Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-02-11
ECLI:NL:RBAMS:2026:1325
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/752764 / HA ZA 24-688 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. C.J. Knoops-Hamburger, tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VOLT NEDERLAND , gevestigd te 's-Gravenhage, gedaagde partij, hierna te noemen: Volt Nederland, advocaat: mr. A.A. al Khatib. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding, met producties,- de conclusie in het incident tot onbevoegdheid, met producties, - de antwoordconclusie in het incident tot onbevoegdheid, - het incidenteel vonnis van 22 januari 2025, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van 11 juni 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 28 november 2025, het proces-verbaal dat daarvan is opgemaakt en de daarin genoemde processtukken en/of proceshandelingen en de zittingsaantekeningen van de griffier. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] is op 17 maart 2021 verkozen als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was lid van de Tweede Kamerfractie van Volt Nederland (hierna: de Volt-fractie). De Volt-fractie bestond naast [eiseres] uit [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 1] was fractievoorzitter. 2.2. Op 21 januari 2022 heeft de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ), fractiemedewerker van [eiseres] , een brief gestuurd aan mevrouw [naam 4] (hierna: [naam 4] ), ambtelijk secretaris van de Volt-fractie. In de brief schrijft [naam 3] dat [eiseres] grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond, waarvan in de brief voorbeelden worden genoemd. De brief eindigt met de woorden: “Mijn grens is bereikt en daarom wil ik deze brief officieel gedocumenteerd hebben. Ik wil dat er van dit voorval een officiële notitie wordt gemaakt. Ook wil ik dat deze brief in het dossier van [eiseres] wordt opgenomen. Ik stuur van deze brief een cc naar [naam 1] , als fractievoorzitter, met het verzoek om bij het getuige zijn van elke vorm van grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag, voortaan de persoon in kwestie daarop aan te spreken te spreken.” 2.3. Op 24 januari 2022 heeft [naam 4] overleg gehad met Bureau Integriteit B.V. te Amersfoort (hierna: BING). Diezelfde dag heeft BING een “Opdrachtbevestiging ondersteuning casus” aan Volt Nederland ter attentie van [naam 4] gestuurd. Daarin worden onder andere de aanleiding, het doel van de opdracht en het plan van aanpak beschreven. 2.4. Op 31 januari 2022 heeft BING een e-mail aan [naam 4] gestuurd met daarin onder andere de bevindingen tot zo ver. Daarbij heeft BING advies gegeven over vervolgstappen. BING heeft in deze e-mail onder meer het volgende geschreven: “(...) Teneinde meer zicht te krijgen op de achtergronden van de brief (rechtbank: van [naam 3] ) (aard en omvang) en de bedoelingen/wensen van de melder daarmee, zijn wij gestart met een interview met de melder. (...) Uit de nu verzamelde informatie ontstaat het volgende beeld: *Melder heeft concrete voorbeelden gegeven van opmerkingen, uitlatingen en andere gedragingen die melder als grensoverschrijdend ervaart. Het gedrag strekt zich uit over een periode van ongeveer een jaar. (...) *Melder heeft aangegeven dat ook anderen binnen Volt last hebben van het gedrag van betrokkene. (...) *De door melder genoemde opmerkingen zijn, als zij op zichzelf zouden staan, in objectieve zin te kwalificeren als (geslaagde of minder geslaagde) grapjes. Melder stelt echter dat sprake is van een patroon als gevolg waarvan de waardigheid van melder wordt aangetast, waardoor melder een onveilige en/of vernederende omgeving ervaart. De opmerkingen jegens melder en andere door hem genoemde personen hebben betrekking op onder meer uiterlijk (...), betreffen een seksuele toespeling of hebben betrekking op seksuele voorkeur. Ook zou betrokkene zich volgens melder autoritair opstellen, niet goed omgaan met negatieve feedback, Hierdoor kan ik mij niet tegen aantijgingen verdedigen en wordt mij het wettelijke recht op hoor- en wederhoor ontnomen. Dezelfde avond hebben jullie publiekelijk een mailbericht doen uitgaan. Hierdoor is voor mij een onveilige situatie ontstaan alsmede is hierdoor aan mij door deze handelwijze schade toegebracht. Aangezien mij geen mededelingen zijn gedaan over de aard van de beschuldigingen noch een besluit is uitgereikt en ik dus ook niet in kennis ben gesteld van de onderliggende redenen voor deze eenzijdig opgelegde schorsing’, verzoek ik jullie deze schorsing’ binnen 24 uur terug te draaien. (..).” 2.9. Bij brief van 14 februari 2022 is [eiseres] door BING uitgenodigd voor het voeren van een interview. BING heeft verder geschreven: “Omdat de signalen een aantijging aan uw adres inhouden, krijgt u in het kader van hoor en wederhoor in het interview en door het - op een later moment - schriftelijk voorleggen van onze bevindingen, de gelegenheid voor het belichten van uw kant van het verhaal en voor het formuleren van een reactie op de geuite verwijten.” 2.10. Bij e-mail van 15 februari 2022 heeft [naam 1] gereageerd op de e-mail van 14 februari 2022 van [eiseres] . In de e-mail van [naam 1] staat onder meer dat de bevindingen van BING worden afgewacht en dat het besluit om [eiseres] te schorsen gedurende dit onderzoek gehandhaafd blijft. 2.11. Bij brief van 17 februari 2022 heeft BING de volgende documenten gezonden naar de advocaten van [eiseres] : - de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] ; - de opdrachtbevestiging van 24 januari 2022 van BING aan Volt Nederland; - de e-mail van 31 januari 2022 van BING aan [naam 4] . 2.12. In een brief van 23 februari 2022 van BING aan Volt Nederland is verslag gedaan van de voortgang van het onderzoek. In de brief staat onder meer dat in totaal elf personen (naast vijf eerder genoemde personen) bij BING klachten hebben gemeld over [eiseres] (twee per e-mail en de rest telefonisch of door middel van videobellen). Verder staat in de brief, voor zover van belang: “Op basis van de gevoerde interviews en anderszins uitgewisselde informatie informeren wij u over de hoofdlijnen van de meldingen en daarin geuite klachten. Wij wijzen er daarbij op dat op dit moment geen wederhoor is toegepast en dat het verbinden van inhoudelijke conclusies aan deze meldingen in dit stadium niet aan de orde is. De melders brengen de volgende zaken naar voren: • Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid persoonlijke grenzen over gaat met opmerkingen over onder meer seksuele geaardheid en uiterlijk. Twee melders hebben aangegeven dat deze opmerkingen een meer structureel karakter hebben. Zij voelen zich in hun waardigheid aangetast door het Kamerlid. Door een van deze melders wordt tevens gesteld dat het betrokken Kamerlid bij gelegenheid haar macht en autoriteit in zou zetten om argumenten op oneigenlijke wijze kracht bij te zetten. Deze melder duidt dit als intimidatie. • Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid handtastelijk is geweest. Drie melders stellen dat het betrokken Kamerlid hen een tik op de billen heeft gegeven. Bij in elk geval een van beide melders zou dit meermaals zijn gebeurd. • Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid seksuele avances heeft gemaakt naar drie melders. Zij duiden dit in termen variërend van ongemakkelijk tot intimiderend. Zij kennen daarbij betekenis toe aan leeftijdsverschil en positie. • Ten minste zeven melders hebben aangegeven dat het betrokken Kamerlid een problematische relatie met alcohol heeft. Bij gelegenheden zou het betrokken Kamerlid te veel drinken en de effecten daarvan op het gedrag van het Kamerlid geven de melders gevoelens van ongemak en schaamte. Ook vreest een enkeling voor schade aan het imago van de partij. Dit punt heeft mede betrekking op voorgaande bullets. • Ten minste negen melders hebben aangegeven dat zij (stevige) verbale aanvaringen met het betrokken Kamerlid hebben gehad. Melders laten zich hier in verschillende bewoordingen over uit. Zij duiden Tijdens dat optreden heeft [eiseres] laten weten dat zij eerdere strafrechtelijke aangiftes tegen [naam 1] , Volt Nederland en de melders had uitgebreid. 2.21. Bij e-mail van 18 maart 2022 zijn [naam 2] en [eiseres] door [naam 1] uitgenodigd voor een fractievergadering op 22 maart 2022 met als agendapunten: wijziging van het fractiereglement en de beëindiging van het fractielidmaatschap van [eiseres] . [eiseres] heeft op 21 maart 2022 per e-mail aan [naam 1] haar afwijzende reactie gestuurd op beide agendapunten. Op 22 maart 2022 vond de fractievergadering plaats, waarbij [naam 1] en [naam 2] aanwezig waren, en [eiseres] afwezig. De notulen van de fractievergadering houden – voor zover hier van belang – het volgende in: “(…) Met twee stemmen voor ( [naam 2] en [naam 1] ) en 1 stem tegen ( [eiseres] ) wordt het fractielidmaatschap van [eiseres] per direct beëindigd zodat zij met ingang van 22 maart 2022 (om 10.26) geen deel maar uitmaakt van de fractie van Volt.” 2.22. Het bestuur van Volt Nederland heeft op 28 maart 2022 besloten [eiseres] te ontzetten uit het lidmaatschap van Volt Nederland. 2.23. [eiseres] is daarna lid gebleven van de Tweede Kamer. Zij heeft haar werkzaamheden in een eenmansfractie voortgezet. Zij heeft zich niet verkiesbaar gesteld voor de Tweede Kamer verkiezingen van 22 november 2023. 2.24. Bij arrest van 7 februari 2023 van het gerechtshof te Amsterdam is het kortgedingvonnis van 9 maart 2022 vernietigd en zijn de vorderingen die [eiseres] in eerste aanleg had ingesteld alsnog afgewezen. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:i. voor recht te verklaren dat Volt Nederland aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van de gedragingen en omstandigheden zoals omschreven in de dagvaarding, te vermeerderen met rente en kosten;ii. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 1.005.000,-, ter vergoeding van de inkomensschade die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten;iii. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 25.000,- ter vergoeding van de immateriële schade die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten;iv. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 14.149,15, ter vergoeding van de kosten die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten; v. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat, ter vergoeding van de schade ten gevolge van het lichamelijk en geestelijk letsel van [eiseres] , te vermeerderen met rente en kosten;vi. Volt Nederland te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiseres] heeft bij de mondelinge behandeling desgevraagd gepreciseerd op welke gedragingen en omstandigheden zij het oog heeft met haar hiervoor onder i weergegeven vordering. Zij heeft geantwoord dat het haar te doen is om:- het besluit van 13 februari 2022 om haar te schorsen als lid van de Volt-fractie;- het besluit van 26 februari 2022 om haar lidmaatschap van de Volt-fractie te beëindigen;- het besluit van 22 maart 2022 om haar lidmaatschap van de Volt-fractie te beëindigen;- het bericht van 13 februari 2022 (zie 2.7);- het bericht van 26 februari 2022 (zie 2.17);- het lekken van informatie naar NRC.[eiseres] richt haar pijlen dus niet op het besluit van 28 maart 2022 waarmee haar lidmaatschap van Volt Nederland werd beëindigd. 3.3. Volt Nederland voert verweer. Volt Nederland concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 4. De beoordeling 4.1. Het onrechtmatige handelen dat [eiseres] aan Volt Nederland verwijt valt in twee Volgens [eiseres] is het de algemene vergadering van Volt Nederland en niet de Volt-fractie of het bestuur van Volt Nederland die een besluit kan nemen over het lot van [eiseres] . Volt Nederland stelt, zoals gezegd, dat alleen de Volt-fractie over het fractielidmaatschap kan beslissen. 4.11. Het standpunt van Volt Nederland wordt voor juist gehouden. Daartoe wordt het volgende overwogen. 4.12. Een fractie in de Tweede Kamer is geen juridische entiteit. Het is een politiek samenwerkingsverband van een aantal gelijkgestemde leden van de Tweede Kamer. Leden van de Tweede Kamer, ook de leden die tot een fractie behoren, zijn staatsrechtelijk vrij in de uitoefening van hun mandaat als kamerlid. Kamerleden bepalen dan ook zelf hoe te stemmen en zij stemmen zonder last (artikel 67 lid 3 Grondwet). Het lidmaatschap van een kamerlid van een fractie is op vrijwillige basis. Fractieleden zijn dan ook vrij om te beslissen of zij deel blijven uitmaken van die fractie. Zo niet, dan behouden zij hun zetel in de Tweede Kamer. Andersom, en dat is in deze zaak van belang, is het ook aan de leden van een fractie om te beslissen of zij de politieke samenwerking met een ander fractielid willen voortzetten. Met deze staatsrechtelijke uitgangspunten verhoudt zich niet dat een fractie in de Tweede Kamer is te beschouwen als afdeling of onderdeel van een in verenigingsverband georganiseerde politieke partij, zoals Volt Nederland. Dat zou immers betekenen dat niet de leden van de fractie, maar een politieke partij (indirect) beslist over het reilen en zeilen in de fractie. Zie ook ECLI:NL: RBDHA:2022:11389. Het andersluidende standpunt van [eiseres] wordt dus niet gevolgd. 4.13. Dan resteert de vraag of de Volt-fractie – zoals Volt Nederland stelt en [eiseres] betwist – de besluiten ook daadwerkelijk heeft genomen. 4.14. Uit de processtukken en de overgelegde producties blijkt dat zowel [naam 1] (als voorzitter van de Volt-fractie) als het bestuur van Volt Nederland, na kennisname van de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] en de ontvangst van de voorlopige bevindingen en het advies van BING op 31 januari 2022, hebben geprobeerd de situatie meester te blijven en daarin regie te voeren. Daarbij hebben zij zich kennelijk nauwelijks bekommerd om de vraag wie bevoegd was tot het nemen van beslissingen over de schorsing en het fractielidmaatschap van [eiseres] . Dat blijkt uit hoe de besluitvorming feitelijk is verlopen. De schorsing 4.15. [naam 1] en [naam 2] hebben volgens hun schriftelijke verklaring van 6 december 2022 in een telefonisch overleg op 12 februari 2022 samen overeenstemming bereikt over de beslissing om [eiseres] als lid van de Volt-fractie te schorsen. [eiseres] heeft gesteld dat [naam 2] niet bij dat overleg en de besluitvorming was betrokken, maar heeft dit tegenover de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] niet meer onderbouwd, zodat aan die stelling wordt voorbijgegaan. Wel staat vast dat [eiseres] niet voor dat overleg was uitgenodigd en daarvan ook niet op de hoogte was. In zoverre was – formeel beschouwd – van een besluit van ‘de Volt-fractie’ dan ook geen sprake. Dat neemt niet weg dat [naam 1] en [naam 2] feitelijk als meerderheid van de Volt-fractie samen hebben beslist dat [eiseres] geschorst moest worden als lid van de Volt-fractie. Dat onder de in 2.6 aangehaalde mail, waarin [eiseres] die beslissing wordt medegedeeld, zowel de naam van [naam 1] als die van de twee co-voorzitters van Volt Nederland onder de e-mail staat, maakt dit niet anders. Het (eerste) besluit van 26 februari 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen 4.16. Ook de beslissing van 26 februari 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen is niet met een juridisch vaste hand genomen. In een overleg van de Volt-fractie, waarvoor [eiseres] was uitgenodigd maar waarbij zij niet aanwezig was, hebben [naam 1] en [naam 2] vastgesteld dat zij definitief niet meer met [eiseres] in de Volt-fractie wilden samenwerken. Uit de notulen b Een oordeel op dit punt kan in het midden blijven omdat het handelen van [naam 1] en [naam 2] met betrekking tot het schorsen en het beëindigen van het fractielidmaatschap van [eiseres] hoe dan ook buiten het beoordelingskader van deze procedure valt, omdat zij in deze procedure geen partij zijn. Dit alles betekent dat ook op de vraag of [naam 1] en [naam 2] op inhoudelijk juiste gronden hun besluiten hebben genomen, hier niet verder hoeft te worden ingegaan. 4.20. [eiseres] heeft nog gewezen op de rol die bestuursleden van Volt Nederland hebben gespeeld bij de voorbereiding, totstandkoming en uitvoering van de beslissingen over het fractielidmaatschap van [eiseres] . Volgens [eiseres] zijn die beslissingen daarom ook “toerekenbaar” aan Volt Nederland. 4.21. Dat standpunt wordt niet gevolgd. [naam 1] en [naam 2] hebben als leden van de Volt-fractie hun politieke samenwerking met [eiseres] in fractieverband beëindigd. De Volt-fractie is, zoals hiervoor overwogen, geen onderdeel of afdeling van Volt Nederland. Vanwege hun grondwettelijk mandaat handelen [naam 1] en [naam 2] als kamerleden onafhankelijk van Volt Nederland. Op grond waarvan Volt Nederland desondanks een verplichting tot schadevergoeding heeft voor het handelen van [naam 1] en [naam 2] heeft [eiseres] niet uiteengezet. Evenmin heeft zij concreet gewezen op feiten of omstandigheden die meebrengen dat Volt Nederland zélf onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. De publieke uitlatingen over [eiseres] De berichten van 13 februari 2022 en 26 februari 2022 4.22. Volt Nederland voert aan dat de berichten niet door haar maar door de Volt-fractie zijn opgesteld en dat Volt Nederland daarom niet aansprakelijk kan zijn voor deze berichten. 4.23. Dat standpunt van Volt Nederland is tevergeefs. Het bericht van 13 februari 2022 is op de website van Volt gepubliceerd en afkomstig van “Volt”, zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt tussen Volt Nederland en de Volt-fractie. Verder wordt in het bericht “de partij” als actor vermeld. Daarmee wordt verwezen naar de in verenigingsverband georganiseerde politieke partij Volt Nederland en niet naar de Volt-fractie die immers, ook volgens het eigen standpunt van Volt Nederland in deze procedure, geen onderdeel is van Volt Nederland. 4.24. Het bericht van 26 februari 2022 is blijkens de aftekening afkomstig van “het voltallige bestuur” (en de Tweede Kamerfractie), zodat het standpunt van Volt Nederland dat ook dat bericht niet van haar afkomstig is evenmin hout snijdt. 4.25. Bij de beoordeling van de berichten gaat het om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting (van Volt Nederland) en het recht op bescherming van de eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (van [eiseres] ). Het antwoord op de vraag welk van deze rechten in dit geval zwaarder weegt, berust op een afweging van alle relevante omstandigheden, waaronder de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal. Het bericht van 13 februari 2022 4.26. [eiseres] stelt dat het bericht van 13 februari 2022 onrechtmatig was. Het bericht bevat volgens [eiseres] feitelijke onjuistheden. Volgens het bericht was sprake van “enkele meldingen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag”. Op 13 februari 2022 beschikte Volt Nederland echter niet over ‘enkele meldingen’ (dus meer dan één) maar alleen over de brief van [naam 3] . Bovendien was toen nog niet eens duidelijk welk gewicht aan die brief moest worden toegekend. De vermelding in het bericht van grensoverschrijdend gedrag was volgens [eiseres] dan ook niet gerechtvaardigd en onnodig beschadigend. 4.27. Aan het betoog van [eiseres] wordt voorbijgegaan. Op 13 februari 2022, toen het bericht over de schorsing van [eiseres] op de website van Volt Nederland werd geplaatst, beschikte Volt Nederland op de eerste plaats over de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] . Anders dan [eiseres] meent, was niet onduidelijk welk gewich