Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-06-09
ECLI:NL:RBAMS:2026:5770
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/2959 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. J. Zevenboom), en de korpschef van politie, (gemachtigde: mr. P.A.M. van der Schot). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een verzoek van eiser op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg). Eiser heeft verzocht om een passage uit zijn persoonsscreeningsrapport, opgesteld door de Dienst Regionale Organisatie, te laten verwijderen. Hij is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek. De rechtbank onderzoekt aan de hand van de door eiser aangevoerde gronden of de korpschef het verzoek tot verwijdering terecht heeft afgewezen. 1.1 De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef het verwijderingsverzoek terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en wat de gevolgen daarvan zijn. Procesverloop 2. Eiser heeft een verzoek tot verwijdering van politiegegevens ingediend. Met een besluit van 1 april 2024 (het bestreden besluit) heeft de korpschef het verzoek afgewezen. 2.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2 De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de korpschef. 2.3 De rechtbank heeft het onderzoek op 24 februari 2026 heropend en de korpschef verzocht om aanvullende stukken op te sturen. 2.4 De korpschef heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van dit stuk. Eiser heeft op zitting toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb. Op 27 mei 2025 is het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiser heeft met een brief van 23 oktober 2024 een verzoek ingediend bij de korpschef om verwijdering van hem betreffende politiegegevens op grond van artikel 28 van de Wpg. Het verzoek ziet op een document van 7 maart 2023 opgesteld door de Dienst Regionale Informatie Organisatie (het DRIO-document). Het document betreft een persoonsscreening in opdracht van de gemeente Amsterdam ten behoeve van een Drank- en Horecavergunning. In dit document staat onder andere: “Zo was er de [bedrijf] in de [adres] waar tijdens observatie gezien was dat er pakketjes over gegeven werd aan een taxichauffeur. Die vervolgens aangehouden werd ter zake handel verdovende middelen.” (de passage). 3.1 De korpschef heeft met het bestreden besluit het verzoek afgewezen. Volgens de korpschef gaat de passage over het bedrijf [bedrijf] en een taxichauffeur, en niet over politiegegevens van eiser zelf. Eiser kan daarom volgens de korpschef geen beroep doen op artikel 28 van de Wpg. Toetsingskader 4. Het verwijderingsverzoek is gebaseerd op artikel 28, eerste en tweede lid, van de Wpg. Dit artikel geeft een betrokkene recht op verwijdering van onjuiste politiegegevens die op hem betrekking hebben. 4.1 Volgens vaste rechtspraak is dit recht niet bedoeld om indrukken, meningen en conclusies waarmee de betrokkene zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen. Voor zover verzoeken betrekking hebben op feitelijke gegevens, moet de verzoeker aannemelijk te maken dat deze gegevens onjuist zijn. Ziet de passage op de persoonsgegevens van eiser? 5. Eiser, eigenaar van de [bedrijf] , stelt dat de passage niet correspondeert met de bij hem bekende gegevens. Volgens hem heeft de observatie daarin niet plaatsgevonden. Eiser wil deze passage daarom laten verwijderen. Eiser stelt dat de passage betrekking heeft op hem betreffende politiegegevens. Hij verwijst hiervoor naar de context van het DRIO-document, waarin zij