Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-12
ECLI:NL:RBAMS:2026:4362
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Proceskostenveroordeling
2,328 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 text/xml public 2026-05-11T11:21:44 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-12 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Uitspraak Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 text/html public 2026-05-07T12:18:28 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2026 / 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Niet volledig gevolg gegeven aan instructies tussenvonnis. Niet voldaan aan de stelplicht, waardoor geen goede beslissing kan worden gegeven. Vordering afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Vonnis van 12 maart 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: Bill Incasso B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 januari 2026, - de akte van eisende partij, met producties. 1.2. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieplichten. Daarnaast diende zij ontbrekende algemene voorwaarden in het geding te brengen, zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid daarvan. 2.2. In het tussenvonnis is expliciet overwogen dat de summiere ‘ja’ op de vraag of is voldaan aan de informatieplichten niet volstaat en dat eisende partij per essentiële informatieplicht gemotiveerd moet stellen op welke wijze zij daaraan heeft voldaan (overweging 2.3 van het tussenvonnis). 2.3. In de akte beschrijft eisende partij kort de wijze waarop zij normaliter overeenkomsten sluit, maar niet duidelijk is of de onderhavige overeenkomst ook op die wijze is gesloten, terwijl dat laatste van belang is om te bepalen welke informatieplichten van toepassing zijn waarvan de naleving ambtshalve moet worden getoetst. Eisende partij heeft zich ook niet gehouden aan de instructie in het tussenvonnis om per essentiële informatieplicht toe te lichten op welke wijze zij daaraan heeft voldaan. Zij schrijft slechts dat tijdens een rondleiding (waarvan niet duidelijk is of die in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden) ‘alles mondeling wordt toegelicht’. 2.4. Geoordeeld wordt dat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig heeft verstrekt, waardoor zij het de kantonrechter onmogelijk heeft gemaakt om zijn taak, te weten het geven van een juiste beslissing na ambtshalve toetsing van (de totstandkoming van) de overeenkomst, goed uit te voeren. Hierdoor kan niet worden vastgesteld in hoeverre de gevorderde hoofdsom toewijsbaar is, nu niet duidelijk is of, en zo ja welke sanctie moet worden opgelegd in verband met niet naleving van essentiële informatieplichten. 2.5. Voorts heeft eisende partij zich niet overeenkomstig de instructie in het tussenvonnis uitgelaten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen of kunnen liggen en de (on)eerlijkheid daarvan. Dat had, los van de instructie in het tussenvonnis, wel voor de hand gelegen nu eisende partij de overeengekomen prijs kennelijk tussentijds heeft verhoogd. Zij factureert immers een hoger bedrag, zodat het prijswijzigingsbeding in artikel 9 lid 2 van de algemene voorwaarden moet worden getoetst op oneerlijkheid (en vermoedelijk oneerlijk is), terwijl de kantonrechter niet op de hoogte is van het standpunt van eisende partij daarover. Dat zou wederom een tussenvonnis noodzakelijk maken. 2.6. Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat eisende partij niet volledig heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat geeft de kantonrechter aanleiding de vordering af te wijzen, op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2.7. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. wijst de vordering af, 3.2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. 991
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 text/xml public 2026-05-11T11:21:44 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-12 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Uitspraak Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 text/html public 2026-05-07T12:18:28 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4362 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2026 / 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Niet volledig gevolg gegeven aan instructies tussenvonnis. Niet voldaan aan de stelplicht, waardoor geen goede beslissing kan worden gegeven. Vordering afgewezen. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11988262 \ CV EXPL 25-16621 Vonnis van 12 maart 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: Bill Incasso B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 januari 2026, - de akte van eisende partij, met producties. 1.2. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieplichten. Daarnaast diende zij ontbrekende algemene voorwaarden in het geding te brengen, zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid daarvan. 2.2. In het tussenvonnis is expliciet overwogen dat de summiere ‘ja’ op de vraag of is voldaan aan de informatieplichten niet volstaat en dat eisende partij per essentiële informatieplicht gemotiveerd moet stellen op welke wijze zij daaraan heeft voldaan (overweging 2.3 van het tussenvonnis). 2.3. In de akte beschrijft eisende partij kort de wijze waarop zij normaliter overeenkomsten sluit, maar niet duidelijk is of de onderhavige overeenkomst ook op die wijze is gesloten, terwijl dat laatste van belang is om te bepalen welke informatieplichten van toepassing zijn waarvan de naleving ambtshalve moet worden getoetst. Eisende partij heeft zich ook niet gehouden aan de instructie in het tussenvonnis om per essentiële informatieplicht toe te lichten op welke wijze zij daaraan heeft voldaan. Zij schrijft slechts dat tijdens een rondleiding (waarvan niet duidelijk is of die in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden) ‘alles mondeling wordt toegelicht’. 2.4. Geoordeeld wordt dat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig heeft verstrekt, waardoor zij het de kantonrechter onmogelijk heeft gemaakt om zijn taak, te weten het geven van een juiste beslissing na ambtshalve toetsing van (de totstandkoming van) de overeenkomst, goed uit te voeren. Hierdoor kan niet worden vastgesteld in hoeverre de gevorderde hoofdsom toewijsbaar is, nu niet duidelijk is of, en zo ja welke sanctie moet worden opgelegd in verband met niet naleving van essentiële informatieplichten. 2.5. Voorts heeft eisende partij zich niet overeenkomstig de instructie in het tussenvonnis uitgelaten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen of kunnen liggen en de (on)eerlijkheid daarvan. Dat had, los van de instructie in het tussenvonnis, wel voor de hand gelegen nu eisende partij de overeengekomen prijs kennelijk tussentijds heeft verhoogd. Zij factureert immers een hoger bedrag, zodat het prijswijzigingsbeding in artikel 9 lid 2 van de algemene voorwaarden moet worden getoetst op oneerlijkheid (en vermoedelijk oneerlijk is), terwijl de kantonrechter niet op de hoogte is van het standpunt van eisende partij daarover. Dat zou wederom een tussenvonnis noodzakelijk maken. 2.6. Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat eisende partij niet volledig heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat geeft de kantonrechter aanleiding de vordering af te wijzen, op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2.7. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. wijst de vordering af, 3.2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. 991