Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-26
ECLI:NL:RBAMS:2026:3332
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,034 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3332 text/xml public 2026-04-10T11:43:02 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-26 11995982 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3332 text/html public 2026-04-10T10:18:52 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3332 Rechtbank Amsterdam , 26-03-2026 / 11995982 Ambtshalve toetsing informatieplichten. Geneeskundige behandelovereenkomst. Onduidelijk prijsbeding, maar niet oneerlijk. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11995982 \ CV EXPL 25-16813 Vonnis van 26 maart 2026 in de zaak van de stichting STICHTING ACIBADEM INTERNATIONAL MEDICAL CENTER , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Acibadem, gemachtigde: mr. G.J.C. Rooijmans-Schakenraad (CollactiveBMK Incasso B.V.) tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 26 november 2025, met producties, het proces-verbaal van mondeling antwoord van 11 december 2025, het instructievonnis van 22 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, de akte van Acibadem met een eis vermindering. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Namens de gemachtigde is mr. G.J.C. Rooijmans verschenen. [gedaagde] is niet verschenen, ondanks dat hij daartoe behoorlijk is opgeroepen. Acibadem heeft verklaard dat partijen een betalingsregeling zijn overeengekomen. Vervolgens is om een vonnis gevraagd en hiervoor is een datum bepaald. 2 De beoordeling 2.1. [gedaagde] heeft in januari en februari 2025 vier medische behandelingen ondergaan bij Acibadem. Hiervoor heeft Infomedics twee facturen verstuurd op 3 februari 2025 en 13 mei 2025. Ondanks sommaties door de gemachtigde van Acibadem heeft [gedaagde] deze facturen onbetaald gelaten daarom vordert Acibadem in deze procedure – na eisvermindering – betaling van € 461,51 aan hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. [gedaagde] erkent dat bij Acibadem is behandeld en voert aan dat hij in de periode april tot en met oktober in Turkije verbleef en daarom de facturen te laat heeft gezien. 2.2. De kantonrechter wijst de vorderingen van Acibadem toe, hiertoe is het volgende redengevend. Ambtshalve toetsing 2.3. De geneeskundige behandelovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen Acibadem als handelaar en [gedaagde] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. 2.4. Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing. 2.5. Wel dient het prijsbeding ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn echter kernbedingen (zoals het prijsbeding) uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn. Transparantie 2.6. Uit de stellingen en overgelegde stukken van Acibadem wordt geconcludeerd dat voorafgaand aan de behandeling geen informatie is gegeven over de daadwerkelijke prijs van de behandeling. Weliswaar heeft Acibadem de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat Acibadem vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Bovendien informeert Acibadem de patiënt niet over de NZa-code van zijn behandeling, waardoor het voor de patiënt ondoenlijk is om het toepasselijke tarief in die lijst te vinden. Daarbij geldt dat vaak pas gedurende of na de behandeling precies wordt vastgesteld welke NZa-codes in rekening worden gebracht. Sterker, uit de toelichting van Acibadem volgt dat de prijs die betaald wordt voor gecontracteerde zorg altijd lager is dan het passantentarief en de prijs voor niet-gecontracteerde zorg afhankelijk is van het bedrag dat de verzekeraar achteraf vergoedt. In dat laatste geval staat de prijs die eisende partij uiteindelijk in rekening brengt, voorafgaand aan de behandeling, dus nog niet vast. Conclusie is dan ook dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid. (On)eerlijkheid 2.7. Volgens artikel 3, lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. 2.8. Acibadem heeft voldoende gesteld dat zij bij niet-gecontracteerde zorg de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de zorgverzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door kwijtschelding van het meerdere). Voorwaarde daarvoor is wel dat de patiënt zijn factuur indient bij de zorgverzekeraar en de specificatie daarvan aan eisende partij stuurt. In dat geval dient de patiënt alleen de van de verzekeraar ontvangen vergoeding aan eisende partij te voldoen, eventueel nog vermeerderd met het verrekende eigen risico. Onbetwist is gebleven dat zij deze wijze van factureren voorafgaande aan de behandeling op haar website, telefonisch en bij de afspraakbevestiging steeds heeft vermeld. 2.9. Omdat [gedaagde] uiteindelijk alleen de vergoeding van de zorgverzekeraar en het eventueel verrekend eigen risico hoeft te betalen, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is. Het evenwicht tussen partijen is namelijk door de intransparantie van de uiteindelijke prijs niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk verstoord. Zowel bij contractuele als bij niet-contractuele zorg brengt eisende partij bij de patiënt (uiteindelijk) immers alleen de prijs in rekening die door de verzekeraar aan de patiënt wordt vergoed, zodat een verzekerde patiënt zelf ten hoogste het eigen risico moet betalen. Dat bij niet-gecontracteerde zorg het bedrag aan eigen risico, zoals in het onderhavige geval, betaald moet worden aan eisende partij in plaats van aan de zorgverzekeraar, maakt het voorstaande niet anders. 2.10. Gelet het voorgaande zal de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 461,51 verminderd met de betaling door [gedaagde] van € 50,00, een bedrag van € 411,51 worden toegewezen. Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten 2.11. Acibadem hanteert geen algemene voorwaarden en verder is niet gebleken dat Acibadem standaardbedingen hanteert die voor de beoordeling van de vorderingen van belang zijn en daarom getoetst zouden moeten worden op oneerlijkheid. 2.12. Omdat [gedaagde] de hoofdsom te laat heeft betaald en hij de hoogte van de gevorderde wettelijke rente niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen zoals hierna vermeld. 2.13. Acibadem vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Acibadem heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 83,76 worden toegewezen. Proceskosten 2.14. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Acibadem worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 340,00 - salaris gemachtigde € 174,00 (2 punt × € 87,00) - nakosten € 21,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 681,64 2.15. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1.