Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:2371
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,077 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 text/xml public 2026-03-31T13:59:48 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 11931727 WM Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Beschikking NL Amsterdam Civiel recht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 text/html public 2026-03-31T13:40:43 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 11931727 WM Geen staandehouding vanwege werkzaamheden in verband met een autobrand. De kantonrechter oordeelt dat deze verklaring te summier is voor de conclusie dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Al in de administratieve beroepsfase is aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, een nadere toelichting van de verbalisant was op zijn plaats geweest. PKV toekennen met 0,5 punt voor het bijwonen van een telefonische hoorzitting. De Wet herwaardering proceskostenvergoeding staat los van het halve punt dat wordt toegekend aan het telefonisch horen. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. L. van Berkum zaaknummer: 11931727 WM VERZ 25-18473 beslissing van: 19 februari 2026 func.: 43837 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 19 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: Leaseplan Nederland N.V. (lessee: [betrokkene] ) [adres 1] (verder: betrokkene) voor wie beroep is ingesteld door mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.NL (verder: gemachtigde) welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 22 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 13 december 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 26 juli 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 19 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Namens gemachtigde is mr. J. Piet bij de zitting verschenen. Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter heeft mondeling uitspraak gedaan, alleen ten aanzien van de proceskostenvergoeding zal de kantonrechter een schriftelijke beslissing nemen. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op een kruising niet de richting is gevolgd die het voorsorteervak aangaf. Deze gedraging is geconstateerd op 18 juli 2024 om 12:13 uur op de [adres 2] te [plaats] , gemeente [gemeente] . 2. Het beroep is tijdig ingesteld. 3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat in de onderhavige zaak ten onrechte is afgezien van staandehouding. Uit de verklaring van de verbalisant, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, volgt dat de verbalisant heeft afgezien van een staandehouding vanwege ‘belast met een autobrand’ . Deze enkele vermelding is onduidelijk en onbepaald. Er kan aan hand hiervan niet worden geoordeeld dat terecht is afgezien van een staandehouding. Dat de verbalisant belast is met een autobrand, is waarschijnlijk een verkeer formulering. Wellicht bedoelde de verbalisant dat hij bezig was met de afhandeling of hulpverlening bij een autobrand, maar dat komt niet naar voren. Van een verbalisant mag verlangd worden dat hij deugdelijk onderbouwt waarom een staandehouding niet mogelijk is. Bij een verkeersongeval is van belang dat de verbalisant aangeeft waarom hij zijn plek niet kan verlaten. Ook is van belang hoeveel verbalisanten ter plaatse zijn. Dit geldt ook in onderhavige situatie. De verbalisant heeft onvoldoende toegelicht waarom er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. Gemachtigde verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 14 augustus 2025, zaaknummer [zaaknummer] . Gelet op het voorgaande verzoekt gemachtigde de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. 4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde stelt dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, omdat niet duidelijk is geworden wat de rol van de verbalisant was bij de autobrand. In het kader van de proceskostenvergoeding brengt gemachtigde nog naar voren dat nu de Wahv-factor wordt toegepast en de proceskostenvergoeding al wordt afgeroomd, niet kan worden volgehouden dat sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), op grond waarvan een halvering van een procespunt bij het telefonisch horen kan worden toegepast. Het dient 1 procespunt te zijn. Gemachtigde stelt dat Verkeersboete.NL dit ook bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder de aandacht zal brengen. 5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat terecht is afgezien van een staandehouding van de bestuurder. Dat de verbalisant belast was met een autobrand is voldoende om op kenteken te mogen bekeuren. De verbalisant was daar bezig met werkzaamheden en er kan dan niet van hem worden verwacht dat hij iemand staande houdt. Een nadere toelichting van de verbalisant is daarom niet nodig. In het geval de kantonrechter het beroep gegrond verklaard, verzoekt verweerder bij de toekenning van de proceskostenvergoeding voor het bijwonen van de telefonische hoorzitting 0,5 procespunt toe te kennen en niet af te wijken van de lijn die het hof hanteert. 6. Het volgende wordt overwogen. 7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Ik zag dat het voertuig op het kruispunt niet de richting volgde die de voorsorteerstrook aangaf. Ik zag dat het voertuig kwam vanuit de richting [adres 2] en reed in de richting van [adres 2] . Ik zag dat het voertuig reed op de voorsorteerstrook met de pijl die wees in de richting rechtsaf. Ik zag dat het voertuig op het kruispunt reed in de richting rechtdoor. Ik heb geen bijzonderheden waargenomen. Onder de [locatie] op de [adres 2] zijn vier rijstroken. Rijstrook 1 en 2 gaan rechtdoor en 3 en 4 gaan rechtsaf de [locatie] op”. Betrokkene is niet staande gehouden. De verbalisant verklaart hier het volgende over: “Reden geen staandehouding: Ik was belast met een autobrand op de [adres 2] en daardoor was een staandehouding niet mogelijk”. 8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. 9. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden vanwege werkzaamheden in verband met een autobrand op de [adres 2] . Naar het oordeel van de kantonrechter is deze verklaring te summier voor de conclusie dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Nu al in de administratieve beroepsfase is aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, had een nadere toelichting van de verbalisant op zijn plaats geweest. Nu deze er niet is, is naar het oordeel van de kantonrechter bij de huidige stand van zaken de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 text/xml public 2026-03-31T13:59:48 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 11931727 WM Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Beschikking NL Amsterdam Civiel recht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 text/html public 2026-03-31T13:40:43 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2371 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 11931727 WM Geen staandehouding vanwege werkzaamheden in verband met een autobrand. De kantonrechter oordeelt dat deze verklaring te summier is voor de conclusie dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Al in de administratieve beroepsfase is aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, een nadere toelichting van de verbalisant was op zijn plaats geweest. PKV toekennen met 0,5 punt voor het bijwonen van een telefonische hoorzitting. De Wet herwaardering proceskostenvergoeding staat los van het halve punt dat wordt toegekend aan het telefonisch horen. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. L. van Berkum zaaknummer: 11931727 WM VERZ 25-18473 beslissing van: 19 februari 2026 func.: 43837 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 19 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: Leaseplan Nederland N.V. (lessee: [betrokkene] ) [adres 1] (verder: betrokkene) voor wie beroep is ingesteld door mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.NL (verder: gemachtigde) welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 22 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 13 december 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 26 juli 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 19 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Namens gemachtigde is mr. J. Piet bij de zitting verschenen. Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter heeft mondeling uitspraak gedaan, alleen ten aanzien van de proceskostenvergoeding zal de kantonrechter een schriftelijke beslissing nemen. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op een kruising niet de richting is gevolgd die het voorsorteervak aangaf. Deze gedraging is geconstateerd op 18 juli 2024 om 12:13 uur op de [adres 2] te [plaats] , gemeente [gemeente] . 2. Het beroep is tijdig ingesteld. 3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat in de onderhavige zaak ten onrechte is afgezien van staandehouding. Uit de verklaring van de verbalisant, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, volgt dat de verbalisant heeft afgezien van een staandehouding vanwege ‘belast met een autobrand’ . Deze enkele vermelding is onduidelijk en onbepaald. Er kan aan hand hiervan niet worden geoordeeld dat terecht is afgezien van een staandehouding. Dat de verbalisant belast is met een autobrand, is waarschijnlijk een verkeer formulering. Wellicht bedoelde de verbalisant dat hij bezig was met de afhandeling of hulpverlening bij een autobrand, maar dat komt niet naar voren. Van een verbalisant mag verlangd worden dat hij deugdelijk onderbouwt waarom een staandehouding niet mogelijk is. Bij een verkeersongeval is van belang dat de verbalisant aangeeft waarom hij zijn plek niet kan verlaten. Ook is van belang hoeveel verbalisanten ter plaatse zijn. Dit geldt ook in onderhavige situatie. De verbalisant heeft onvoldoende toegelicht waarom er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. Gemachtigde verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 14 augustus 2025, zaaknummer [zaaknummer] . Gelet op het voorgaande verzoekt gemachtigde de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. 4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde stelt dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, omdat niet duidelijk is geworden wat de rol van de verbalisant was bij de autobrand. In het kader van de proceskostenvergoeding brengt gemachtigde nog naar voren dat nu de Wahv-factor wordt toegepast en de proceskostenvergoeding al wordt afgeroomd, niet kan worden volgehouden dat sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), op grond waarvan een halvering van een procespunt bij het telefonisch horen kan worden toegepast. Het dient 1 procespunt te zijn. Gemachtigde stelt dat Verkeersboete.NL dit ook bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder de aandacht zal brengen. 5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat terecht is afgezien van een staandehouding van de bestuurder. Dat de verbalisant belast was met een autobrand is voldoende om op kenteken te mogen bekeuren. De verbalisant was daar bezig met werkzaamheden en er kan dan niet van hem worden verwacht dat hij iemand staande houdt. Een nadere toelichting van de verbalisant is daarom niet nodig. In het geval de kantonrechter het beroep gegrond verklaard, verzoekt verweerder bij de toekenning van de proceskostenvergoeding voor het bijwonen van de telefonische hoorzitting 0,5 procespunt toe te kennen en niet af te wijken van de lijn die het hof hanteert. 6. Het volgende wordt overwogen. 7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Ik zag dat het voertuig op het kruispunt niet de richting volgde die de voorsorteerstrook aangaf. Ik zag dat het voertuig kwam vanuit de richting [adres 2] en reed in de richting van [adres 2] . Ik zag dat het voertuig reed op de voorsorteerstrook met de pijl die wees in de richting rechtsaf. Ik zag dat het voertuig op het kruispunt reed in de richting rechtdoor. Ik heb geen bijzonderheden waargenomen. Onder de [locatie] op de [adres 2] zijn vier rijstroken. Rijstrook 1 en 2 gaan rechtdoor en 3 en 4 gaan rechtsaf de [locatie] op”. Betrokkene is niet staande gehouden. De verbalisant verklaart hier het volgende over: “Reden geen staandehouding: Ik was belast met een autobrand op de [adres 2] en daardoor was een staandehouding niet mogelijk”. 8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. 9. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden vanwege werkzaamheden in verband met een autobrand op de [adres 2] . Naar het oordeel van de kantonrechter is deze verklaring te summier voor de conclusie dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Nu al in de administratieve beroepsfase is aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding is verricht, had een nadere toelichting van de verbalisant op zijn plaats geweest. Nu deze er niet is, is naar het oordeel van de kantonrechter bij de huidige stand van zaken de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.