Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:1934
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
4,018 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 text/xml public 2026-03-24T11:04:16 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 26/405 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 text/html public 2026-03-19T09:33:51 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 26/405 Verzoek om een voorlopige voorziening toegwezen. Noodpaspoort voor de dochter van verzoekers die is geboren uit een draagmoeder is door de minister afgewezen. De voorzieningenrechter draagt de minister op om aan de dochter van verzoekers een laissez-passer te verstrekken zodat zij vanuit Ghana naar Nederland kunnen reizen. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 26/405 uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers (gemachtigde: mr. A.C. Bouma), en de minister van Buitenlandse zaken, de minister (gemachtigde: mr. J.L.K. Hu). Inleiding 1.1. Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van de aanvraag van verzoekers om een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . De minister heeft de aanvraag met het besluit van 22 januari 2026 niet in behandeling genomen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers via een videoverbinding, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter Wat vindt de voorzieningenrechter van het verzoek? 2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Verzoek 3. Verzoekers dochter [naam] is op [geboortedag] 2025 geboren uit een draagmoeder in Ghana. Verzoekers verzoeken de voorzieningenrechter om te bepalen dat de minister een noodpaspoort of een laissez-passer voor [naam] dient af te geven, zodat zij met haar naar Nederland kunnen reizen. Spoedeisend belang 4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar niet kan worden afgewacht. 4.1. Verzoekers verblijven sinds december 2025 in Ghana en kunnen niet met [naam] naar Nederland reizen zo lang zij geen reisdocument heeft. Verzoekers voeren aan dat zij graag zo snel mogelijk met [naam] naar Nederland willen reizen omdat hun leven zich daar afspeelt en zij daar een sociaal netwerk hebben. Ook moeten verzoekers zich op korte termijn weer fysiek melden op hun werk in Nederland. Daarnaast willen verzoekers graag de civiele procedure in Nederland starten maar dat is pas mogelijk als [naam] in Nederland is. Het spoedeisend belang wordt door verweerder ook niet betwist. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang in deze zaak daarom aan. Inhoudelijk 5. De voorzieningenrechter zal in deze zaak geen uitspraak doen over de rechtmatigheid van de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om een Nederlands paspoort voor [naam] . Het verzoek om een voorlopige voorziening leent zich niet om de rechtmatigheid van het bestreden besluit volledig te beoordelen en het besluit raakt aan de civiele procedure die nog gevoerd moet worden. De voorzieningenrechter zal daarom volstaan met een belangenafweging. Het belang van verzoekers zal worden afgewogen tegenover het belang van de minister. Belangenafweging 6. Op grond van de Paspoortwet komen uitsluitend personen met de Nederlandse nationaliteit of met een Nederlands verblijfsrecht in aanmerking voor een Nederlands reisdocument. 6.1. Het belang van de minister is om uitvoering te geven aan de Paspoortwet. [naam] heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast is haar geboorteakte nog niet door een Nederlandse civiele rechter erkend waardoor haar identiteit en nationaliteit ook niet op basis daarvan kan worden vastgesteld. 6.2. Tegenover het belang van verweerder staat het belang van verzoekers. Verzoekers zijn geregistreerd partners en beschikken beiden over de Nederlandse nationaliteit. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat de heer [verzoeker 2] de biologische vader van [naam] is. [naam] is op dit moment stateloos omdat zij naar Ghanees recht niet de Ghanese nationaliteit heeft verkregen. Verzoekers hebben aangegeven in Nederland zo spoedig mogelijk de civiele procedure te starten omtrent het vaststellen van de geboortegegevens en de familierechtelijke betrekkingen. 6.3. Verzoekers hebben op de zitting toegelicht dat zij een overeenkomst hebben gesloten met de draagmoeder. Daarnaast is er een verklaring van de draagmoeder, afgelegd bij de notaris, waarin zij verklaart afstand te doen van al haar rechten omtrent [naam] . Bovendien heeft de Ghanese rechtbank reeds geoordeeld dat naar Ghanees recht de heer [verzoeker 2] de juridische ouder is. 6.4. Op basis van de overgelegde documenten heeft de voorzieningenrechter geen twijfel over de intentie van verzoekers en de draagmoeder, dat het de bedoeling is dat verzoekers, of in ieder geval de heer [verzoeker 2] , de juridische ouders van [naam] worden en dat zij voor haar zullen zorgen en haar zullen opvoeden. De minister heeft, zonder zich uit te willen laten over de nog te voeren civiele procedure, ter zitting ook bevestigd dat er op dit moment geen aanleiding is om aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject te twijfelen. 6.5. Aangezien de heer [verzoeker 2] de biologische ouder van [naam] is en er op dit moment geen reden is om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat, na het doorlopen van alle daarvoor benodigde procedures, vastgesteld zal worden dat [naam] de Nederlandse nationaliteit heeft of zal krijgen. Om die reden zal de voorzieningenrechter het belang van verzoekers zwaarder laten wegen en het verzoek toewijzen. Conclusie en gevolgen 7. De voorzieningenrechter draagt de minister op om voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, zo snel mogelijk, maar uiterlijk op 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken waarmee zij met verzoekers Nederland kan inreizen. 7.1 Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Verzoekers krijgen ook een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Beslissing De voorzieningenrechter: - draagt de minister op om verzoekers, zo snel mogelijk, maar uiterlijk 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, waarmee zij naar Nederland kan reizen; - bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden; - veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 text/xml public 2026-03-24T11:04:16 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 26/405 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 text/html public 2026-03-19T09:33:51 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1934 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 26/405 Verzoek om een voorlopige voorziening toegwezen. Noodpaspoort voor de dochter van verzoekers die is geboren uit een draagmoeder is door de minister afgewezen. De voorzieningenrechter draagt de minister op om aan de dochter van verzoekers een laissez-passer te verstrekken zodat zij vanuit Ghana naar Nederland kunnen reizen. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 26/405 uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers (gemachtigde: mr. A.C. Bouma), en de minister van Buitenlandse zaken, de minister (gemachtigde: mr. J.L.K. Hu). Inleiding 1.1. Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van de aanvraag van verzoekers om een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . De minister heeft de aanvraag met het besluit van 22 januari 2026 niet in behandeling genomen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers via een videoverbinding, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter Wat vindt de voorzieningenrechter van het verzoek? 2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Verzoek 3. Verzoekers dochter [naam] is op [geboortedag] 2025 geboren uit een draagmoeder in Ghana. Verzoekers verzoeken de voorzieningenrechter om te bepalen dat de minister een noodpaspoort of een laissez-passer voor [naam] dient af te geven, zodat zij met haar naar Nederland kunnen reizen. Spoedeisend belang 4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar niet kan worden afgewacht. 4.1. Verzoekers verblijven sinds december 2025 in Ghana en kunnen niet met [naam] naar Nederland reizen zo lang zij geen reisdocument heeft. Verzoekers voeren aan dat zij graag zo snel mogelijk met [naam] naar Nederland willen reizen omdat hun leven zich daar afspeelt en zij daar een sociaal netwerk hebben. Ook moeten verzoekers zich op korte termijn weer fysiek melden op hun werk in Nederland. Daarnaast willen verzoekers graag de civiele procedure in Nederland starten maar dat is pas mogelijk als [naam] in Nederland is. Het spoedeisend belang wordt door verweerder ook niet betwist. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang in deze zaak daarom aan. Inhoudelijk 5. De voorzieningenrechter zal in deze zaak geen uitspraak doen over de rechtmatigheid van de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om een Nederlands paspoort voor [naam] . Het verzoek om een voorlopige voorziening leent zich niet om de rechtmatigheid van het bestreden besluit volledig te beoordelen en het besluit raakt aan de civiele procedure die nog gevoerd moet worden. De voorzieningenrechter zal daarom volstaan met een belangenafweging. Het belang van verzoekers zal worden afgewogen tegenover het belang van de minister. Belangenafweging 6. Op grond van de Paspoortwet komen uitsluitend personen met de Nederlandse nationaliteit of met een Nederlands verblijfsrecht in aanmerking voor een Nederlands reisdocument. 6.1. Het belang van de minister is om uitvoering te geven aan de Paspoortwet. [naam] heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast is haar geboorteakte nog niet door een Nederlandse civiele rechter erkend waardoor haar identiteit en nationaliteit ook niet op basis daarvan kan worden vastgesteld. 6.2. Tegenover het belang van verweerder staat het belang van verzoekers. Verzoekers zijn geregistreerd partners en beschikken beiden over de Nederlandse nationaliteit. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat de heer [verzoeker 2] de biologische vader van [naam] is. [naam] is op dit moment stateloos omdat zij naar Ghanees recht niet de Ghanese nationaliteit heeft verkregen. Verzoekers hebben aangegeven in Nederland zo spoedig mogelijk de civiele procedure te starten omtrent het vaststellen van de geboortegegevens en de familierechtelijke betrekkingen. 6.3. Verzoekers hebben op de zitting toegelicht dat zij een overeenkomst hebben gesloten met de draagmoeder. Daarnaast is er een verklaring van de draagmoeder, afgelegd bij de notaris, waarin zij verklaart afstand te doen van al haar rechten omtrent [naam] . Bovendien heeft de Ghanese rechtbank reeds geoordeeld dat naar Ghanees recht de heer [verzoeker 2] de juridische ouder is. 6.4. Op basis van de overgelegde documenten heeft de voorzieningenrechter geen twijfel over de intentie van verzoekers en de draagmoeder, dat het de bedoeling is dat verzoekers, of in ieder geval de heer [verzoeker 2] , de juridische ouders van [naam] worden en dat zij voor haar zullen zorgen en haar zullen opvoeden. De minister heeft, zonder zich uit te willen laten over de nog te voeren civiele procedure, ter zitting ook bevestigd dat er op dit moment geen aanleiding is om aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject te twijfelen. 6.5. Aangezien de heer [verzoeker 2] de biologische ouder van [naam] is en er op dit moment geen reden is om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat, na het doorlopen van alle daarvoor benodigde procedures, vastgesteld zal worden dat [naam] de Nederlandse nationaliteit heeft of zal krijgen. Om die reden zal de voorzieningenrechter het belang van verzoekers zwaarder laten wegen en het verzoek toewijzen. Conclusie en gevolgen 7. De voorzieningenrechter draagt de minister op om voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, zo snel mogelijk, maar uiterlijk op 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken waarmee zij met verzoekers Nederland kan inreizen. 7.1 Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Verzoekers krijgen ook een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Beslissing De voorzieningenrechter: - draagt de minister op om verzoekers, zo snel mogelijk, maar uiterlijk 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, waarmee zij naar Nederland kan reizen; - bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden; - veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.