Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-27
ECLI:NL:RBAMS:2026:3225
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
3,463 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3225 text/xml public 2026-04-08T12:07:08 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-27 26/1315 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3225 text/html public 2026-04-07T08:42:49 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3225 Rechtbank Amsterdam , 27-03-2026 / 26/1315 Vovo hangende bezwaar. Sluiting pand in Amsterdam na vermeend illegaal gokken. De burgemeester heeft het pand mogen sluiten en daarbij de belangen die gediend zijn met de sluiting zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker. De burgemeester heeft, hoewel beperkt, niet slechts volstaan met een opsomming van gevaren voor de openbare orde die zich in het algemeen kunnen voordoen bij illegale kansspelen maar dat zij voor nu voldoende heeft gemotiveerd dat er concrete problemen aanwezig zijn waardoor de openbare orde in het geding is. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 26/1315 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 maart 2026 in de zaak tussen [verzoeker 1] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. S. Ettalhaoui), en de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester) (gemachtigden: mr. M.I. Houben en mr. M. Utlu). Samenvatting 1.1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van het pand aan de [adres] met daarin gevestigd [cafe] voor de duur van zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De burgemeester heeft het pand mogen sluiten en daarbij de belangen die gediend zijn met de sluiting zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2.1. Met het bestreden besluit van 11 maart 2026 heeft de burgemeester het pand aan de [adres] in Amsterdam met daarin gevestigd het [cafe] ’ gesloten voor de duur van zes maanden. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker 1] namens verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester. Totstandkoming besluit 3.1. De politie heeft samen met de Kansspelautoriteit op 22 januari 2026 een onderzoek ingesteld in het pand aan de [adres] in Amsterdam naar aanleiding van meerdere sinds juni 2025 binnengekomen MMA-meldingen, op grond waarvan werd vermoed dat in het pand illegale gokactiviteiten plaatsvonden. Bij de doorzoeking op 22 januari 2026 werden in totaal 17 personen aangetroffen. Bij meerdere bezoekers werden bonnetjes gevonden die betrekking hadden op geplaatste weddenschappen en bij enkele bezoekers werd contant geld aangetroffen. Uit de bonnetjes bleek dat geld was ingezet op voetbalwedstrijden die plaatsvonden op de dag van de doorzoeking. Naast het kassasysteem stond een extra ticketprinter waarin een geprint bonnetje zat dat ambtshalve is herkend als bewijs van een geplaatste weddenschap. De op dit bonnetje vermelde gebruikersnaam kwam overeen met de gebruikersnaam op andere aangetroffen bonnetjes. Daarnaast werd een computer aangetroffen waarop een internetbrowser geopend stond. Het geopende tabblad betrof een website waarop sportwedstrijden en bijbehorende noteringen werden weergegeven. Bovenin het scherm waren menu-opties zichtbaar met betrekking tot lopende sportweddenschappen en het controleren van geplaatste inzetten. Aan de linkerzijde stonden verschillende sportcategorieën vermeld, waaronder voetbal, basketbal, tennis, handbal en ijshockey. In het midden van het scherm waren diverse wedstrijden met bijbehorende cijfermatige aanduidingen zichtbaar, die ambtshalve zijn herkend als noteringen behorende bij sportweddenschappen. Na nader onderzoek is gebleken dat op de in beslag genomen computer in het inlogscherm van de illegale gokwebsite een gebruikersnaam werd aangetroffen die overeenkwam met de gebruikersnaam zoals vermeld op de in beslag genomen weddenschapsbonnetjes. Deze gebruikersnaam stond daar vermeld tussen andere gebruikersaccounts. Uit eerdere observaties door de politie is gebleken dat het café regelmatig per avond door 15 tot 20 personen werd bezocht, waarbij opviel dat veel bezoekers direct naar de achterzijde van het café doorliepen. Tevens is vastgesteld dat enkele bezoekers antecedenten hebben, waarvan een aantal op grond van de Wet op de Kansspelen. Op basis van deze bevindingen concluderen de politie en de Kansspelautoriteit dat in het pand illegale gokactiviteiten plaatsvinden. 3.2. De burgemeester heeft op basis van voornoemde informatie op 11 maart 2026 het pand aan de [adres] te Amsterdam voor de duur van zes maanden gesloten . Volgens de burgemeester is sprake van een pand van waaruit stelselmatig en op grote schaal de APV wordt overtreden door bedrijfsmatig illegaal gokken. Illegaal gokken maakt een inbreuk op de openbare orde, onder andere vanwege het gevaar van ripdeals of andere geweldsincidenten in dan wel bij/rondom het pand. Met de sluiting van het bovengenoemde pand wil de burgemeester naar buiten laten zien dat zij optreedt tegen illegale gokactiviteiten. Hiermee wil de burgemeester het risico voorkomen dat criminelen naar het pand komen. Een sluiting ziet op het onmiddellijk en blijvend herstel van de openbare orde. Dit weegt zwaarder dan de belangen van verzoeker. Het geopend blijven van dit pand levert een ernstig gevaar op voor de openbare orde. Dit rechtvaardigt het sluiten van dit pand. Ook moet voorkomen worden dat het pand in de toekomst een rol kan blijven spelen in het illegale gokcircuit. Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang 4.1. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. 4.2. De burgemeester heeft het spoedeisend belang van verzoeker betwist, omdat [verzoeker 1] naast het café een volledige baan heeft waarmee hij inkomen verdient en er dus geen sprake is van een financiële noodsituatie. 4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening voldoende heeft onderbouwd. Met ingang van 11 maart 2026 is zijn café gesloten voor de duur van zes maanden. [verzoeker 1] is weliswaar niet geheel afhankelijk van de inkomsten uit het café, aangezien hij daarnaast nog fulltime als vuilnisman werkt. Echter, de voorzieningenrechter acht het wel aannemelijk dat zijn vaste lasten, privé en zakelijk tezamen, het inkomen uit die werkzaamheden als vuilnisman zodanig overstijgen dat binnen aanzienlijke tijd financiële problemen zullen ontstaan voor verzoeker. Voorlopige rechtmatigheid en belangenafweging 5.1. De voorzieningenrechter beoordeelt vervolgens bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Als algemeen uitgangspunt geldt dat er in dit stadium (de bezwaarfase) geen reden bestaat een voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter het besluit tot sluiting van het pand rechtmatig acht. 5.2. Verzoeker heeft aangevoerd dat de burgemeester niet bevoegd was om het pand te sluiten omdat niet is gebleken van een stelselmatige overtreding van de APV. De feitelijke grondslag om vast te stellen dat sprake was van illegale gokactiviteiten ontbreekt en het besluit is onvoldoende gemotiveerd. Bovendien ontkent [verzoeker 1] betrokken te zijn bij illegale gokactiviteiten. De gevolgen voor de openbare orde zijn daarbij niet geconcretiseerd.
Volledig
Daarnaast is het besluit onevenredig en staan de gevolgen voor verzoeker niet in verhouding tot de vermeende overtreding. 5.3. De burgemeester kan op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV de sluiting van een pand bevelen als daar is gehandeld in strijd met de Wet op de kansspelen (illegale gokactiviteiten). De voorzieningenrechter volgt verzoeker daarom niet in zijn stelling dat voor het aanwenden van deze bevoegdheid het doorslaggevend is dat sprake is van stelselmatige overtreding van de Wet op de kansspelen aangezien dit niet uit de APV volgt. Uit de aan het besluit ten grondslag gelegde rapportage van de politie en het proces-verbaal van bevindingen van de Kansspelautoriteit is het aannemelijk dat sprake is van illegale gokactiviteiten in het pand, onder meer door het aantreffen van een zogenoemde ‘gokzuil’, ticketprinter en bonnetjes van weddenschappen bij bezoekers. Daarmee was de burgemeester bevoegd om het pand te sluiten. 5.4. De burgemeester is echter niet verplicht deze bevoegdheid te gebruiken. Zij dient een belangenafweging te maken bij haar beslissing of en op welke wijze zij van die bevoegdheid gebruik maakt. Dit is in de Beleidsregels nader uitgewerkt. Illegale (online) gokactiviteiten hebben een negatief effect op de samenleving. Indien er wordt geconstateerd dat er in de inrichting illegale (online) gokactiviteiten worden aangeboden (bijvoorbeeld middels een computersysteem of een cash center waarmee een speler kan deelnemen aan (sport)weddenschappen), gaat de burgemeester daarom in beginsel over tot sluiting van de inrichting. Dit heeft de burgemeester ook overwogen in het bestreden besluit. In de Beleidsregels wordt verder overwogen dat panden met publiek toegankelijke inrichtingen in principe voor zes maanden worden gesloten omdat deze sluitingsduur doorgaans noodzakelijk is in verband met de signaalwerking richting de samenleving, de veiligheidsgevoelens van omwonenden en het doorbreken van een loop naar de inrichting. Steeds zal de burgemeester moeten beoordelen of een sluiting in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van het pand en de duur ervan met het oog op de hiervoor genoemde doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. 5.5. De voorzieningenrechter komt tot het (voorlopige) oordeel dat de burgemeester in redelijkheid de sluiting van het pand noodzakelijk heeft kunnen achten in het belang van de openbare orde. In zijn algemeenheid vormt het aanbieden van illegale kansspelen op zichzelf al een risico voor de openbare orde. Uit de rapportage van de politie volgt dat er meerdere anonieme meldingen zijn gedaan betreffende het tot diep in de nacht gokken achter in het café en dat er veel contant geld aanwezig zou zijn en mensen overlast ervaren. Ook heeft de politie bij eerdere observaties bezoekers waargenomen met criminele antecedenten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester, hoewel beperkt, daarmee op dit moment niet slechts heeft volstaan met een opsomming van gevaren voor de openbare orde die zich in het algemeen kunnen voordoen bij illegale kansspelen maar dat zij voor nu voldoende heeft gemotiveerd dat er concrete problemen aanwezig zijn waardoor de openbare orde in het geding is . Daarnaast is de sluiting ook evenwichtig. 5.6. Uiteraard heeft de sluiting nadelige gevolgen voor verzoeker. De burgemeester heeft zich echter gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak op het standpunt kunnen stellen dat deze op dit moment niet opwegen tegen het algemeen maatschappelijk belang van de openbare orde en veiligheid. Daarom zal de voorzieningenrechter geen voorziening treffen die ertoe strekt dat de sluiting onmiddellijk wordt opgeheven. Van de burgemeester mag wel worden verwacht dat, nadat zij tot sluiting is overgegaan, zij regelmatig nagaat of het voortduren van de sluiting nog noodzakelijk is en of de sluiting in het belang van de openbare orde en veiligheid nog opweegt tegen de nadelen voor verzoeker. Ook kan verzoeker een verzoek tot heropening doen. Conclusie en gevolgen 6. De slotsom is dat de burgemeester gelet op al het voorgaande in redelijkheid van haar bevoegdheid tot sluiting van het pand gebruik heeft kunnen maken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het sluitingsbevel van 11 maart 2026 op dit moment niet wordt opgeschort. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Bestuurlijke rapportage van de politie van 11 februari 2026 en een proces-verbaal van bevindingen van de Kansspelautoriteit van 22 januari 2026. Op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a van de Algemene plaatselijke verordening 2008 (APV) en artikel 5:31 van de Awb en de Beleidsregel Sluitingen en heropeningen Amsterdam. Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam). Zie paragraaf 3.1 van de Beleidsregels. Zie paragraaf 1.4, 1.5 en 1.6.2 van de Beleidsregels. Vgl uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3439. vgl uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:100