Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:9871
Civiel recht; Europees civiel recht
Tussenbeschikking
2,553 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 text/xml public 2026-04-30T13:22:15 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-11 11894445 \ CV FORM 25-13051 Uitspraak Tussenbeschikking NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Civiel recht; Internationaal privaatrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 text/html public 2026-04-30T13:21:38 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 Rechtbank Amsterdam , 11-12-2025 / 11894445 \ CV FORM 25-13051 EPGV-verzoek. Tussenbeschikking. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummer: 11894445 \ CV FORM 25-13051 Beschikking van 11 december 2025 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , 2. [verzoeker 2] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoekers] , procederend in persoon, tegen 1 NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN (NMBS) N.V., gevestigd te Brussel (België), verwerende partij, hierna te noemen: NMBS, gemachtigde: [gemachtigde] , 2 NS GROEP N.V., gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: NS, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) hebben [verzoekers] door middel van het Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV-Verordening een vordering ingesteld, ontvangen op 24 september 2025. 1.2. NMBS en NS zijn bij brieven van 15 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren door formulier C in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. 1.3. NMBS heeft op 13 november 2025 verzocht om uitstel en heeft vervolgens formulier C geretourneerd en een verweerschrift ingediend, ontvangen per e-mail op 27 november 2025 en per post op 4 december 2025. 1.4. NS heeft geen formulier C geretourneerd en evenmin een verweerschrift ingediend. 2 De beoordeling 2.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. Ten aanzien van de vordering tegen NS 2.2. De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht. 2.3. [verzoekers] wonen in Nederland en NS is gevestigd in Nederland. Een geding waarin de verzoekende partij en de verwerende partij hun woon- of vestigingsplaats hebben in dezelfde lidstaat als die van het aangezochte gerecht valt buiten het toepassingsgebied van de EPGV-Verordening (HvJ EU 22 november 2018, zaak C-628/17, ECLI:EU:C:2018:941 (ZSE Energia)). Daarom wordt vooralsnog geoordeeld dat ten aanzien van de vordering tegen NS geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de EPGV-Verordening. De vordering tegen NS valt daarmee in beginsel buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening. 2.4. Artikel 4 lid 3 van de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd. 2.5. Gelet op het voorgaande worden [verzoekers] in de gelegenheid gesteld te reageren: 2.5.1. op de omstandigheid dat zij wonen in Nederland en NS eveneens is gevestigd in Nederland, zijnde de lidstaat van het aangezochte gerecht (de rechtbank Amsterdam), terwijl de EPGV-Verordening alleen van toepassing is als ten minste een van de partijen haar woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht, 2.5.2. of zij hierin aanleiding zien de vordering ten aanzien van NS in te trekken dan wel dat zij wensen dat de procedure ten aanzien van NS wordt omgezet in een dagvaardingsprocedure, met als gevolg dat [verzoekers] , onder tussenkomst van een deurwaarder, NS bij dagvaardingsexploot moeten oproepen. Ten aanzien van de vordering tegen NMBS 2.6. Nu [verzoekers] in Nederland wonen en NMBS in België is gevestigd is de EPGV-Verordening van toepassing tussen deze twee partijen. 2.7. [verzoekers] worden in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op het door NMBS ingediende verweer dat gelijktijdig met deze beschikking aan hen wordt gestuurd. Zij dienen hun reactie in tweevoud in te dienen. 2.7. Ten aanzien van de beide vorderingen wordt iedere verdere beslissing aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. stelt [verzoekers] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.5. en 2.7. is overwogen, 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025. 33806
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 text/xml public 2026-04-30T13:22:15 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-11 11894445 \ CV FORM 25-13051 Uitspraak Tussenbeschikking NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Civiel recht; Internationaal privaatrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 text/html public 2026-04-30T13:21:38 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:9871 Rechtbank Amsterdam , 11-12-2025 / 11894445 \ CV FORM 25-13051 EPGV-verzoek. Tussenbeschikking. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummer: 11894445 \ CV FORM 25-13051 Beschikking van 11 december 2025 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , 2. [verzoeker 2] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoekers] , procederend in persoon, tegen 1 NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN (NMBS) N.V., gevestigd te Brussel (België), verwerende partij, hierna te noemen: NMBS, gemachtigde: [gemachtigde] , 2 NS GROEP N.V., gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: NS, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) hebben [verzoekers] door middel van het Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV-Verordening een vordering ingesteld, ontvangen op 24 september 2025. 1.2. NMBS en NS zijn bij brieven van 15 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren door formulier C in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. 1.3. NMBS heeft op 13 november 2025 verzocht om uitstel en heeft vervolgens formulier C geretourneerd en een verweerschrift ingediend, ontvangen per e-mail op 27 november 2025 en per post op 4 december 2025. 1.4. NS heeft geen formulier C geretourneerd en evenmin een verweerschrift ingediend. 2 De beoordeling 2.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. Ten aanzien van de vordering tegen NS 2.2. De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht. 2.3. [verzoekers] wonen in Nederland en NS is gevestigd in Nederland. Een geding waarin de verzoekende partij en de verwerende partij hun woon- of vestigingsplaats hebben in dezelfde lidstaat als die van het aangezochte gerecht valt buiten het toepassingsgebied van de EPGV-Verordening (HvJ EU 22 november 2018, zaak C-628/17, ECLI:EU:C:2018:941 (ZSE Energia)). Daarom wordt vooralsnog geoordeeld dat ten aanzien van de vordering tegen NS geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de EPGV-Verordening. De vordering tegen NS valt daarmee in beginsel buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening. 2.4. Artikel 4 lid 3 van de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd. 2.5. Gelet op het voorgaande worden [verzoekers] in de gelegenheid gesteld te reageren: 2.5.1. op de omstandigheid dat zij wonen in Nederland en NS eveneens is gevestigd in Nederland, zijnde de lidstaat van het aangezochte gerecht (de rechtbank Amsterdam), terwijl de EPGV-Verordening alleen van toepassing is als ten minste een van de partijen haar woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht, 2.5.2. of zij hierin aanleiding zien de vordering ten aanzien van NS in te trekken dan wel dat zij wensen dat de procedure ten aanzien van NS wordt omgezet in een dagvaardingsprocedure, met als gevolg dat [verzoekers] , onder tussenkomst van een deurwaarder, NS bij dagvaardingsexploot moeten oproepen. Ten aanzien van de vordering tegen NMBS 2.6. Nu [verzoekers] in Nederland wonen en NMBS in België is gevestigd is de EPGV-Verordening van toepassing tussen deze twee partijen. 2.7. [verzoekers] worden in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op het door NMBS ingediende verweer dat gelijktijdig met deze beschikking aan hen wordt gestuurd. Zij dienen hun reactie in tweevoud in te dienen. 2.7. Ten aanzien van de beide vorderingen wordt iedere verdere beslissing aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. stelt [verzoekers] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.5. en 2.7. is overwogen, 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025. 33806