Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-03-20
ECLI:NL:RBAMS:2026:3382
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 12103653 CV EXPL 26-1987 vonnis van: 20 maart 2026 fno.: 506 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de stichting Woningstichting Eigen Haard gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij niet verschenen Verloop van de procedure Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag. Gronden van de beslissing 1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen. Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening 2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen 3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze vernietigen. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68). 4. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan het adres [adres] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden Sociale Woonruimte d.d. 1 november 2016 (hierna: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht. 5. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat voor zover eisende partij een oneerlijk beding in haar huurovereenkomst en/of algemene voorwaarden heeft staan zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter. 6. Het huurprijsbeding en het servicekostenbeding in de huurovereenkomst zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid. 7. De bedingen die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn, te weten de artikelen 4 (huurprijswijziging) en 5.1 (wijziging voorschot servicekosten) van de algemene voorwaarden zijn door de kantonrechter getoetst en worden niet oneerlijk bevonden. 8. Ook de bedingen over buitengerechtelijke kosten op bladzijde 2 van de huurovereenkomst en in de artikelen 17.2 en 17.3 en van de algemene voorwaarden alsmede het boetebeding in artikel 17.4 van de algemene voorwaarden zijn door de kantonrechter getoetst. Deze artikelen luiden als volgt. Op bladzijde 2 van de huurovereenkomst staat: Alle buitengerechtelijke kosten die de ene partij maakt ingeval de andere partij tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit deze overeenkomst, zijn voor rekening van die andere partij. In de algemene voorwaarden staat: 17.2. tekortschieten Als (ver)huurder toerekenbaar tekortschiet in het nakomen van enige verplichting die wettelijk of door de huurovereenkomst op hem rust en de andere partij moet daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen nemen, dan zijn alle de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de tekortschietende partij. 17.3. buitengerechtelijke kosten Als het tekortschieten bestaat uit de niet tijdige betaling van een geldsom en in verband met de verkrijging buiten rechte daarvan kosten moeten worden gemaakt, dan zullen deze kosten worden bepaald conform de geldende algemene maatregel van bestuur. (...) Artikel 17.4 boetebeding bij niet-nakoming Indien huurder tekortschiet in de nakoming van enige verplichting uit de huurovereenkomst, dan wel uit deze algemene voorwaarden, is huurder een onmiddellijke opeisbare boete van € 50,00 per kalenderdag met een maximum van € 5.000,- verschu