Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-02
ECLI:NL:RBAMS:2026:2864
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
940 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2864 text/xml public 2026-03-27T09:32:35 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-02 C/13/784004 / FA RK 26/1632 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2864 text/html public 2026-03-25T11:54:53 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2864 Rechtbank Amsterdam , 02-03-2026 / C/13/784004 / FA RK 26/1632 IBS afgewezen, geen verzet. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/784004 / FA RK 26/1632 Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking van 2 maart 2026 naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937, wonende te [woonplaats] , [adres 1] , verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht, zorgaanbieder: Amstelring, locatie [locatie] . 1 Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 26 februari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - de raadsman; - mw. [persoon 1] , arts; - dhr. [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde; - de dochter van betrokkene. 2 Beoordeling 2.1. Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met artikel 38 en artikel 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven. 2.2. De rechtbank is van oordeel dat het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt het gevolg is van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten dementie van het gemengde type de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. 2.3. Tijdens de mondelinge behandeling licht de arts toe dat er geen fysiek verzet wordt gezien en geen noodzaak meer is voor het verlengen van de inbewaringstelling. Betrokkene heeft verminderd ziekte inzicht. Als er wordt doorgevraagd geeft betrokkene uiteindelijk aan dat hij naar huis wil, maar dat is alleen verbaal als er naar gevraagd wordt. Er zijn geen tekenen van weg willen gaan of ontsnappen. De dochter van betrokkene heeft aangegeven dat het thuis niet meer ging. Betrokkene was gevallen en kon zelf geen eten meer maken. De accommodatie waar betrokkene nu is, is tijdelijk. Het verzoek is om betrokkene daarna dichterbij familie te laten verblijven in Noord-Holland. De raadsman heeft verzocht om afwijzing omdat er geen sprake meer is van verzet. 2.4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, nu geen noodzaak meer wordt gezien tot voortzetting van de inbewaringstelling, niet is voldaan aan de wettelijke vereisten om de inbewaringstelling voort te zetten. Het verzoek dient derhalve afgewezen te worden. 3 Beslissing De rechtbank: wijst het verzoekt tot voortzetting van de inbewaringstelling af. Deze beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open .