Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:1862
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,538 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 text/xml public 2026-03-05T19:47:51 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-19 781126 - FA RK 25/10097 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 text/html public 2026-03-04T14:57:30 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 Rechtbank Amsterdam , 19-01-2026 / 781126 - FA RK 25/10097 Zorgmachtiging afgewezen, onvoldoende sprake van ernstig nadeel. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781126 – FA RK 25/10097 kenmerk: ZM/IND/185703 Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 19 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] (Suriname), wonende te [woonplaats] , [adres] , zorgaanbieder: Arkin, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. D.M. Rupert te Amsterdam. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 december 2025. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - bovengenoemde advocaat; - mw. [persoon 1] , psychiater; - dhr. [persoon 2] , verpleegkundige. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat onvoldoende sprake is van ernstig nadeel. Hoewel zich in het verleden incidenten hebben voorgedaan, waren deze volgens de advocaat het gevolg van betrekkingsideeën die inmiddels naar de achtergrond zijn verdwenen. Daarnaast heeft betrokkene verteld dat het beter met hem gaat en dat hij inziet dat het niet wenselijk is dat hij zoveel meldingen bij de politie doet. Hij probeert dit terug te brengen, door bijvoorbeeld met zijn advocaat te praten als hij zich zorgen maakt. Betrokkene heeft te kennen gegeven bereid te zijn om in gesprek te gaan met de behandelaren zodra hij merkt dat het minder goed met hem gaat. 2.2. De verpleegkundige heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat bij betrokkene nog steeds sprake is van paranoïde gedachten en achterdocht, maar deze zijn in de afgelopen periode wel afgenomen. Volgens de verpleegkundige is het van belang dat betrokkene wordt ingesteld op medicatie om zijn toestandsbeeld te stabiliseren. Betrokkene is het daar niet mee eens en om die reden acht de verpleegkundige een zorgmachtiging noodzakelijk teneinde betrokkene voldoende te kunnen stabiliseren. 2.3. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij het een lastige situatie vindt. De meldingen en incidenten doen zich nog steeds voor, maar zijn inderdaad wel afgenomen. In het verleden is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene door het gebruik van medicatie opknapte. Volgens de psychiater is het echter moeilijk in te schatten of de situatie weer zal verslechteren. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij betrokkene de ruimte wil geven om te laten zien dat hij bereid is mee te werken met de behandelaren, maar sluit de noodzaak van een zorgmachtiging evenmin uit. 2.4. De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Op grond van het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd, is onvoldoende onderbouwd dat er momenteel nog sprake is van ernstig nadeel dat verplichte zorg rechtvaardigt. Betrokkene gebruikt momenteel geen medicatie en de overlastmeldingen lijken te zijn afgenomen en betrokkene heeft erover nagedacht hoe hij overlast kan verminderen en de meldingen – waarmee hij de politie onnodig belast - kan terugdringen. Tot op heden hebben zich geen incidenten voorgedaan die een opname of andere vormen van verplichte zorg noodzakelijk maakten. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom geen sprake van ernstig nadeel en kan een zorgmachtiging niet als doelmatig worden beschouwd. De rechtbank weegt daarbij mee dat betrokkene heeft ingezien dat hij in gesprek moet blijven met de behandelaren, en daar ook toe bereid is. Daarbij zal ook het gesprek gevoerd moeten worden over eventuele inname medicatie. 3 Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 19 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 28 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 text/xml public 2026-03-05T19:47:51 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-19 781126 - FA RK 25/10097 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 text/html public 2026-03-04T14:57:30 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1862 Rechtbank Amsterdam , 19-01-2026 / 781126 - FA RK 25/10097 Zorgmachtiging afgewezen, onvoldoende sprake van ernstig nadeel. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781126 – FA RK 25/10097 kenmerk: ZM/IND/185703 Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 19 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] (Suriname), wonende te [woonplaats] , [adres] , zorgaanbieder: Arkin, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. D.M. Rupert te Amsterdam. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 december 2025. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - bovengenoemde advocaat; - mw. [persoon 1] , psychiater; - dhr. [persoon 2] , verpleegkundige. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat onvoldoende sprake is van ernstig nadeel. Hoewel zich in het verleden incidenten hebben voorgedaan, waren deze volgens de advocaat het gevolg van betrekkingsideeën die inmiddels naar de achtergrond zijn verdwenen. Daarnaast heeft betrokkene verteld dat het beter met hem gaat en dat hij inziet dat het niet wenselijk is dat hij zoveel meldingen bij de politie doet. Hij probeert dit terug te brengen, door bijvoorbeeld met zijn advocaat te praten als hij zich zorgen maakt. Betrokkene heeft te kennen gegeven bereid te zijn om in gesprek te gaan met de behandelaren zodra hij merkt dat het minder goed met hem gaat. 2.2. De verpleegkundige heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat bij betrokkene nog steeds sprake is van paranoïde gedachten en achterdocht, maar deze zijn in de afgelopen periode wel afgenomen. Volgens de verpleegkundige is het van belang dat betrokkene wordt ingesteld op medicatie om zijn toestandsbeeld te stabiliseren. Betrokkene is het daar niet mee eens en om die reden acht de verpleegkundige een zorgmachtiging noodzakelijk teneinde betrokkene voldoende te kunnen stabiliseren. 2.3. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij het een lastige situatie vindt. De meldingen en incidenten doen zich nog steeds voor, maar zijn inderdaad wel afgenomen. In het verleden is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene door het gebruik van medicatie opknapte. Volgens de psychiater is het echter moeilijk in te schatten of de situatie weer zal verslechteren. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij betrokkene de ruimte wil geven om te laten zien dat hij bereid is mee te werken met de behandelaren, maar sluit de noodzaak van een zorgmachtiging evenmin uit. 2.4. De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Op grond van het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd, is onvoldoende onderbouwd dat er momenteel nog sprake is van ernstig nadeel dat verplichte zorg rechtvaardigt. Betrokkene gebruikt momenteel geen medicatie en de overlastmeldingen lijken te zijn afgenomen en betrokkene heeft erover nagedacht hoe hij overlast kan verminderen en de meldingen – waarmee hij de politie onnodig belast - kan terugdringen. Tot op heden hebben zich geen incidenten voorgedaan die een opname of andere vormen van verplichte zorg noodzakelijk maakten. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom geen sprake van ernstig nadeel en kan een zorgmachtiging niet als doelmatig worden beschouwd. De rechtbank weegt daarbij mee dat betrokkene heeft ingezien dat hij in gesprek moet blijven met de behandelaren, en daar ook toe bereid is. Daarbij zal ook het gesprek gevoerd moeten worden over eventuele inname medicatie. 3 Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 19 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 28 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.