Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-16
ECLI:NL:RBAMS:2026:3288
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bodemzaak
1,437 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3288 text/xml public 2026-04-07T14:48:17 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-16 C/13/783826 / FA RK 26/1526 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3288 text/html public 2026-04-07T14:47:47 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3288 Rechtbank Amsterdam , 16-03-2026 / C/13/783826 / FA RK 26/1526 ZM toegewezen als vangnet. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/783826 / FA RK 26/1526 kenmerk: ZM/IND/195194 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 16 maart 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres 1] , verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. A.L. Cohen te Amsterdam, zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] . 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 februari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - de raadsman; - mw. [persoon] , arts. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van psychotische klachten en emotieregulatie problematiek voortkomend uit een verstandelijke beperking en sociaal maatschappelijke stressoren, nu geen evidente suïcidaliteit. Onderliggend is er ook sprake van trauma gerelateerde klachten. 2.2. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten ( telkens voor maximaal twee weken ); uitoefenen van toezicht op betrokkene ( telkens voor maximaal twee weken ); onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie. 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. De raadsman heeft namens betrokkene aangegeven dat het belangrijk is dat het goed blijft gaan. Betrokkene wil graag een nieuwe toekomst opbouwen en wil graag de zekerheid van de machtiging als vangnet zodat het niet fout hoeft te lopen De rechtbank vindt de ontwikkelingen die betrokkene heeft doorgemaakt positief. Voor betrokkene is een plek die structuur biedt van belang. De rechtbank zal om die reden een zorgmachtiging als vangnet toewijzen voor het geval het minder goed gaat met betrokkene en om die reden verplichte zorg nodig is. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 16 september 2026. Deze beschikking is op 16 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.