Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-16
ECLI:NL:RBAMS:2026:4277
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,417 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 text/xml public 2026-05-04T15:05:20 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-16 13-118659-25 Uitspraak Eerste en enige aanleg Beschikking NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 text/html public 2026-05-04T11:47:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 Rechtbank Amsterdam , 16-04-2026 / 13-118659-25 AVT uit Litouwen. Aanvullende toestemming verleend. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-118659-25 Datum beslissing: 16 april 2026 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 28 oktober 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania (Litouwen) op 20 oktober 2025 en betreft: [de overgeleverde persoon] geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats ] (Litouwen), thans gedetineerd in Litouwen, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1 Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. De rechtbank licht dit als volgt toe. Hoorrecht Uit het proces-verbaal van het verhoor door the Chief Investigator bij the Division of the Pre-Trial Investigation Criminal Intelligence Board of the Lithuanian Prison Service van 7 oktober 2025, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania van 30 december 2025, blijkt dat de overgeleverde persoon, in aanwezigheid van zijn advocaat, is gehoord over het verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de overgeleverde persoon daarmee voldoende de mogelijkheid gehad om zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken. Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. Detentiegarantie De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg. Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 17 december 2025 aan de Litouwse autoriteiten gevraagd of de individuele detentiegarantie van the Deputy Director van the Lithuanian Prison Service van 25 augustus 2025, die is verstrekt in de eerdere overleveringszaak en op grond waarvan de rechtbank destijds heeft geoordeeld dat het vastgestelde individuele gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor de overgeleverde persoon is weggenomen, ook geldt voor het feit waarop het verzoek om aanvullende toestemming ziet. Bij brief van 28 januari 2026 heeft the Lithuanian Prison Service de volgende aanvullende informatie verstrekt: “ Please be advised that the information provided by the Prison Service in its letter No. 1S-6126 of 25 August 2025 regarding the ensuring of security of [de overgeleverde persoon] in the prison also applies to the fact, which relates to the request of the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania concerning extension of the scope of the criminal prosecution in respect of [de overgeleverde persoon] . ” Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het vastgestelde algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de overgeleverde persoon in deze zaak is weggenomen. Artikel 11 OLW staat dan ook niet in de weg aan het verlenen van de toestemming voor uitbreiding van de vervolging. De rechtbank zal het verzoek toewijzen. 2 Beslissing De rechtbank: VERLEENT op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 16 april 2026 door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier. Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63. Rb. Amsterdam 12 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8240.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 text/xml public 2026-05-04T15:05:20 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-16 13-118659-25 Uitspraak Eerste en enige aanleg Beschikking NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 text/html public 2026-05-04T11:47:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4277 Rechtbank Amsterdam , 16-04-2026 / 13-118659-25 AVT uit Litouwen. Aanvullende toestemming verleend. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-118659-25 Datum beslissing: 16 april 2026 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 28 oktober 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania (Litouwen) op 20 oktober 2025 en betreft: [de overgeleverde persoon] geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats ] (Litouwen), thans gedetineerd in Litouwen, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1 Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. De rechtbank licht dit als volgt toe. Hoorrecht Uit het proces-verbaal van het verhoor door the Chief Investigator bij the Division of the Pre-Trial Investigation Criminal Intelligence Board of the Lithuanian Prison Service van 7 oktober 2025, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania van 30 december 2025, blijkt dat de overgeleverde persoon, in aanwezigheid van zijn advocaat, is gehoord over het verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de overgeleverde persoon daarmee voldoende de mogelijkheid gehad om zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken. Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. Detentiegarantie De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg. Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 17 december 2025 aan de Litouwse autoriteiten gevraagd of de individuele detentiegarantie van the Deputy Director van the Lithuanian Prison Service van 25 augustus 2025, die is verstrekt in de eerdere overleveringszaak en op grond waarvan de rechtbank destijds heeft geoordeeld dat het vastgestelde individuele gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor de overgeleverde persoon is weggenomen, ook geldt voor het feit waarop het verzoek om aanvullende toestemming ziet. Bij brief van 28 januari 2026 heeft the Lithuanian Prison Service de volgende aanvullende informatie verstrekt: “ Please be advised that the information provided by the Prison Service in its letter No. 1S-6126 of 25 August 2025 regarding the ensuring of security of [de overgeleverde persoon] in the prison also applies to the fact, which relates to the request of the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania concerning extension of the scope of the criminal prosecution in respect of [de overgeleverde persoon] . ” Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het vastgestelde algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de overgeleverde persoon in deze zaak is weggenomen. Artikel 11 OLW staat dan ook niet in de weg aan het verlenen van de toestemming voor uitbreiding van de vervolging. De rechtbank zal het verzoek toewijzen. 2 Beslissing De rechtbank: VERLEENT op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 16 april 2026 door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier. Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63. Rb. Amsterdam 12 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8240.