Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-23
ECLI:NL:RBAMS:2026:4102
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste en enige aanleg
1,535 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 text/xml public 2026-04-30T14:18:45 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 12137239 \ CV FORM 26-3715 Uitspraak Eerste en enige aanleg Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 text/html public 2026-04-30T14:16:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 12137239 \ CV FORM 26-3715 Verwijzigingsbeschikking. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12137239 \ CV FORM 26-3715 beschikking van 23 april 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , procederend in persoon, tegen VUELING AIRLINES S.A. , gevestigd te El Prat de Llobregat, [bestemming] (Spanje), verwerende partij, hierna te noemen: Vueling Airlines. 1 De procedure 1.1. In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 10 maart 2026. 2 De beoordeling 2.1. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van het verzoek van [verzoeker] moet worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EU) 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Verordening Brussel I bis). 2.2. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Verordening Brussel I bis moet Vueling Airlines worden opgeroepen worden voor de Spaanse rechter. Op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Brussel I bis kan Vueling Airlines ook worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (alternatieve bevoegdheidsgrond). De vordering van [verzoeker] heeft betrekking op een vlucht van [vertrekplaats] ( [naam vliegveld] , kantonrechter ) naar [bestemming] . De Nederlandse rechter is daarom op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Brussel I bis bevoegd om kennis te nemen van de vordering van [verzoeker] . 2.3. [verzoeker] acht de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam bevoegd op grond van de plaats van uitvoering van de verbintenis. [naam vliegveld] maakt echter geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Amsterdam maar van dat van de rechtbank Noord-Holland. Dit maakt dat laatstgenoemde rechtbank bevoegd is om over deze zaak te beslissen. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen, 3.2. verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026. 33806
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 text/xml public 2026-04-30T14:18:45 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 12137239 \ CV FORM 26-3715 Uitspraak Eerste en enige aanleg Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 text/html public 2026-04-30T14:16:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4102 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 12137239 \ CV FORM 26-3715 Verwijzigingsbeschikking. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12137239 \ CV FORM 26-3715 beschikking van 23 april 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , procederend in persoon, tegen VUELING AIRLINES S.A. , gevestigd te El Prat de Llobregat, [bestemming] (Spanje), verwerende partij, hierna te noemen: Vueling Airlines. 1 De procedure 1.1. In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 10 maart 2026. 2 De beoordeling 2.1. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van het verzoek van [verzoeker] moet worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EU) 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Verordening Brussel I bis). 2.2. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Verordening Brussel I bis moet Vueling Airlines worden opgeroepen worden voor de Spaanse rechter. Op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Brussel I bis kan Vueling Airlines ook worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (alternatieve bevoegdheidsgrond). De vordering van [verzoeker] heeft betrekking op een vlucht van [vertrekplaats] ( [naam vliegveld] , kantonrechter ) naar [bestemming] . De Nederlandse rechter is daarom op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Brussel I bis bevoegd om kennis te nemen van de vordering van [verzoeker] . 2.3. [verzoeker] acht de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam bevoegd op grond van de plaats van uitvoering van de verbintenis. [naam vliegveld] maakt echter geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Amsterdam maar van dat van de rechtbank Noord-Holland. Dit maakt dat laatstgenoemde rechtbank bevoegd is om over deze zaak te beslissen. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen, 3.2. verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026. 33806