Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-18
ECLI:NL:RBAMS:2026:1815
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,013 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 text/xml public 2026-03-24T11:01:18 2026-02-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-18 24/3855 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 text/html public 2026-03-16T14:56:14 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2026 / 24/3855 Wpg. Dit Wpg-verzoek valt binnen de reikwijdte van eerdere aanvragen. Het is op grond van de Wpg, dan wel de Awb niet verplicht om een overzicht op te stellen van stukken die eiser bij eerdere besluiten heeft kunnen inzien. Dit is ook niet relevant voor de 4:6 toets. Nu vaststaat dat dit Wpg-verzoek valt binnen de reikwijdte van eerder door eiser gedane informatieverzoeken waar al op is beslist en waarbij eiser inzage is verleend en nu eiser geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd heeft verweerder dit verzoek op grond van 4:6 van de Awb terecht aangemerkt als een herhaalde aanvraag. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/3855 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaken tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en De korpschef van politie Amsterdam, verweerder (gemachtigden: mr. P. van der Schot en mr. S. Filali) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een inzageverzoek op grond van artikel 25 van de Wpg (het verzoek). Eiser heeft de Korpschef gevraagd om alle i90-formulieren of andere formulieren, als het op een andere manier is vastgelegd, over hem te verstrekken. Eiser is het niet eens met het feit dat de Korpschef zijn verzoeken heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag zoals bedoeld is in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij voert daartoe aan dat de zoekslag onjuist is geweest, dat de Korpschef een goede nieuwe zoekslag moet uitvoeren en dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de Korpschef deze verzoeken terecht als een herhaalde aanvraag heeft aangemerkt. 2. De rechtbank is van oordeel dat de Korpschef het verzoek terecht heeft aangemerkt als een herhaald verzoek op grond van artikel 4:6 van de Awb. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk. Procesverloop 3. Eiser heeft de afgelopen jaren veel Woo , AVG en Wpg-verzoeken gedaan bij de Korpschef. Bij inzage in deze verzoeken is eiser weinig tot bijna geen i90-formulier of iets soortgelijks tegengekomen waarin doorgifte/verstrekking van informatie is vastgelegd. 3.1. i90 is de incidentcode van een mutatie met de maatschappelijke klasse verstrekking gegevens (niet rechtstreeks geautomatiseerd). Door middel van een i90- formulier kan de vestrekking van politiegegevens worden vastgelegd in het politiesysteem BVH. 4. Eiser heeft op 14 april 2024 een gecombineerd AVG- en Wpg-verzoek gedaan bij de Korpschef. In dit verzoek heeft eiser het volgende opgenomen: “De politie heeft de afgelopen jaren veel data over mij aan derden verstrekt/gegeven/gestuurd (of welke term jullie hiervoor ook gebruiken zowel in binnen- als buitenland. Zulke verstrekkingen (of hoe jullie dit ook noemen) moeten worden vastgelegd (in BVH of wellicht in andere systemen) d.m.v. een i90-formulier (of wellicht een ander formulier).” Hij verzoekt vervolgens de Korpschef om die i90-formulieren of andere “formulieren” als het op een andere manier is vastgelegd aan hem te verstrekken. 4.1. De Korpschef heeft met het bestreden besluit van 24 mei 2024 dit Wpg-verzoek als een herhaalde aanvraag aangemerkt en geconcludeerd dat zij al eerder op deze aanvraag heeft beslist. Eiser heeft vervolgens op 5 juli 2024 tegen dit besluit rechtstreeks beroep ingesteld. 4.2. De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. S. Filali en mr. P. van der Schot verschenen. Ook was [persoon] , journalist van het Parool aanwezig. 4.3. Op de zitting van 21 mei 2025 werd duidelijk dat het dossier voor geen van de partijen (inclusief de rechtbank) compleet was waardoor (verdere) behandeling van de zaak op dat moment onmogelijk was. Eiser ging er daarnaast vanuit dat naast het Wpg-verzoek ook een AVG-verzoek over hetzelfde onderwerp, gedaan op dezelfde datum, behandeld zou worden. Dit was niet bekend bij de rechtbank of de Korpschef. De rechtbank heeft partijen vervolgens vier weken de tijd gegeven om het dossier compleet te maken. Hierna heeft de rechtbank besloten om uit proceseconomische overwegingen het AVG-verzoek (met zaaknummer AMS 25/4477), gelijktijdig met het Wpg-verzoek te behandelen. Zij heeft partijen opnieuw uitgenodigd voor een zitting. 5. De rechtbank heeft vervolgens de beroepen gezamenlijk op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. P. van der Schot en mr. C.C. Gerardts verschenen. Na de behandeling ter zitting heeft de rechtbank de zaken weer gesplist. Standpunt eiser 6. Eiser stelt zich op het standpunt dat er meer i90-formulieren of soortgelijke formulieren moeten zijn. De Korpschef moet een nieuwe zoekslag uitvoeren en die nieuwe zoekslag moet goed gedocumenteerd worden en beschreven worden in het besluit. Er is volgens eiser sprake van een motiveringsgebrek. Beoordeling door de rechtbank 7. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een herhaalde aanvraag. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Juridisch kader 8. Op grond van artikel 4:6 van de Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking. 8.1. Zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder is overwogen in onder meer haar uitspraak van 23 november 2016 , geldt als uitgangspunt dat een bestuursorgaan in het algemeen bevoegd is om een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bestuursorgaan kan zo’n aanvraag inwilligen of afwijzen. Als het bestuursorgaan meent dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, kan het er echter op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb ook voor kiezen om de herhaalde aanvraag zonder verdere inhoudelijke behandeling af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit. Is er sprake van een herhaalde aanvraag? 9. De bevoegdheid om te beoordelen of er sprake is van een herhaald verzoek ligt in onderhavige zaak dus bij de Korpschef. Deze moet hiervoor twee vragen beantwoorden: 1) Is er sprake van een herhaalde aanvraag? Dus, heeft eiser al eerder een soort gelijk verzoek ingediend, wat strekt tot hetzelfde rechtsgevolg? En 2) zijn er door de verzoeker, in dit geval eiser, voldoende nieuwe feiten en omstandigheden ingebracht? 10. De Korpschef heeft in haar bestreden besluit de eerste vraag positief beantwoord. Op de zitting heeft zij dit nog nader toegelicht en gemotiveerd. Zo heeft de Korpschef onder andere verwezen naar een eerder genomen besluit van 18 april 2024 (2024/0001106). In die kwestie speelde ook een informatieverzoek van eiser waarin hij heeft gevraagd om alle informatie die betrekking heeft op eiser in een bepaalde periode. De Korpschef stelt zich op het standpunt dat zij eiser toen al inzage heeft gegeven in al zijn i90-formulieren en dat er in onderhavige zaak om die reden sprake is van een herhaalde aanvraag. Eiser heeft op de zitting erkend dat dit Wpg-verzoek inderdaad binnen de reikwijdte van zijn eerdere aanvragen valt. Hij heeft toegelicht dat hij deze verzoeken doet en blijft doen uit een inequality of arms situatie.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 text/xml public 2026-03-24T11:01:18 2026-02-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-18 24/3855 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 text/html public 2026-03-16T14:56:14 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1815 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2026 / 24/3855 Wpg. Dit Wpg-verzoek valt binnen de reikwijdte van eerdere aanvragen. Het is op grond van de Wpg, dan wel de Awb niet verplicht om een overzicht op te stellen van stukken die eiser bij eerdere besluiten heeft kunnen inzien. Dit is ook niet relevant voor de 4:6 toets. Nu vaststaat dat dit Wpg-verzoek valt binnen de reikwijdte van eerder door eiser gedane informatieverzoeken waar al op is beslist en waarbij eiser inzage is verleend en nu eiser geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd heeft verweerder dit verzoek op grond van 4:6 van de Awb terecht aangemerkt als een herhaalde aanvraag. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/3855 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaken tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en De korpschef van politie Amsterdam, verweerder (gemachtigden: mr. P. van der Schot en mr. S. Filali) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een inzageverzoek op grond van artikel 25 van de Wpg (het verzoek). Eiser heeft de Korpschef gevraagd om alle i90-formulieren of andere formulieren, als het op een andere manier is vastgelegd, over hem te verstrekken. Eiser is het niet eens met het feit dat de Korpschef zijn verzoeken heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag zoals bedoeld is in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij voert daartoe aan dat de zoekslag onjuist is geweest, dat de Korpschef een goede nieuwe zoekslag moet uitvoeren en dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de Korpschef deze verzoeken terecht als een herhaalde aanvraag heeft aangemerkt. 2. De rechtbank is van oordeel dat de Korpschef het verzoek terecht heeft aangemerkt als een herhaald verzoek op grond van artikel 4:6 van de Awb. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk. Procesverloop 3. Eiser heeft de afgelopen jaren veel Woo , AVG en Wpg-verzoeken gedaan bij de Korpschef. Bij inzage in deze verzoeken is eiser weinig tot bijna geen i90-formulier of iets soortgelijks tegengekomen waarin doorgifte/verstrekking van informatie is vastgelegd. 3.1. i90 is de incidentcode van een mutatie met de maatschappelijke klasse verstrekking gegevens (niet rechtstreeks geautomatiseerd). Door middel van een i90- formulier kan de vestrekking van politiegegevens worden vastgelegd in het politiesysteem BVH. 4. Eiser heeft op 14 april 2024 een gecombineerd AVG- en Wpg-verzoek gedaan bij de Korpschef. In dit verzoek heeft eiser het volgende opgenomen: “De politie heeft de afgelopen jaren veel data over mij aan derden verstrekt/gegeven/gestuurd (of welke term jullie hiervoor ook gebruiken zowel in binnen- als buitenland. Zulke verstrekkingen (of hoe jullie dit ook noemen) moeten worden vastgelegd (in BVH of wellicht in andere systemen) d.m.v. een i90-formulier (of wellicht een ander formulier).” Hij verzoekt vervolgens de Korpschef om die i90-formulieren of andere “formulieren” als het op een andere manier is vastgelegd aan hem te verstrekken. 4.1. De Korpschef heeft met het bestreden besluit van 24 mei 2024 dit Wpg-verzoek als een herhaalde aanvraag aangemerkt en geconcludeerd dat zij al eerder op deze aanvraag heeft beslist. Eiser heeft vervolgens op 5 juli 2024 tegen dit besluit rechtstreeks beroep ingesteld. 4.2. De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. S. Filali en mr. P. van der Schot verschenen. Ook was [persoon] , journalist van het Parool aanwezig. 4.3. Op de zitting van 21 mei 2025 werd duidelijk dat het dossier voor geen van de partijen (inclusief de rechtbank) compleet was waardoor (verdere) behandeling van de zaak op dat moment onmogelijk was. Eiser ging er daarnaast vanuit dat naast het Wpg-verzoek ook een AVG-verzoek over hetzelfde onderwerp, gedaan op dezelfde datum, behandeld zou worden. Dit was niet bekend bij de rechtbank of de Korpschef. De rechtbank heeft partijen vervolgens vier weken de tijd gegeven om het dossier compleet te maken. Hierna heeft de rechtbank besloten om uit proceseconomische overwegingen het AVG-verzoek (met zaaknummer AMS 25/4477), gelijktijdig met het Wpg-verzoek te behandelen. Zij heeft partijen opnieuw uitgenodigd voor een zitting. 5. De rechtbank heeft vervolgens de beroepen gezamenlijk op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. P. van der Schot en mr. C.C. Gerardts verschenen. Na de behandeling ter zitting heeft de rechtbank de zaken weer gesplist. Standpunt eiser 6. Eiser stelt zich op het standpunt dat er meer i90-formulieren of soortgelijke formulieren moeten zijn. De Korpschef moet een nieuwe zoekslag uitvoeren en die nieuwe zoekslag moet goed gedocumenteerd worden en beschreven worden in het besluit. Er is volgens eiser sprake van een motiveringsgebrek. Beoordeling door de rechtbank 7. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een herhaalde aanvraag. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Juridisch kader 8. Op grond van artikel 4:6 van de Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking. 8.1. Zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder is overwogen in onder meer haar uitspraak van 23 november 2016 , geldt als uitgangspunt dat een bestuursorgaan in het algemeen bevoegd is om een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bestuursorgaan kan zo’n aanvraag inwilligen of afwijzen. Als het bestuursorgaan meent dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, kan het er echter op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb ook voor kiezen om de herhaalde aanvraag zonder verdere inhoudelijke behandeling af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit. Is er sprake van een herhaalde aanvraag? 9. De bevoegdheid om te beoordelen of er sprake is van een herhaald verzoek ligt in onderhavige zaak dus bij de Korpschef. Deze moet hiervoor twee vragen beantwoorden: 1) Is er sprake van een herhaalde aanvraag? Dus, heeft eiser al eerder een soort gelijk verzoek ingediend, wat strekt tot hetzelfde rechtsgevolg? En 2) zijn er door de verzoeker, in dit geval eiser, voldoende nieuwe feiten en omstandigheden ingebracht? 10. De Korpschef heeft in haar bestreden besluit de eerste vraag positief beantwoord. Op de zitting heeft zij dit nog nader toegelicht en gemotiveerd. Zo heeft de Korpschef onder andere verwezen naar een eerder genomen besluit van 18 april 2024 (2024/0001106). In die kwestie speelde ook een informatieverzoek van eiser waarin hij heeft gevraagd om alle informatie die betrekking heeft op eiser in een bepaalde periode. De Korpschef stelt zich op het standpunt dat zij eiser toen al inzage heeft gegeven in al zijn i90-formulieren en dat er in onderhavige zaak om die reden sprake is van een herhaalde aanvraag. Eiser heeft op de zitting erkend dat dit Wpg-verzoek inderdaad binnen de reikwijdte van zijn eerdere aanvragen valt. Hij heeft toegelicht dat hij deze verzoeken doet en blijft doen uit een inequality of arms situatie.