Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-11-26
ECLI:NL:RBAMS:2025:9352
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/767883 / HA ZA 25-958 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.R. de Kok, tegen de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A. , gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: Rabobank, advocaat: mr. B.W. Wijnstekers. De zaak in het kort [eiser] heeft bankrekeningen en een hypotheek bij Rabobank. Rabobank heeft de bankrelatie met [eiser] opgezegd. In deze zaak vordert [eiser] dat Rabobank de bankrelatie met hem voortzet en zijn gegevens uit het Intern Verwijzingsregister verwijdert. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] toe, omdat (i) van een opzegplicht op grond van de Wwft geen sprake is en (ii) het gebruik van de contractuele opzeggingsbevoegdheid door Rabobank in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 3 april 2025, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van 16 juli 2025, waarin de mondelinge behandeling is bepaald, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken, - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 9 oktober 2025, die zich in het dossier bevinden. 1.2. Ten slotte is bepaald dat er vandaag een vonnis wordt uitgesproken. 2 De feiten 2.1. [eiser] is getrouwd met [naam] (hierna: [naam] ). Zij hebben samen drie minderjarige kinderen en wonen in een woning in [woonplaats] (hierna: de woning). 2.2. [eiser] bankiert sinds 2017 bij Rabobank. Hij heeft daar een betaalrekening en een spaarrekening. Daarnaast heeft hij op 8 mei 2017 een hypothecaire lening (hierna: de hypotheek) afgesloten voor de aankoop van de woning. De hypotheeklasten bedragen ongeveer € 597 per maand. 2.3. Op de klantrelatie tussen Rabobank en [eiser] zijn de Algemene Bankvoorwaarden 2017 (hierna: ABV) van toepassing. Artikel 35 van de ABV bepaalt – kort gezegd – dat Rabobank de klantrelatie mag opzeggen en dat zij zich daarbij aan haar zorgplicht zal houden. 2.4. Op de hypotheek zijn de Algemene Basisvoorwaarden voor particuliere leningen van de Rabobank 2017 van toepassing (hierna: de algemene basisvoorwaarden leningen). In artikel 4 sub c onder 18 staat dat Rabobank een lening direct kan opeisen indien de hypotheekgever informatie aan haar heeft verstrekt die niet waar is, of iets niet aan haar heeft medegedeeld dat wel van belang kan zijn. 2.5. Ten behoeve van de hypotheekaanvraag heeft [eiser] een werkgeversverklaring overgelegd van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ), gedateerd op 25 april 2017. In deze werkgeversverklaring staat dat [eiser] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en een bruto jaarsalaris ontvangt van € 37.440 exclusief vakantietoeslag. [naam] is enig bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf 1] . 2.6. In de periode tussen mei 2017 tot en met april 2024 heeft [eiser] een bedrag van in totaal € 13.205 aan contant geld gestort op zijn betaalrekening bij Rabobank. 2.7. Op 22 mei 2024 heeft Rabobank een brief gestuurd aan [eiser] en hem daarin onder meer vragen gesteld over (i) zijn betrokkenheid bij Stichting Siha, (ii) transacties van [eiser] met [naam] en (iii) de herkomst van contante gelden. 2.8. In een e-mail van 13 juni 2024 heeft [eiser] de vragen van Rabobank beantwoord. In die e-mail staat onder meer het volgende: “(…) • Since 2017/2024, 13,205 euros have been deposited into your bank? ---This amount of money is not much in 7 years. When you look at the bank money flow, in general, 1. Mortgage payment 2. Eneco electricity and gas 3. House expenses 4. Phone bills 5. Debts Payments have been made. • Can you send us the documents and receipts? ---Of course I can. • Why do you pay hyptoheeki in cash, what is the reason? --- I don’t have a permanent job. I pay when I earn money. I’ve been living off the money I found abroad for a few Daarop heeft [eiser] op 18 juli 2024 onder meer het volgende geantwoord: “I just put all the answers under your questions and all the documents are attached to this email. Please let me know if you need more information. (…) In Between Jobs We asked you when you stopped at [bedrijf 1] BV., and your answer was, “I think it was 01.09.2022.” We have received your bank statements from ING for the year 2019. However, we have noticed no salary credits from [bedrijf 1] B.V. Did you receive a salary from [bedrijf 1] BV.? If so, on which bank account? It was my company called [bedrijf 2] .And I had an ING Bank account. I closed this company and account.All payments bas done by [bedrijf 1] BV to [bedrijf 2] . You an get more info from them.I can give the contact details Cash Money Correct us if we are wrong. If Rabobank understands it correctly, the cash in your account at Rabobank only comes from your father and mother. You receive the money in lira and then exchange it into euros. We would like to receive the receipt that you have exchanged the lira to euros for the cash deposit you made on April 24, 2024. Attached to the email ” 2.11. [eiser] heeft bij bovenstaande e-mail onder meer een foto van een afschrift gedateerd op 7 februari 2024 bijgevoegd waaruit blijkt dat euro’s zijn omgewisseld naar Turkse lira. 2.12. Bij dezelfde e-mail heeft [eiser] verder een verzekeringsbericht van het UWV bijgevoegd, waarin onder meer staat dat hij voor het laatst in 2017 voor [bedrijf 1] heeft gewerkt en in de jaren 2017-2023 voor (onder meer) Neno Personeelsdiensten B.V. en een (aanvullende) Ziektewet uitkering heeft ontvangen. Ook zijn – in reactie op de vraag van Rabobank om afschriften te overleggen van de ING rekening waarmee de hypotheeklasten worden voldaan en waaruit volgt dat hij salaris ontvangt – bij de e-mail drie bijlagen gevoegd met als titel [rekeningnummer] -Transactions.pdf, [rekeningnummer] -Transactions (1).pdf en [rekeningnummer] -Transactions (2).pdf. 2.13. Rabobank heeft bij brief van 18 september 2024 laten weten dat zij het door haar verrichte klantonderzoek niet heeft kunnen afronden en dat zij de klantrelatie met [eiser] zal heroverwegen. In deze brief staat onder meer: “Despite your explanations and the information provided, it remains unclear to Rabobank why you were involved with Stichting Siha, the origin of the cash deposits in your account and it is considered very remarkable by Rabobank that you are no longer employed by your partner’s company, on which your mortgage application was based.” 2.14. Op 29 september 2024 heeft [eiser] hierop per e-mail gereageerd, waarin hij onder meer het volgende heeft geschreven: “I started working with [bedrijf 1] B.V then to earn more I started my own ZZP company. If you want, I can forward all the accounts. For cash money yes I exchanged the Turkish lira to euros in Istanbul then the end of march I arrived the Netherlands 18.04.2024 I can send you my passport entry stamp. So I kept the money with you and brought with myself. So I understand your worries as a respectable bank. (…) I have a huge responsibility for my mother and father and also my wife and kids. If I can’t really explain myself to you then you can give me an appointment to talk face to face and I bring my original documents and try to find a solution. I am greatly sure that I answered truly and openly all the questions. (…) Please do not hesitate to contact me if you need further information.” 2.15. Op 24 oktober 2024 heeft Rabobank [eiser] weer aanvullende vragen gesteld over de informatie die [eiser] heeft gegeven bij zijn hypotheekaanvraag in 2017, de betalingen die aan het eenmansbedrijf van [eiser] ( [bedrijf 2] ) zijn gedaan door [bedrijf 1] , de herkomst van contante stortingen, het gebruik van zijn rekeningen bij andere banken en de herkomst van het vermogen van [naam] . Daarbij heeft Rabobank geschreven dat als zij het klantonderzoek ondanks zijn antwoorden en uitleg niet kan afronden, zij de klantrelatie z [eiser] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: voor recht verklaart dat de opzegging van de bankrelatie onrechtmatig was omdat die opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was; Rabobank verbiedt de bankrelatie met [eiser] te beëindigen; Rabobank beveelt de bankrelatie met [eiser] te herstellen en voort te zetten door het ongewijzigd aanbieden van de diensten die vóór de opzegging van de bankrelatie door Rabobank aan [eiser] werden verleend; Rabobank beveelt de registratie van de persoonsgegevens van [eiser] in het IVR, dan wel in enig ander register, ongedaan te maken op een dergelijke wijze dat [eiser] geen nadelige gevolgen ondervindt van die registratie bij het verkrijgen of continueren van financiële diensten en/of financiële producten; Rabobank veroordeelt in de proceskosten. 3.2. Rabobank voert verweer. Rabobank concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Rabobank heeft de bankrelatie met [eiser] opgezegd op basis van twee gronden: de opzegplicht van artikel 5 lid 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de opzegbevoegdheid van artikel 35 ABV. Beide grondslagen worden hierna achtereenvolgens beoordeeld. Juridisch kader opzegplicht Wwft 4.2. Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Banken moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (of: misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen op grond van artikel 5 lid 3 Wwft. De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten. 4.3. Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 van de ABV). 4.4. De geldigheid van de opzegging moet worden beoordeeld naar de stand van zaken ten tijde van de opzegging. Het gaat dus om een zogenoemde ‘ex tunc’-toetsing. Het is aan Rabobank om te onderbouwen dat zij op grond van artikel 5 lid 3 Wwft verplicht was de klantrelatie met [eiser] te beëindigen. Geen opzegplicht op grond van artikel 5 lid 3 Wwft 4.5. Volgens Rabobank kon zij haar klantonderzoek naar [eiser] niet kon afronden en moest zij daarom op grond van artikel 5 lid 3 Wwft de klantrelatie te beëindigen. Volgens Rabobank heeft [eiser] vragen (gedeeltelijk) onbeantwoord gelaten, spraken de door hem aangeleverde documenten zijn verklaringen tegen en heeft [eiser] zijn verklaringen gewijzigd. De door [eiser] gegeven antwoorden waren niet voldoende voor Rabobank om aan haar verplichtingen in het kader van het klantonderzoek te voldoen. Dat geldt in het bijzonder voor de verplichting tot voortdurende controle op de zakelijke relatie, de uitgevoerde transacties, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen (artikel 3 lid 2 sub d Wwft). Rabobank kon de herkomst van de middelen waarmee [eiser] zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldeed onvoldoende vaststellen. Daarom kon het klantonderzoek niet worden afgerond en is sprake van een onaanvaardbaar witwasrisico, zodat Rabobank verplicht was de klantrelatie Hij heeft die inkomsten opgegeven in zijn aangiften inkomstenbelasting van 2017 en 2018, die ook aan Rabobank zijn verstrekt. Rabobank heeft niet aangevoerd waarom niet van die herkomst van het contante geld kan worden uitgegaan. 4.11. De tussenstand is dat [eiser] de vragen van Rabobank over de herkomst van het contante geld dat op zijn rekening bij Rabobank heeft gestort, voldoende heeft beantwoord. Dat Rabobank graag (meer) administratie of objectief bewijs van de gang van zaken omtrent de schenkingen had willen ontvangen doet daaraan niet af. Het ontbreken van die stukken rechtvaardigt in dit geval niet de conclusie van Rabobank dat [eiser] onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven. Anders dan waar Rabobank vanuit lijkt te gaan, is volledige traceerbaarheid van de herkomst van alle contante middelen niet vereist om haar klantenonderzoek te kunnen afronden. - ii) betalingen vanaf ING-rekeningen 4.12. Rabobank stelt dat zij de herkomst van de middelen die vanaf [eiser] persoonlijke ING-rekening (eindigend op [nummer] ) naar zijn rekening bij Rabobank zijn overgeboekt, niet kan vaststellen omdat hij de verzochte rekeningafschriften van zijn ING-rekening niet heeft verstrekt. 4.13. De rechtbank stelt voorop dat [eiser] stellig heeft betwist dat hij de rekeningafschriften van zijn ING-rekening niet aan Rabobank heeft verstrekt. Dat hij van deze rekening wél afschriften heeft verstrekt, lijkt daarnaast te volgen uit de benaming van de pdf-documenten die hij bij e-mail van 9 juli 2024 aan Rabobank heeft gezonden (zie 2.12). In de correspondentie vanuit Rabobank is nadien ook niet meer (expliciet) om informatie over de herkomst van gelden op de ING-rekening van [eiser] gevraagd. In dit licht heeft Rabobank onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat [eiser] op dit punt het klantonderzoek heeft belemmerd. 4.14. Rabobank stelt ook dat [eiser] onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven over betalingen vanaf de ING-rekening van [naam] (eindigend op 477) op de rekening van [eiser] bij Rabobank. De rechtbank deelt dit oordeel niet. [eiser] heeft verklaard dat de hypotheeklasten in 2023 en 2024 werden betaald met het inkomen van [naam] , omdat hij voor zijn zieke ouders in Turkije moest zorgen en daarom gestopt was met werken. Waarom deze toelichting niet toereikend zou zijn, is door Rabobank onvoldoende toegelicht. Dat de echtgenote financieel bijspringt bij de betaling van de hypotheeklasten voor de woning waarin zij met haar gezin woont, ligt voor de hand. Daarnaast blijkt uit de door [eiser] aan Rabobank ter beschikking gestelde inkomensgegevens van [naam] dat zij inkomen had en dat dit voldoende was om hypotheeklasten te voldoen. Zij had (onder meer) een ziektewetuitkering van ongeveer € 500 per week, die – zoals zichtbaar op de aan Rabobank ter beschikking gestelde betaalspecificaties - op deze ING-rekening van [naam] betaald werd. Met het voorgaande heeft [eiser] voldoende duidelijkheid aan Rabobank gegeven over de achtergrond en de herkomst van de betalingen vanaf de ING-rekening van [naam] op de rekening van haar echtgenoot bij Rabobank. Slotsom met betrekking tot de opzegplicht 4.15. Uit het bovenstaande volgt dat op basis van wat Rabobank daartoe heeft gesteld niet kan worden geoordeeld dat [eiser] het klantenonderzoek heeft belemmerd. Integendeel, hij heeft zijn volledige medewerking verleend met voldoende openheid van zaken. Daarnaast heeft hij zich oplossingsgericht getoond door steeds aan te geven dat Rabobank moest laten weten als zij nog meer informatie nodig zou hebben en aangestuurd op een persoonlijke ontmoeting om nadere toelichting te geven voor zover Rabobank daar behoefte aan zou hebben. Van de situatie dat het klantenonderzoek door toedoen van [eiser] niet kon worden afgerond, is geen sprake. Voor zover de antwoorden van [eiser] Rabobank – in haar eigen woorden – ‘geen comfort’ boden, is het vervolgens aan haar om eventueel een melding te doen aan de Financial Intelligence Unit (FIU) of de bankrelatie op g Volgens Rabobank heeft [eiser] bij de hypotheekaanvraag ten onrechte de indruk gewekt dat hij in dienst was bij [bedrijf 1] , terwijl dit niet het geval was. Dit is een ernstige vertrouwensbreuk en rechtvaardigt het opzeggen van de bankrelatie en het opeisen van de hypotheek, aldus steeds Rabobank. 4.22. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [eiser] (bewust) onjuiste informatie heeft aangeleverd bij Rabobank. [eiser] heeft betwist dat hij op 23 april 2024 al uit dienst was bij [bedrijf 1] en voert aan dat bij de salarisspecificatie een fout moet zijn gemaakt in de datum van uitdiensttreding. [naam] , bestuurder van [bedrijf 1] , heeft ter zitting ook verklaard dat dit een administratieve fout moet zijn geweest. In dit licht legt de uitdraai van de salarisspecificatie onvoldoende gewicht in de schaal om te kunnen oordelen dat de werkgeversverklaring van 25 april 2017 onjuist is. Daarnaast staat als niet (voldoende gemotiveerd) betwist vast dat [eiser] direct aansluitend aan zijn dienstverband bij [bedrijf 1] en met hetzelfde werk is doorgegaan als zzp’er via zijn eenmanszaak [bedrijf 2] bij Neno Personeelsdiensten B.V., een zusterbedrijf van [bedrijf 1] . Dit is ook onderbouwd met uitdraaien van het arbeidsverleden van [eiser] , salarisspecificaties, IB-aangiften en bankafschriften van ING die aan Rabobank zijn verstrekt. Hieruit blijkt dat hij daadwerkelijk salaris heeft ontvangen van [bedrijf 1] tot en met 2 mei 2017 en dat hij in 2017 zowel heeft gewerkt voor [bedrijf 1] als voor Neno Personeelsdiensten. 4.23. Aan Rabobank kan worden toegegeven dat [eiser] op grond van de algemene basisvoorwaarden leningen in beginsel aan haar had moeten melden dat hij kort na de hypotheekaanvraag via een zzp-constructie is gaan werken. Dat [eiser] dit niet heeft gedaan, is evenwel in dit geval wel te begrijpen. Hij bleef namelijk feitelijk hetzelfde werk doen bij een gelieerde onderneming en werd daar beter voor betaald. Dat [eiser] er daarom niet bij heeft stilgestaan dat dit voor Rabobank mogelijk toch relevante informatie zou kunnen zijn bij het beoordelen van de hypotheekaanvraag, is te volgen. Van bewust verstrekken van foute informatie over zijn inkomenspositie of het opzettelijk verzwijgen van de verandering in zijn werkconstructie, is niet gebleken. Het gaat dan ook te ver om in dit geval van hypotheekfraude te spreken. Dat het niet informeren van Rabobank over die wijziging in dit geval te vergoelijken is, in de zin dat daaraan geen vergaande gevolgen voor [eiser] kunnen worden verbonden, vloeit ook voort uit het feit dat nooit sprake is geweest van betalingsachterstanden wat de stelling van [eiser] dat het inkomen altijd toereikend is geweest, onderbouwt. Tot slot heeft Rabobank haar standpunt op zitting dat [eiser] in de zzp-constructie waarschijnlijk geen hypotheek zou hebben gekregen niet (voldoende) onderbouwd, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat. - Geen witwasrisico aannemelijk geworden 4.24. Het door Rabobank aangevoerde witwasrisico acht de rechtbank niet aannemelijk. Hoewel de antwoorden van [eiser] misschien geen volledige zekerheid gaven, volgt uit hetgeen hiervoor onder 4.9 tot en met 4.14 is overwogen dat [eiser] de herkomst van zijn (contante) middelen grotendeels heeft verklaard. Daarnaast is een totaalbedrag van € 13.205 aan contante stortingen over zeven jaar een relatief gering bedrag, dat op zichzelf onvoldoende is voor een indicatie van witwassen. Rabobank heeft nog aangevoerd dat de stortingen tussen 2017 en 2024 niet evenredig verspreid waren en er in 2024 een sterke toename is geweest, zodat sprake is van een actueel risico. Het onevenredige verloop of toename van de stortingen hoeft op zichzelf echter niets te betekenen, en er zijn ook vier jaren geweest waarin [eiser] niets heeft gestort. Daarnaast heeft [eiser] onbetwist aangevoerd dat de reden van de omvang van de contante storingen in 2024 is geweest dat Rabobank had verzocht om het saldo op zijn rekening te verhogen met het oog o