Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-03
ECLI:NL:RBAMS:2026:2118
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,109 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 text/xml public 2026-03-06T11:16:37 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-03 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 text/html public 2026-03-02T10:59:18 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 Rechtbank Amsterdam , 03-03-2026 / 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Een Amsterdammer die een eenmanszaak heeft, mag zijn geleasede Mercedes-Benz A-klasse A180 houden en de leaseovereenkomst blijft intact. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Vonnis van 3 maart 2026 in de zaak van [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s., tegen [gedaagde] , wonende en zaakdoende te [plaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 Verder verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 oktober 2025, - de akte van eisende partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.2. Bij tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen met welk doel de overeenkomst is aangegaan, omdat niet uit te sluiten is dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument. Immers, gelet op de aard van het leaseobject (Mercedes-Benz A-klasse A180) in combinatie met de activiteiten van de eenmanszaak (detailhandel via internet in kleding en modeartikelen) is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet uit te sluiten dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument. 2.3. In haar akte merkt eisende partij het volgende op. Uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt dat gedaagde partij slechts als consument kan worden aangemerkt wanneer de contractuele verbintenis géén functioneel verband houdt met de beroepsactiviteit van de onderneming. Zodra de overeenkomst een functionele band heeft met de uitoefening van de onderneming, valt zij buiten de Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (hierna: de richtlijn). 2.4. Vervolgens geeft eisende partij een nadere toelichting op de totstandkoming van de leaseovereenkomst in de onderhavige zaak. Eisende partij biedt financial lease aan, een product dat zich enkel richt op de zakelijke markt. Om hiertoe een aanvraag in te dienen heeft gedaagde partij, die een auto wilde leasen, zich gemeld via een leverancier. Tussen eisende partij en de intermediair is een Samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Hierin is onder andere bepaald dat de intermediair de vereiste gegevens en informatie verstrekt en dat eisende partij voor aanvragen Nederlandse rechtsvormen met inschrijving in de Kamer van Koophandel kan accepteren of weigeren. Eisende partij biedt financial lease-overeenkomsten aan aan zakelijke klanten die zijn ingeschreven in de KvK. De intermediair houdt hier rekening mee in diens dienstverlening richting de klant en eisende partij. In deze zaak is de leverancier EAG Automotive uit Venlo en de intermediair FinancialLease.nl. De intermediair heeft namens gedaagde partij een aanvraag ingediend voor een zakelijk product, namelijk financial lease. Hiertoe zijn de benodigde stukken aangeleverd. Hierbij valt het volgende op: de drie-partijen overeenkomst is aangegaan met de eenmanszaak; de factuur die de basis vormt voor de aanvraag is op naam van de juridische entiteit gezet en niet op de natuurlijke persoon. Hier staat dat de factuur is gericht ter attentie van ‘The latest services’; het voertuig waarvoor de aanvraag voor een zakelijke financiering is aangevraagd kan worden gebruikt voor de diensten waarvoor de onderneming bij het KvK is ingeschreven. Van belang is dat het object, een Mercedes A-klasse 180, naar aard en uitvoering geschikt is voor gebruik binnen de bedrijfsactiviteiten van de eenmanszaak, te weten een detailhandel via internet in kleding en modeartikelen. Op de website van FinancialLease.nl kan een klant een duidelijke keuze maken voor ‘Financial Lease’, met hierbij de vermelding dat het draait om een zakelijke leaseovereenkomst. In de advisering wordt gevraagd hier een keuze in te maken. Hieruit volgt opnieuw dat de klant, nog vóórdat hij het contract aangeboden krijgt, een keuze dient te maken voor privé of zakelijk. 2.5. Hiermee staat volgens eisende partij vast dat de leaseovereenkomst rechtstreeks verband houdt met de beroepsactiviteiten van gedaagde partij. Derhalve kwalificeert gedaagde partij niet als consument in de zin van de richtlijn en dient de leaseovereenkomst niet te worden aangemerkt als consumentenovereenkomst waarop de informatieplichten van toepassing zijn. 2.6. Uit het voorgaande volgt dat gedaagde partij de auto zakelijk kan gebruiken, maar nog steeds is niet uit te sluiten dat gedaagde partij de overeenkomst in overwegende mate is aangegaan als consument. Het ligt op de weg van de eisende partij als handelaar om daar afdoende concrete feiten en omstandigheden voor aan te dragen en daar is zij niet in geslaagd. 2.7. Het moet er daarom voor worden gehouden dat gedaagde partij de overeenkomst als consument is aangegaan, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht. 2.8. Nu eisende partij heeft nagelaten gemotiveerd te stellen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten, wat wel op haar weg had gelegen, gelet op het tussenvonnis, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om ambtshalve te toetsen. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering. 2.9. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. wijst de vorderingen van eisende partij af, 3.2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. 519
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 text/xml public 2026-03-06T11:16:37 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-03 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 text/html public 2026-03-02T10:59:18 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2118 Rechtbank Amsterdam , 03-03-2026 / 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Een Amsterdammer die een eenmanszaak heeft, mag zijn geleasede Mercedes-Benz A-klasse A180 houden en de leaseovereenkomst blijft intact. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11884572 \ CV EXPL 25-12790 Vonnis van 3 maart 2026 in de zaak van [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s., tegen [gedaagde] , wonende en zaakdoende te [plaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 Verder verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 oktober 2025, - de akte van eisende partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.2. Bij tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen met welk doel de overeenkomst is aangegaan, omdat niet uit te sluiten is dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument. Immers, gelet op de aard van het leaseobject (Mercedes-Benz A-klasse A180) in combinatie met de activiteiten van de eenmanszaak (detailhandel via internet in kleding en modeartikelen) is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet uit te sluiten dat gedaagde partij de overeenkomst is aangegaan als consument. 2.3. In haar akte merkt eisende partij het volgende op. Uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt dat gedaagde partij slechts als consument kan worden aangemerkt wanneer de contractuele verbintenis géén functioneel verband houdt met de beroepsactiviteit van de onderneming. Zodra de overeenkomst een functionele band heeft met de uitoefening van de onderneming, valt zij buiten de Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (hierna: de richtlijn). 2.4. Vervolgens geeft eisende partij een nadere toelichting op de totstandkoming van de leaseovereenkomst in de onderhavige zaak. Eisende partij biedt financial lease aan, een product dat zich enkel richt op de zakelijke markt. Om hiertoe een aanvraag in te dienen heeft gedaagde partij, die een auto wilde leasen, zich gemeld via een leverancier. Tussen eisende partij en de intermediair is een Samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Hierin is onder andere bepaald dat de intermediair de vereiste gegevens en informatie verstrekt en dat eisende partij voor aanvragen Nederlandse rechtsvormen met inschrijving in de Kamer van Koophandel kan accepteren of weigeren. Eisende partij biedt financial lease-overeenkomsten aan aan zakelijke klanten die zijn ingeschreven in de KvK. De intermediair houdt hier rekening mee in diens dienstverlening richting de klant en eisende partij. In deze zaak is de leverancier EAG Automotive uit Venlo en de intermediair FinancialLease.nl. De intermediair heeft namens gedaagde partij een aanvraag ingediend voor een zakelijk product, namelijk financial lease. Hiertoe zijn de benodigde stukken aangeleverd. Hierbij valt het volgende op: de drie-partijen overeenkomst is aangegaan met de eenmanszaak; de factuur die de basis vormt voor de aanvraag is op naam van de juridische entiteit gezet en niet op de natuurlijke persoon. Hier staat dat de factuur is gericht ter attentie van ‘The latest services’; het voertuig waarvoor de aanvraag voor een zakelijke financiering is aangevraagd kan worden gebruikt voor de diensten waarvoor de onderneming bij het KvK is ingeschreven. Van belang is dat het object, een Mercedes A-klasse 180, naar aard en uitvoering geschikt is voor gebruik binnen de bedrijfsactiviteiten van de eenmanszaak, te weten een detailhandel via internet in kleding en modeartikelen. Op de website van FinancialLease.nl kan een klant een duidelijke keuze maken voor ‘Financial Lease’, met hierbij de vermelding dat het draait om een zakelijke leaseovereenkomst. In de advisering wordt gevraagd hier een keuze in te maken. Hieruit volgt opnieuw dat de klant, nog vóórdat hij het contract aangeboden krijgt, een keuze dient te maken voor privé of zakelijk. 2.5. Hiermee staat volgens eisende partij vast dat de leaseovereenkomst rechtstreeks verband houdt met de beroepsactiviteiten van gedaagde partij. Derhalve kwalificeert gedaagde partij niet als consument in de zin van de richtlijn en dient de leaseovereenkomst niet te worden aangemerkt als consumentenovereenkomst waarop de informatieplichten van toepassing zijn. 2.6. Uit het voorgaande volgt dat gedaagde partij de auto zakelijk kan gebruiken, maar nog steeds is niet uit te sluiten dat gedaagde partij de overeenkomst in overwegende mate is aangegaan als consument. Het ligt op de weg van de eisende partij als handelaar om daar afdoende concrete feiten en omstandigheden voor aan te dragen en daar is zij niet in geslaagd. 2.7. Het moet er daarom voor worden gehouden dat gedaagde partij de overeenkomst als consument is aangegaan, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht. 2.8. Nu eisende partij heeft nagelaten gemotiveerd te stellen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten, wat wel op haar weg had gelegen, gelet op het tussenvonnis, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om ambtshalve te toetsen. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering. 2.9. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. wijst de vorderingen van eisende partij af, 3.2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. 519