Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-02
ECLI:NL:RBAMS:2026:2869
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,534 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2869 text/xml public 2026-03-27T09:35:05 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-02 C/13/783081 / FA RK 26/1069 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2869 text/html public 2026-03-27T09:34:36 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2869 Rechtbank Amsterdam , 02-03-2026 / C/13/783081 / FA RK 26/1069 ZM toegewezen met aanpassing zorgvormen. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/783081 / FA RK 26/1069 kenmerk: ZM/IND/193703 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 2 maart 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres 1] , verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam, zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] . 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 februari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - mr. R.G.M. Sussenbach namens mr. L.M.A. Schwartz , raadsman van betrokkene; - mw. [persoon 1] , psychiater; - mw. [persoon 2] , senior co-assistant; - mw. [persoon 3] , woonbegeleider HVO-Querido. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychose NAO en multimiddelen misbruik. 2.2. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid ( telkens voor maximaal twee maanden ); onderzoek aan kleding of lichaam ( telkens voor maximaal drie maanden ); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen ( telkens voor maximaal drie maanden ); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen ( telkens voor maximaal drie maanden ); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie ( telkens voor maximaal twee maanden ). De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm ‘ van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ’, ‘ insluiten’ en ‘ uitoefenen van toezicht op betrokkene’ niet toewijzen, omdat ter zitting is gebleken dat er voor deze vormen van verplichte zorg geen noodzaak is. De rechtbank bepaalt voorts dat verplichte zorg in de vorm van ‘ beperken van de bewegingsvrijheid ’ en ‘ opnemen in een accommodatie ’, anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt. De rechtbank wijst deze vormen van zorg toe voor de duur van telkens maximaal twee maanden. 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. Betrokkene heeft geen bezwaar tegen de zorgmachtiging. Hij heeft alle vrijheden, kan naar huis en heeft daar goede woonbegeleiders. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 september 2026. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. H.C. Hoogeveen, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.