Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-27
ECLI:NL:RBAMS:2026:3091
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,352 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3091 text/xml public 2026-04-02T11:50:58 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-27 AMS 25/3068 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3091 text/html public 2026-04-01T08:40:47 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3091 Rechtbank Amsterdam , 27-03-2026 / AMS 25/3068 Beroep werkgever tegen WIA-uitkering. Werkgever betwist de aangenomen urenbeperking. De rechtbank is van oordeel dat de noodzaak voor deze extra recuperatieperiodes logisch volgt uit consistente en samenhangende onderzoeksbevindingen en de aard en ernst van het onderliggende medische beeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is uitgevoerd of het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Beroep ongegrond. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/3068 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] Amsterdam B.V., uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. A Bouteibi), en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , verweerder (hierna: het UWV) (gemachtigde: mr. S. Elfert). Procesverloop 1. Aan een ex-werknemer van eiseres is een WIA-uitkering toegekend. Deze is, onder andere, gebaseerd op de FML van 6 maart 2024, waarin een urenbeperking van 30 uur per week en 6 uur per dag is opgenomen. 2. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van de WIA-uitkering. Op 10 februari 2025 is er een aangepaste FML opgesteld, waarin de eerder aangenomen urenbeperking ongewijzigd is gebleven. Op 14 april 2025 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard (het bestreden besluit). 3. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Medische gegevens 4. De ex-werknemer waaraan de WIA-uitkering is toegekend heeft laten weten niet als procespartij aan de procedure te willen deelnemen. Zij heeft de rechtbank ook laten weten geen toestemming te geven om haar medische informatie te delen met eiseres. De rechtbank heeft om die reden besloten dat de kennisneming van medische stukken in deze zaak is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is, dan wel daarvoor van de rechtbank bijzondere toestemming heeft gekregen. In deze uitspraak wordt daarom geen medische informatie vermeld en wordt alleen in algemene termen de medische situatie van de ex-werknemer beschreven. Beoordeling door de rechtbank 5. Volgens eiseres heeft het UWV het onderzoek naar de vraag of een urenbeperking noodzakelijk is onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd. Volgens eiseres is onvoldoende gemotiveerd dat het onderliggend medisch beeld zodanig van aard is, dat sprake is van noodzakelijke extra recuperatieperiodes. Ook het dagverhaal geeft daar onvoldoende aanknopingspunten voor volgens eiseres. Zowel de primaire verkeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben volgens eiseres niet doorgevraagd naar hoe de ex-werknemer haar dag invult. 6. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts van 6 maart 2024 voldoende blijkt wat het onderliggende medisch beeld is en waarom dat aanleiding geeft tot het aannemen van een urenbeperking. Door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is dat in de rapportage van 10 februari 2025 bevestigd. In beroep heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat op 25 juni 2025 nogmaals bevestigd. De verzekeringsartsen hebben zich hierbij gebaseerd op de eigen anamnese, het dagverhaal, onderzoek en medische informatie. De rechtbank is van oordeel dat de noodzaak voor deze extra recuperatieperiodes logisch volgt uit consistente en samenhangende onderzoeksbevindingen en de aard en ernst van het onderliggende medische beeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is uitgevoerd of het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Conclusie 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr.S.A. Adriaanse, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Functionele mogelijkhedenlijst. Zie artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In overeenstemming met de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid.