualified majority of 2/3 (two thirds) of the votes validly cast (the Shareholder Qualified Reserved Matters ) v. that the resolutions of the General Meeting that are described in Schedule 4 (C) shall require a reinforced qualified majority of 90% (ninety per cent) of the votes validly cast (the General Meeting Reinforced Qualified Majority Matters ); and vi. that all other resolutions of the General Meeting shall require a simple majority ( gewone meerderheid) of 50% (fifty per cent) plus 1 (one) of the votes validly cast; (…) Schedule 4 RESERVED MATTERS PART A – Shareholder Reserved Matters (…) (b) changes to the management agreement with [bedrijf 2] B.V.; (…) PART B – Shareholder Qualified Reserved Mattters a) amending the Articles of Association to the extent disproportionally and adversely affecting the rights of the Foundation; b) a decision to dissolve, merge or demerge the Company to the extent disproportionally and adversely affecting the rights of the Foundation; c) taking resolutions to approve the transfer of Shares as set out in Article 13.1 of the Articles of Association as they read at the date of this Agreement; d) The appointment, suspension and dismissal of Executive Directo(s) to the Board; (…)” 3.6. Verder staat in de aandeelhoudersovereenkomst in artikel 22.3 een zogeheten ‘entire agreement clause’, die luidt als volgt: “22.3 Entire agreement This Agreement (together with the other Transaction Documents) represents the entire understanding, and constitutes the whole agreement, in relation to the Transaction and replaces any prior agreement, including undertakings, arrangements, offer letters, understandings or statements of any nature (whether or not in writing) between the Parties with respect thereto.” 3.7. De statuten van [bedrijf 1] zijn bij notariële akte van 1 december 2020 gewijzigd. In die statuten staat, voor zover relevant, het volgende: “13 Bestuurders en monistisch stelsel (…) 13.7 De bevoegdheid tot vaststelling van bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden voor bestuurders komt toe aan de algemene vergadering (…) 15 Goedkeuring van bestuursbesluiten (…) 15.3 Onverminderd enige toepasselijke bepaling van de wet of deze statuten, behoeft de directie de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten die betrekking hebben op: (…) (b) het aanbrengen van wijzigingen in de managementovereenkomst met [bedrijf 2] ; (…) 25 Besluitvorming 25.1 Elk gewoon aandeel geeft recht op één (1) stem. Cumulatief preferente aandelen zijn stemrechtloos. 25.2 Voor zover de wet of deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen. 25.3 Onverminderd de artikelen 25.2 en 25.4 worden de volgende besluiten van de algemene vergadering genomen met een gekwalificeerde meerderheid van meer dan twee derde van de uitgebrachte stemmen: (a) een besluit tot goedkeuring van een overdracht van aandelen als bedoeld in artikel 10.2; (b) de benoeming, schorsing en het ontslag van uitvoerende bestuurders overeenkomstig artikel 13. 25.4 Onverminderd de artikelen 25.2 en 25.3 worden de volgende besluiten van de algemene vergadering genomen met een gekwalificeerde meerderheid van meer dan negentig procent (90%) van de uitgebrachte stemmen: (a) een besluit tot een statutenwijziging die specifiek afbreuk doet aan enig recht van een houder van aandelen die ten minste één procent (1%) van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen; (b) een besluit om de vennootschap te ontbinden of tot het effectueren van een juridische fusie of splitsing waarbij de vennootschap één van de partijen is; en (c) elke beperking of uitsluiting van een voorkeursrecht. 3.8. Bij voornoemde wijzigingen in 2020 is ook een ‘one-tier board’ ingesteld (monistisch bestuur). Het aan [gedaagde] gelieerde [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ), waarvan [naam 1] indirect bestuurder is, is aangesteld als uitvoerend bestuurder. De niet-uitvoerend bestuurders zijn [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] (hierna allen bij achternaam aan te duiden). Het Bezoldigingsbesluit 3.9. In de managementovereenkomst van 27 juli 2017, waarbij onder meer [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [naam 1] partij zijn, is voor de werkzaamheden van [bedrijf 2] een vergoeding overeengekomen van € 14.000,- per maand. 3.10. Op verzoek van [bedrijf 1] heeft Korn Ferry een benchmark uitgevoerd met betrekking tot de bezoldiging van de bestuurders van [bedrijf 1] . De uitkomst van de benchmark is dat het salaris voor een uitvoerend bestuurder als [bedrijf 2] ligt tussen de € 460.000,- en € 600.000,- per jaar, inclusief bonussen. 3.11. Op 23 oktober 2024 is een concept besluit aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (hierna: AVA) toegestuurd ten behoeve van de vergadering die op 5 november 2024 zou plaatsvinden, waarin door [naam 7] werd voorgesteld dat de bezoldiging van [naam 1] / [bedrijf 2] niet zou worden aangepast. Daarop heeft [naam 1] op 24 oktober 2024 gereageerd en zich op het standpunt gesteld dat de AVA zelfstandig bevoegd is om met gewone meerderheid op dit punt te beslissen. 3.12. Op de buitengewone vergadering van aandeelhouders (BAVA) van 5 november 2024 is bij gewone meerderheid het besluit genomen de bezoldiging van [bedrijf 2] met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 te verhogen naar € 27.000,- per maand (hierna: het Bezoldigingsbesluit). De bezoldiging van de niet-uitvoerend bestuurders is ook met terugwerkende kracht verhoogd, van € 2.000,- naar € 4.000,- per maand. Vogelgezang c.s. hebben bezwaren geuit tegen het Bezoldigingsbesluit, maar de vergoeding wordt thans wel uitbetaald. 3.13. Op 7 augustus 2025 hebben Vogelgezang c.s. en [bedrijf 1] (vertegenwoordigd door de niet-uitvoerend bestuurders van [bedrijf 1] ) een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de vso). Daarin staat, kort samengevat, dat Vogelgezang c.s. de kwestie omtrent het bezoldigingsbesluit enkel bij [gedaagde] aan de orde zullen stellen, en dat [bedrijf 1] zal handelen naar de uitkomst van onderhavige zaak. Ook zijn Vogelgezang c.s. finale kwijting met [bedrijf 1] en de (niet-uitvoerend) bestuurders overeengekomen met betrekking tot het geschil omtrent het Bezoldigingsbesluit. Default Event 3.14. Vogelgezang c.s. hebben vervolgens een voorstel gedaan om de statuten te wijzigen en in lijn te brengen met de aandeelhoudersovereenkomst zoals Vogelgezang c.s. die uitleggen. Op de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (BAVA) van 3 september 2025 is een voorstel tot wijziging van de statuten voorgelegd. [gedaagde] heeft tegen dit voorstel gestemd, waardoor het voorstel is verworpen. 3.15. In de aandeelhoudersovereenkomst staat de volgende bepaling: “9.1 Events of Default 9.1.1 A Shareholder shall be in default under this Agreement in case of any of the following events occurs in respect of that Shareholder (the Defaulting Shareholder ): (a) it, in its capacity as a Shareholder, commits a material breach of its obligations under clauses 4 (Amendment of the Articles of Association, and issue of new Shares) 7 (Transfer of shares), 8 (Put Option), this clause 9 (Events of Default), 10 (Failure to transfer), 13 (Future financing), 15 (Exit), 17 (Termination), 18 (Confidentiality and announcements) of this Agreement and where such breach is capable of remedy, it fails to remedy such breach within 20 (twenty) Business Days; (…) each a Default Event. 9.2 Transfer of default shares 9.2.1 The Defaulting Shareholder is obliged to offer the Shares held by it within 5 (five) Business Days after a Default Event has occurred and to transfer them to the Company, provided, however, that if the Company has not accepted such offer of Shares within 30 (thirty) Business Days after a Default Event has occurred, the offer is deemed to have been an offer by the Defaulting Shareholder to the other Shareholders pro rata to their respective holdings of Ordinary Shares, open for acceptance by the other Shareholders during a new term of 30 (thirty) Business Days. (…) 10 FAILURE TO TRANSFER Suspension of rights For such length of time as a Shareholder who is obligated to transfer Shares pursuant to this Agreement remains in default, the rights attached to its Shares (including voting rights) cannot be exercised and the right to distributions attached to such Shares shall be suspended.” 3.16. Vogelgezang c.s. hebben [gedaagde] per e-mail van 4 september 2025 verzocht haar positie te heroverwegen en uiterlijk op 6 oktober 2025 te reageren. Ook hebben Vogelgezang c.s. bevestiging gevraagd dat [gedaagde] voor de wijziging van de statuten zal stemmen. 3.17. Op 23 september 2025 heeft [gedaagde] laten weten geen reden te zien haar positie te heroverwegen en dat zij niet zal meewerken aan de voorgestelde statutenwijziging. Bij e-mail van 15 oktober 2025 hebben Vogelgezang c.s. [gedaagde] bericht dat zij menen dat sprake is van een Default Event als bedoeld in artikel 9.1 aandeelhoudersovereenkomst en [gedaagde] verzocht haar aandelen in [bedrijf 1] aan te bieden en over te dragen aan [bedrijf 1] . [gedaagde] heeft betwist dat sprake is van een default event en heeft haar aandelen niet aangeboden. 4 Het geschil 4.1. Vogelgezang c.s. vorderen, letterlijk weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Met betrekking tot het Bezoldigingsbesluit: I) Voor recht te verklaren dat het Bezoldigingsbesluit van 5 november 2024 nietig is ex artikel 2:14 BW; II) Subsidiair, namelijk voor het geval de onder (I) gevorderde verklaring voor recht niet wordt toegewezen, voor recht te verklaren dat (i) het Bezoldigingsbesluit van 5 november 2024 vernietigbaar is ex artikel 2:15 lid 1 sub b juncto artikel 2:8 BW, althans vernietigbaar was ten tijde van de Vaststellingsovereenkomst, althans en op de datum van deze dagvaarding; en/of (ii) de via het Bezoldigingsbesluit van 5 november 2024 vermeend geldende regel dat [bedrijf 2] jegens [bedrijf 1] aanspraak kan maken op een hogere bezoldiging dan EUR 14.000 per maand (ook overigens) buiten toepassing blijft wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 2:8 BW; III) Meer subsidiair, namelijk voor het geval de onder (I) of onder (II) gevorderde verklaring voor recht niet wordt toegewezen, voor recht te verklaren dat het Bezoldigingsbesluit van 5 november 2024 vernietigbaar is ex artikel 2:15 lid 1 sub a BW, althans vernietigbaar was ten tijde van de Vaststellingsovereenkomst, althans op de datum van deze dagvaarding; Met betrekking tot de aanbiedingsplicht: IV) [gedaagde] te gebieden al haar aandelen in [bedrijf 1] binnen 20 werkdagen na de datum van het vonnis aan [bedrijf 1] aan te bieden conform haar aanbiedingsplicht ex artikel 9.1.1 (a) juncto artikel 9.2.1 van de Aandeelhoudersovereenkomst, tegen de prijs als bepaald in artikel 9.2.2 van de Aandeelhoudersovereenkomst, op straffe van een dwangsom van EUR 250.000, te betalen aan Eiseressen naar rato van hun aandelenbelang, voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van EUR 25 miljoen; V) Voor recht te verklaren dat [gedaagde] sinds 23 oktober 2025 alle aan haar aandelen in [bedrijf 1] verbonden rechten, waaronder het stemrecht, niet meer kan uitoefenen en dat het recht op dividend dat aan deze aandelen is verbonden vanaf diezelfde datum is opgeschort; en Met betrekking tot de statutenwijziging (subsidiair): ( VI) Subsidiair, namelijk voor het geval het onder (IV) gevorderde gebod en/of de onder (V) gevorderde verklaring voor recht niet worden toegewezen, [gedaagde] te gebieden om binnen 20 werkdagen na het wijzen van het vonnis in de hoofdzaak volledige medewerking te verlenen aan een statutenwijziging van [bedrijf 1] waarmee alsnog uitvoering wordt gegeven aan de verplichting van artikel 4.1(A) onder (iii) jo. 4.1(A) onder (iv) Aandeelhoudersovereenkomst, op straffe van een dwangsom van EUR 250.000 per dag, te betalen aan Eiseressen naar rato van hun aandelenbelang, voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van EUR 25 miljoen; en [gedaagde] te veroordelen om de kosten van dit geding inclusief de nakosten te voldoen binnen veertien (14) dagen na de datum van het vonnis, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn voldaan, hierover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente verschuldigd is. 4.2. Vogelgezang c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat het Bezoldigingsbesluit nietig is, omdat in strijd is gehandeld met de statutaire bevoegdheidsverdeling en een vereiste voorafgaande handeling ontbreekt. Op basis van artikel 15.3 van de statuten is het wijzigen van de managementovereenkomst en/of het beloningsmodel voorbehouden aan het Bestuur, en heeft de AVA slechts een goedkeuringsbevoegdheid. 4.3. Subsidiair vorderen Vogelgezang c.s. een verklaring voor recht dat het Bezoldigingsbesluit vernietigbaar is. Daarbij heeft zij, ondanks dat [bedrijf 1] niet in de procedure is betrokken, belang, nu [bedrijf 1] in de vso toegezegd heeft de uitspraak in deze zaak na te zullen leven. 4.4. Vogelgezang c.s. stellen verder dat de statuten niet in lijn zijn met de aandeelhoudersovereenkomst. Partijen twisten in dat kader over de uitleg van de zinsnede tussen haakjes (hierna onderstreept) in artikel 4.1 A onder iv (“that the resolutions of the General Meeting that are described in Schedule 4 (B) (including resolutions, as referred to above under iii, to approve certain actions and/or decisions of the Board) shall require a qualified majority of 2/3 (two thirds) of the votes validly cast (the Shareholder Qualified Reserved Matters) ”) in samenhang bezien met het bepaalde in artikel 4, A, onder iii. Daarmee is volgens Vogelgezang c.s. overeengekomen dat besluiten van het bestuur die in Schedule 4 onder A staan, door de AVA met tweederde meerderheid moeten worden goedgekeurd. De onderwerpen van Schedule 4 onder A zijn daarmee voorbehouden aan het bestuur én moeten met tweederde meerderheid van de AVA worden goedgekeurd. Bij de onderwerpen Schedule 4 onder A wordt ook de aanpassing van de managementovereenkomst met [bedrijf 2] genoemd. De zinsnede tussen haakjes is door een kennelijke vergissing van de notaris niet in de statuten overgenomen. Omdat de statuten niet in lijn zijn met de aandeelhoudersovereenkomst, moet aan de afspraak om de statuten conform de aandeelhoudersovereenkomst op te stellen nog altijd uitvoering worden gegeven. Vogelgezang c.s. hebben [gedaagde] gesommeerd om mee te werken aan een statutenwijziging om de statuten in lijn te brengen met de aandeelhoudersovereenkomst. [gedaagde] heeft geweigerd daaraan mee te werken. Dat is een ‘material breach’ in de zin van artikel 9.1.1 onder (a) van de aandeelhoudersovereenkomst. Op grond van artikel 9.2 is [gedaagde] daarom gehouden om haar aandelen aan te bieden aan – in eerste instantie – [bedrijf 1] , en daarna naar rato aan de aandeelhouders van [bedrijf 1] , waaronder voornamelijk Vogelgezang c.s., aldus (steeds) Vogelgezang c.s. 4.5. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Vogelgezang c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Vogelgezang c.s., met veroordeling van Vogelgezang c.s. in de kosten van deze procedure. 4.6. Primair voert [gedaagde] daartoe aan dat de eis kennelijk niet-ontvankelijk is omdat onder meer [bedrijf 1] in de procedure had moeten worden betrokken. Verder zijn Vogelgezang c.s. kennelijk niet ontvankelijk omdat zij geen belang hebben bij (een deel van) de vorderingen. Door [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] niet in de procedure te betrekken, kan de verklaring voor recht dat het Bezoldigingsbesluit van [bedrijf 1] nietig of vernietigbaar is niet worden toegewezen. Voor het alsnog instellen van een vordering tot vernietiging van het besluit tegen [bedrijf 1] is inmiddels ook de vervaltermijn van artikel 2:15 lid 5 BW verstreken. 4.7. [gedaagde] voert verder aan dat de AVA zelfstandig bevoegd was om op de bezoldiging van [bedrijf 2] te beslissen op grond van artikel 13.7 van de statuten. Dat artikel bepaalt dat de AVA beslist over de bezoldiging van de bestuurders. De statuten zijn, anders dan Vogelgezang c.s. menen, wel degelijk in lijn met de aandeelhoudersovereenkomst. Partijen zijn overeengekomen dat als het bestuur op de onderwerpen van Schedule 4 onder A beslist, de AVA daar goedkeuring aan moet geven. De AVA mag ook zelf beslissen op deze onderwerpen. Voor de onderwerpen onder A geldt dat een gewone meerderheid vereist is. De zin tussen haakjes in artikel 4.1 A onder iv dient er enkel toe om aan te geven dat als een onderwerp onder A ook onder B valt, dat het goedkeuringsbesluit dan met tweederde meerderheid moet worden genomen. Het is een anti-ontduikbepaling die niet in de statuten opgenomen hoefde te worden. De uitleg die Vogelgezang c.s. geven aan de aandeelhoudersovereenkomst zou ook maken dat het verschil tussen ‘shareholder reserved matters’ en ‘shareholder qualified reserved matters’ betekenisloos is. De systematiek van de statuten zou ook niet kloppen als de uitleg van Vogelgezang c.s. wordt gevolgd, omdat veel belangrijke besluiten die aan de AVA zijn voorbehouden, met een gewone meerderheid moeten worden genomen, aldus (steeds) [gedaagde] . 4.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. In onderhavige zaak liggen verschillende geschilpunten voor. De geschillen zijn ontstaan naar aanleiding van het nemen van het Bezoldigingsbesluit. Partijen twisten over de vraag of dat besluit nietig dan wel vernietigbaar is. Dat zal eerst aan de orde komen. Daarna zal het onderliggende probleem, namelijk hoe de aandeelhoudersovereenkomst moet worden uitgelegd en of de inhoud daarvan overeenstemt met de statuten, aan de orde komen. 5.2. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Vogelgezang c.s. kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [naam 3] en de notaris in de procedure betrokken hadden moeten worden. Dat Vogelgezang c.s. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] niet in de procedure hebben betrokken leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Zoals hierna zal blijken heeft dit wel gevolgen voor de gevorderde verklaringen voor recht dat het Bezoldigingsbesluit nietig is, dan wel vernietigbaar is of was. Primair: Verklaring voor recht dat het besluit nietig is (artikel 2:14 BW) 5.3. Vogelgezang c.s. stelt primair dat artikel 15.3 zo moet worden begrepen dat het bestuur exclusief bevoegd is om te beslissen over de bezoldiging van [bedrijf 2] . Met deze bepaling is volgens hen specifiek afgeweken van artikel 13.7, dat bepaalt dat de bevoegdheid om te beslissen op de bezoldiging en arbeidsvoorwaarden voor bestuurders toekomt aan de AVA. Uitgaande van die uitleg is het Bezoldigingsbesluit volgens Vogelgezang c.s. in strijd met de statuten tot stand gekomen. Zij vorderen daarom een verklaring voor recht dat het Bezoldigingsbesluit nietig is. 5.4. Anders dan geldt voor een vordering tot vernietiging van een besluit, waarop hierna in 5.6 en verder zal worden ingegaan, vereist artikel 2:14 BW voor een verklaring voor recht dat een besluit nietig is niet dat een daartoe strekkende vordering wordt ingesteld door of tegen de rechtspersoon waarvan een orgaan het betreffende besluit heeft genomen. Wel geldt dat de (onherroepelijke) uitspraak waarbij die nietigheid wordt vastgesteld slechts voor eenieder bindend is (de erga omnes werking) als de rechtspersoon partij in het geding is geweest (artikel 2:16 lid 1 BW). Nu Vogelgezang c.s. ervoor hebben gekozen om [bedrijf 1] niet in de procedure te betrekken, zal een uitspraak dat het Bezoldigingsbesluit nietig is, voor zover inhoudelijk al toewijsbaar, geen erga omnes werking hebben. De vraag is welk belang Vogelgezang c.s. dan hebben bij deze vordering. Vogelgezang c.s. hebben weliswaar gesteld dat zij voldoende belang hebben omdat de niet-uitvoerend bestuurders van [bedrijf 1] een vso hebben getekend waarin zij aangeven uitvoering te zullen geven aan een rechterlijke uitspraak op dit punt, maar dat is niet voldoende – nog daargelaten of [bedrijf 1] door de niet-uitvoerend bestuurders bevoegd is vertegenwoordigd bij het sluiten van de vso. Het Bezoldigingsbesluit gaat over de bezoldiging van [bedrijf 2] door [bedrijf 1] , en beide partijen zijn niet in de procedure betrokken. Tegen deze partijen zou een dergelijke uitspraak dan ook geen werking hebben. Vogelgezang c.s. hebben gelet hierop onvoldoende onderbouwd wat hun belang bij deze vordering dan is. Dat heeft tot gevolg dat de vordering om voor recht te verklaren dat het Bezoldigingsbesluit nietig is moet worden afgewezen. Vogelgezang c.s. kunnen dit niet herstellen met het door hen ter zitting gedane aanbod om [bedrijf 1] alsnog in de procedure te betrekken. Zij hebben er bij het uitbrengen van de dagvaarding bewust voor gekozen om dat niet te doen en daarmee onderhavig risico genomen. Het alsnog mogen oproepen van [bedrijf 1] zou in strijd zijn met de goede procesorde. Subsidiair: Verklaring voor recht dat het besluit vernietigbaar is of was (artikel 2:15 BW) 5.5. Vogelgezang c.s. vorderen subsidiair een verklaring voor recht dat het Bezoldigingsbesluit vernietigbaar is of was op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW (strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW), dan wel dat de op grond van het Bezoldigingsbesluit geldende aanspraak op hogere bezoldiging buiten toepassing blijft. Meer subsidiair vorderen Vogelgezang c.s. een verklaring voor recht dat het Bezoldigingsbesluit vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a BW, waarin staat dat een besluit vernietigbaar is wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen. 5.6. De rechtbank is van oordeel dat deze vorderingen moeten worden afgewezen. In artikel 2:15 BW is geregeld dat vernietiging van een besluit van een orgaan van een rechtspersoon geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op vordering tegen de rechtspersoon, dan wel op vordering van de rechtspersoon zelf. Vogelgezang c.s. hebben er bewust voor gekozen om [bedrijf 1] niet in deze procedure te betrekken. Vanwege het niet voldoen aan het voorschrift dat de vordering door of tegen [bedrijf 1] is ingesteld, is het besluit dus niet vernietigbaar. De creatieve weg die Vogelgezang c.s. hebben gekozen door, zonder [bedrijf 1] in de procedure te betrekken, eveneens een verklaring voor recht te vragen dat het besluit vernietigbaar was ten tijde van het aangaan van de vso en/of ten tijde van de dagvaarding (hetgeen binnen de vervaltermijn was) kan hen daarbij niet baten. Dat zou immers afbreuk doen aan de wettelijke bepaling dat vernietiging enkel tegen of door de rechtspersoon zelf kan worden gevraagd. 5.7. Ook de vordering om voor recht te verklaren dat de hogere bezoldigingsaanspraak op grond van het Bezoldigingsbesluit buiten toepassing blijft wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW is niet toewijsbaar. Mogelijke strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW had getoetst kunnen worden op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW, indien de vordering door of tegen [bedrijf 1] was ingesteld. Dat is niet gebeurd. Daarmee is toetsing aan artikel 2:8 BW in deze procedure niet aan de orde. 5.8. De conclusie van het voorgaande is dat de gevraagde verklaringen voor recht (de vorderingen I, II en III) afgewezen worden. 5.9. Hoewel de geldigheid van het Bezoldigingsbesluit een relevant geschilpunt is tussen partijen, is dat echter niet het belangrijkste punt. De echte kern van het geschil is hoe de aandeelhoudersovereenkomst moet worden uitgelegd, en of de statuten daarmee in overeenstemming zijn. Aan de uitkomst daarvan hangen vrijwel alle (overige) vorderingen af. Uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst 5.10. Alle vorderingen zijn in de kern gebaseerd op de uitleg van artikel 4.1 (A), in combinatie met Schedule 4, van de aandeelhoudersovereenkomst. Het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen hangt af van wat partijen jegens elkaar hebben verklaard, en van wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. [gedaagde] heeft in het kader van de interpretatie van de aandeelhoudersovereenkomst en statuten aangevoerd dat partijen in artikel 22.3 overeengekomen zijn dat de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten sluitend bewijs zijn van wat is overeengekomen, waarbij ieder ander bewijs van wat is overeengekomen is uitgesloten (inclusief eerdere documentatie en stukken). De bepaling waar [gedaagde] op wijst is een zogeheten ‘ entire agreement clause ’. Welke betekenis aan zo’n clausule toekomt hangt echter af van de omstandigheden van het geval, waaronder de bewoordingen van de clausule, de aard, de inhoud, de strekking en de mate van gedetailleerdheid van de overeenkomst waarvan de clausule deel uitmaakt, en de wijze waarop de clausule tijdens de onderhandelingen ter sprake is gekomen en onderdeel van de overeenkomst is geworden. Een ‘entire agreement clause’ is op zichzelf geen uitlegbepaling maar beoogt veelal te bewerkstelligen dat partijen niet zijn gebonden aan eerdere op de overeenkomst betrekking hebbende afspraken die daarmee in strijd zijn, indien die afspraken niet in de overeenkomst zijn opgenomen en de overeenkomst evenmin daarnaar verwijst. De clausule staat er evenwel niet zonder meer aan in de weg dat voor de uitleg van de in de overeenkomst vervatte bepalingen betekenis wordt toegekend aan verklaringen die zijn afgelegd dan wel gedragingen die zijn verricht, in het stadium voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst (ECLI:NL:HR:2013:BY8101). De entire agreement clause die partijen overeengekomen zijn (ro. 3.6) geeft geen aanleiding om bijvoorbeeld de correspondentie over de wijziging, voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, buiten beschouwing te laten. De clausule strekt ertoe te bepalen dat er geen andere afspraken zijn dan neergelegd in de Transaction documents. Het uitleggen van de overeenkomst aan de hand van eerdere gedragingen en uitlatingen wordt daarmee niet beperkt. De relevante correspondentie en gedragingen zullen dan ook in het navolgende bij de beoordeling worden betrokken. 5.11. Vogelgezang c.s. stellen dat uit artikel 4.1 A onder iii. en iv. in combinatie met Schedule 4, blijkt dat de goedkeuringsbesluiten van de AVA met betrekking tot de onderwerpen die op lijst A van Schedule 4 staan (‘Shareholder Reserved Matters’) bij gekwalificeerde meerderheid (tweederde van de stemmen) moeten worden genomen, en dat de beslissingen met betrekking tot deze onderwerpen exclusief voorbehouden zijn aan het bestuur. Als die uitleg juist is, dan is de aandeelhoudersovereenkomst niet op juiste wijze in de statuten neergelegd. In de statuten staat immers niet dat besluiten van de AVA om besluiten van het bestuur op de punten in Schedule 4 onder A goed te keuren bij gekwalificeerde meerderheid moeten worden genomen. De stelplicht en bewijslast dat artikel 4.1 (A) van de aandeelhoudersovereenkomst, in combinatie met Schedule 4, zo moet worden uitgelegd dat het bestuur exclusief bevoegd is te beslissen op de shareholder reserved matters en de AVA vervolgens bij gekwalificeerde meerderheid daarop moet beslissen ligt op grond van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij Vogelgezang c.s. Moet de aandeelhoudersovereenkomst gelezen worden zoals Vogelgezang c.s. voorstaan? 5.12. De rechtbank is van oordeel dat de uitleg die Vogelgezang c.s. geven aan de aandeelhoudersovereenkomst moet worden gevolgd. Weliswaar zijn er ook argumenten die pleiten voor het andersluidende standpunt van [gedaagde] , maar deze leggen tegenover de gemotiveerde stellingen van Vogelgezang c.s. onvoldoende gewicht in de schaal. Voor dit oordeel is het volgende redengevend. 5.13. In artikel 4.1 A van de aandeelhoudersovereenkomst staat onder iii. dat besluiten en acties van het bestuur, zoals genoemd in Schedule 4 onder A, moeten worden goedgekeurd door de AVA. Onder iv. staat dat besluiten van de AVA van Schedule 4 onder B, inclusief de beslissingen waaraan onder iii wordt gerefereerd, bij gekwalificeerde meerderheid moeten worden genomen. De tekst van de zin tussen haakjes ( including resolutions …) verwijst duidelijk naar de goedkeuringsbesluiten onder iii en pleit voor een uitleg zoals Vogelgezang c.s. voorstaan. Dat in Schedule 4 als titel ‘Shareholders reserved matters’ is opgenomen bij lijst A, is zeker verwarrend, maar sluit de uitleg die Vogelgezang c.s. geven aan de aandeelhoudersovereenkomst ook niet uit. Uit de aandeelhoudersovereenkomst zelf volgt immers dat het bestuur mag beslissen op deze punten, maar dat zij wel de goedkeuring van de aandeelhouders nodig heeft. De aandeelhouders hebben dus ook op de onderwerpen van Schedule 4 onder A, een beslissende stem. Binnen die systematiek en verdeling van zeggenschap past dan dat (ook) voor de goedkeuring van de aandeelhouders wel een gekwalificeerde meerderheid nodig is. [gedaagde] heeft, hoewel daartoe meermaals uitgenodigd, geen duidelijke toelichting kunnen geven op hoe de door haar voorgestane uitleg van de zin tussen haakjes past in de systematiek van de andere bepalingen. Dat een onderwerp zowel onder lijst A als lijst B zou vallen, is onlogisch en voorbeelden daarvan ontbreken. De zin tussen haakjes zou, als de uitleg van [gedaagde] wordt gevolgd, feitelijk ook geen enkele betekenis hebben. 5.14. Dat de uitleg van Vogelgezang c.s. meer voor de hand ligt, blijkt ook uit de totstandkoming van de aandeelhoudersovereenkomst. Vogelgezang c.s. hebben ter zitting in dit kader aangevoerd dat de uitleg die zij geven aan de overeenkomst wordt ondersteund door de door haar overgelegde productie 41, waarin [naam 1] schrijft dat de aanpassingen nu in lijn zijn met de gevoerde gesprekken. Die e-mail is een reactie op een term sheet van 12 februari 2020 die aan [naam 1] is toegestuurd (r.o. 3.4). In dat document staat, kort gezegd, dat op de beslissingen of acties van het bestuur onder A voorafgaande toestemming van de AVA vereist is, en dat die toestemming met 65% van de geldig uitgebrachte stemmen moet worden gegeven. Dat komt dus overeen met de aandeelhoudersovereenkomst zoals die uiteindelijk is gesloten, ware het niet dat daar nog wel enkele termen in zijn veranderd (zo is de term ‘Management Board Reserved Matters’ gewijzigd in ‘Shareholder Reserved Matters’). [gedaagde] heeft daarover nog aangevoerd dat het een concept Term Sheet betreft die nooit overeengekomen is, en dat daarna nog nieuwe voorstellen zijn uitgewisseld tussen partijen. [gedaagde] heeft dit echter niet onderbouwd en ook niet toegelicht welke essentiële wijzigingen daarna nog hebben plaatsgevonden. 5.15. Het is op zichzelf juist dat nergens in de aandeelhoudersovereenkomst letterlijk staat dat het bestuur exclusief bevoegd is om op de onderwerpen onder A te beslissen. In artikel 4.1 A wordt echter wel onderscheid gemaakt tussen de goedkeuringsbevoegdheid van de AVA met betrekking tot een besluit van het bestuur (onder iii) en een (zelfstandig) besluit van de AVA (o.a. onder iv). Mede met het oog op artikel 2:217 BW, dat bepaalt dat aan de AVA alle bevoegdheid behoort die niet aan het bestuur of aan anderen is toegekend, ligt het niet voor de hand dat de beslissingsbevoegdheid op de onderwerpen onder A zowel aan het bestuur (met goedkeuring van de AVA) als aan de AVA zelf toekomt. Dat volgt ook niet uit de tekst van de aandeelhoudersovereenkomst. Uit de formulering van artikel 4.1 A volgt ook niet dat de AVA zelf óók bevoegd is te beslissen op de onderwerpen onder A. Een concrete verwijzing naar een dergelijke bevoegdheid(sverdeling) in de aandeelhoudersovereenkomst ontbreekt dan ook. Dat de AVA zelf ook bevoegd zou zijn om beslissingen te nemen op de onderwerpen onder A is ook niet terug te vinden in de overgelegde concepten en correspondentie daarover. 5.16. Ook uit onderdeel vi van artikel 4.1 A kan dit niet worden geconcludeerd. Daar staat immers dat alle andere beslissingen van de AVA een gewone meerderheid vereisen. Het zodanig interpreteren van deze bepaling dat daaruit volgt dat de AVA zelfstandig ook op de onderwerpen onder A kan beslissen, omdat dit een andere beslissing zou zijn dan een goedkeuringsbeslissing, is een (te) ruime interpretatie. Die interpretatie is weliswaar tekstueel wellicht niet onmogelijk, maar [gedaagde] heeft deze uitleg niet (nader) onderbouwd. [gedaagde] heeft aangevoerd dat er op het punt van de bevoegdheid(sverdeling) discussie is geweest omdat het voor [gedaagde] belangrijk was dat hij als (meerderheids)aandeelhouder kon beslissen op bepaalde punten, maar die discussie is ook niet onderbouwd en ook heeft [gedaagde] niet nader toegelicht waar die discussie precies op zag, en wat daarbij is besproken en uitonderhandeld. 5.17. [gedaagde] heeft ook aangevoerd dat hij de touwtjes in handen wilde houden en aan het stuur wilde blijven als oprichter. Daar staan artikel 4.1 A en Schedule 4 echter niet aan in de weg. De uitleg die Vogelgezang c.s. geven aan de aandeelhoudersovereenkomst bieden de minderheidsaandeelhouders weliswaar een vorm van bescherming tegen de meerderheids-aandeelhouder, maar doordat [gedaagde] zowel enig uitvoerend bestuurder en meerderheidsaandeelhouder is, is hij toch van veel zeggenschap verzekerd. Zonder de instemming van [gedaagde] kan geen meerderheid worden bereikt. 5.18. Gelet op voornoemde omstandigheden, volgt de rechtbank de door Vogelgezang c.s. voorgestane uitleg. Default event, aanbiedingsplicht en opschorting rechten? 5.19. Vogelgezang c.s. heeft [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure verzocht om mee te werken aan een statutenwijziging. [gedaagde] heeft dat geweigerd, ook nadat haar daarvoor een termijn van twintig werkdagen was geboden om alsnog mee te werken. De vraag is of die weigering een default event oplevert als bedoeld in artikel 9.1.1 onder a van de aandeelhoudersovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is, en wel om het volgende. 5.20. Een aandeelhouder is kort gezegd onder meer ‘in default’ als sprake is van een ‘material breach’ van zijn verplichtingen van onder meer artikel 4, en daarna ook zijn medewerking niet verleent aan het herstel daarvan. Anders dan [gedaagde] aanvoert is de aandeelhoudersovereenkomst, meer specifiek de regelingen die de bevoegdheid van het bestuur en de AVA regelen, niet op juiste wijze in de statuten overgenomen, zodat daarmee artikel 4 niet op juiste wijze is uitgevoerd. Dát de aandeelhoudersovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat de statuten daarmee niet overeenstemmen, is echter onderwerp van discussie geweest. Pas met het hiervoor gegeven oordeel over de uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst komt vast te staan hoe de afspraken tussen partijen moeten worden uitgelegd, en daarmee dus ook dat de statuten daarmee niet in overeenstemming zijn. Anders dan Vogelgezang c.s. aanvoert was die uitleg, door de gebrekkige formulering van de aandeelhoudersovereenkomst, niet zo evident dat [gedaagde] de statuten niet anders had kunnen begrijpen dan Vogelgezang c.s. voorstond, te meer omdat partijen bij het opstellen van de gewijzigde statuten door professionals zijn bijgestaan en die gewijzigde statuten door een notaris zijn opgesteld. Dan mogen partijen er in beginsel van uitgaan dat de statuten in overeenstemming met de afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst zijn aangepast. [gedaagde] heeft in 2020 dus wel meegewerkt aan de wijziging van de statuten, maar pas in 2024 is een geschil ontstaan en pas met het oordeel van de rechtbank blijkt nu dat de statutenwijziging in 2020 niet correct is geweest. Onder die omstandigheden is geen sprake van een material breach als bedoeld in artikel 9.1.1 (a). 5.21. Het standpunt van [gedaagde] dat artikel 4 een ‘losse’ overeenkomst is (de subscription agreement), die door uitvoering daarvan middels de wijziging van de statuten in 2020 al is uitgewerkt, wordt niet gevolgd. Zoals hiervoor is overwogen is artikel 4 niet volledig op juiste wijze uitgevoerd, nu de bepalingen die de aandeelhouders volgens dit artikel in de statuten hadden moeten opnemen daarin niet op juiste wijze terecht zijn gekomen. Artikel 4 is derhalve niet volledig uitgevoerd. 5.22. Ook het beroep van [gedaagde] op de klachtplicht slaagt niet. In onderhavige zaak dient te worden gekeken naar de klachtplicht van artikel 6:89 BW. Weliswaar heeft een aandelentransactie plaatsgevonden, maar het gebrek waar hier volgens [gedaagde] over geklaagd had moeten worden ziet niet op de levering van die aandelen, maar op het niet juist uitvoeren van artikel 4.1 van de aandeelhoudersovereenkomst, zijnde het op overeengekomen wijze wijzigen van de statuten. Daarop is niet de klachtplicht van artikel 7:23 BW van toepassing maar de klachtplicht van artikel 6:89 BW. Ter zitting hebben Vogelgezang c.s. toegelicht dat pas door het Bezoldigingsbesluit discussie ontstond over het (mogelijke) verschil tussen de inhoud van de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten. Vogelgezang c.s. hebben dit punt daarna aangekaart, waaruit uiteindelijk deze procedure is voortgekomen. [gedaagde] heeft in dat kader ook niet betwist dat dit onderwerp niet eerder een punt van discussie is geweest. [gedaagde] stelt echter dat Vogelgezang c.s. het gebrek had moeten ontdekken toen zij de concept statuten ontvingen, dan wel nadat de notariële akte is verleden. De rechtbank is echter van oordeel dat Vogelgezang c.s. het gebrek op dat moment nog niet had moeten ontdekken. Het kon van Vogelgezang c.s. op dat moment niet verlangd worden dat zij uitgebreid zou onderzoeken of de statutenwijziging in orde was. Het betreft een gebrek dat niet in het oog springend is en ook bij het doorlezen van de statuten eenvoudig over het hoofd gezien kan worden, zeker als de lezer zelf geen deskundige is. Het ontdekken van dit gebrek zou een uitgebreide vergelijking van de aandeelhoudersovereenkomst met de (concept) statuten vereisen. Nu de statuten op basis van de aandeelhoudersovereenkomst door een notaris zijn opgesteld, kon een dergelijk onderzoek van Vogelgezang c.s. niet gevergd worden. Vogelgezang c.s. mochten er in beginsel vanuit gaan dat de notaris de statuten had opgesteld conform de aandeelhoudersovereenkomst. Dat eerder dan bij het Bezoldigingsbesluit sprake is geweest van een besluit dat onder lijst A viel, waarbij partijen het gebrek hadden moeten ontdekken, is evenmin gebleken. Vogelgezang c.s. hebben dus binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek geklaagd. 5.23. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat artikel 4 van de aandeelhouders-overeenkomst, meer specifiek artikel 4.1. onder A, niet geheel correct is uitgevoerd, maar dat dit niet leidt tot een default event, omdat nu pas duidelijk is geworden hoe de aandeelhouders-overeenkomst moet worden uitgelegd en in de statuten had moeten worden neergelegd. Dat heeft tot gevolg dat [gedaagde] thans niet gehouden is haar aandelen aan te bieden (artikel 9 aandeelhoudersovereenkomst), en dat haar rechten ook niet zijn opgeschort (artikel 10 aandeelhoudersovereenkomst). 5.24. Toepassing van artikel 9 zoals Vogelgezang c.s. beogen zou bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Dat partijen over de uitleg van artikel 4.1 A van de aandeelhoudersovereenkomst discussie hebben gekregen is te begrijpen, nu de formulering van de afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst ruimte laat voor verschillende interpretaties. Om in die situatie over te gaan tot het feitelijk onteigenen van [gedaagde] , oprichter en meerderheidsaandeelhouder van [bedrijf 1] , is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, en past ook niet bij de aard van artikel 9, namelijk het gebruik van dit middel indien een aandeelhouder weigert zijn verplichtingen op bepaalde punten na te komen. Dat [gedaagde] een verplichting nog niet is nagekomen, blijkt nu pas. Gebod tot medewerking? 5.25. Vogelgezang c.s. vorderen verder om [bedrijf 1] te gebieden mee te werken aan een statutenwijziging waarmee alsnog uitvoering wordt gegeven aan de verplichting van artikel 4.1(A) onder iii en iv aandeelhoudersovereenkomst. Hoewel [gedaagde] , gezien het hiervoor gegeven oordeel over de uitleg van artikel 4.1 (A) onder (iii) en (iv), in combinatie met schedule 4, zal moeten meewerken aan het aanpassen van de statuten zodat die in lijn worden gebracht met de (uitleg die wordt gegeven aan de) aandeelhoudersovereenkomst, kan dit deel van de vordering niet worden toegewezen, en wel om het volgende. Ter zitting hebben Vogelgezang c.s. zich op het standpunt gesteld dat zij met haar laatste vordering beoogt dat [gedaagde] dient mee te werken aan de door haar in concept overgelegde statutenwijziging. Dat is echter niet hoe de vordering in de dagvaarding is voorgelegd. Vogelgezang c.s. vorderen daarin enkel een gebod tot medewerking aan het alsnog uitvoeren van de verplichting van artikel 4.1 (A) onder (iii) en (iv), en niet medewerking aan het doorvoeren van de door hen in concept opgestelde statutenwijziging, waarvan de juistheid ook niet ter beoordeling is voorgelegd. [gedaagde] heeft zich dan ook niet goed tegen de inhoud van de beoogde statutenwijziging kunnen verweren. Bovendien heeft [gedaagde] op dit punt wel aangevoerd dat met de door Vogelgezang c.s. beoogde wijziging van de statuten niet de interpretatie van de aandeelhoudersovereenkomst van Vogelgezang c.s., die door de rechtbank wordt gevolgd, wordt geïmplementeerd. Partijen zijn het dus ook niet eens over de tekstuele wijziging van de statuten en of daarmee de uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst wel goed in de statuten terechtkomt.