Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-12
ECLI:NL:RBAMS:2025:8801
Strafrecht; Europees strafrecht
Tussenuitspraak
4,894 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/159566-25
Datum uitspraak: 12 november 2025
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 30 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 april 2025 door le tribunal judiciaire de Marseille, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] (Nigeria),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De zitting van 15 juli 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 15 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, advocaat in Amsterdam. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting. Daarnaast was er nog geen antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen op de gestelde vragen over de detentieomstandigheden.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de beslistermijn nogmaals met dertig dagen — ingaand op het moment waarop de termijn van negentig dagen verstrijkt —
verlengd onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 26 augustus 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 26 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het wederom niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW met dertig dagen verlengd.
De zitting van 10 september 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 10 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, en door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 29 oktober 2025
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire en door een tolk in de Engelse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 24 september 2025
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van het feit. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW
Inleiding
De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 24 september 2025
ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.
In de tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om de door de rechtbank (onder punt 5 van die tussenuitspraak) geformuleerde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Per brief van 6 oktober 2025 heeft the Head of the International Criminal Assistance Office deze vragen als volgt beantwoord:
“(...) In response, it should be noted that, given the current occupancy rate in the women's wing of Nice Prison, the French authorities are unable to guarantee that [de opgeëiste persoon] will have at least 3 m² of personal space, excluding sanitary facilities, in a shared cell in this establishment.
However, we refer to the information provided in the previous letter, which states that [de opgeëiste persoon] will have access, if she so wishes, to daily exercise periods, cultural and sporting activities and healthcare, all of which contribute to decent conditions of detention.
As for questions regarding the conditions of detention she would face if she requested to be incarcerated in the men's wing, we are unable to answer them, as we cannot guarantee, on the one hand, what the multidisciplinary commission's response to this change of wing would be and, on the other hand, which prison [de opgeëiste persoon] would be transferred to following a favourable opinion from this commission.
The French Ministry of Justice reaffirms that it will do everything in its power to ensure that European detention standards are respected in the event of [de opgeëiste persoon] 's incarceration in Nice prison."
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Met de aanvullende informatie van 6 oktober 2025 is het individuele gevaar niet weggenomen voor de opgeëiste persoon. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er nog een wijziging in de omstandigheden komt binnen een redelijke termijn, gelet op de bewoordingen in de aanvullende informatie.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting op 26 november 2025 of uiterlijk tien dagen daarna;
HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW;
VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met zestig dagen (eindigend op 16 januari 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen;
VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met zestig dagen;
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw;
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Engelse, Franse of Nigeriaanse
(Igbo) taal tegen de nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2025:7130.
Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 73.
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/159566-25
Datum uitspraak: 12 november 2025
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 30 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 april 2025 door le tribunal judiciaire de Marseille, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] (Nigeria),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De zitting van 15 juli 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 15 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, advocaat in Amsterdam. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting. Daarnaast was er nog geen antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen op de gestelde vragen over de detentieomstandigheden.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de beslistermijn nogmaals met dertig dagen — ingaand op het moment waarop de termijn van negentig dagen verstrijkt —
verlengd onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 26 augustus 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 26 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het wederom niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW met dertig dagen verlengd.
De zitting van 10 september 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 10 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, en door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 29 oktober 2025
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire en door een tolk in de Engelse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 24 september 2025
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van het feit. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW
Inleiding
De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 24 september 2025
ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.
In de tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om de door de rechtbank (onder punt 5 van die tussenuitspraak) geformuleerde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Per brief van 6 oktober 2025 heeft the Head of the International Criminal Assistance Office deze vragen als volgt beantwoord:
“(...) In response, it should be noted that, given the current occupancy rate in the women's wing of Nice Prison, the French authorities are unable to guarantee that [de opgeëiste persoon] will have at least 3 m² of personal space, excluding sanitary facilities, in a shared cell in this establishment.
However, we refer to the information provided in the previous letter, which states that [de opgeëiste persoon] will have access, if she so wishes, to daily exercise periods, cultural and sporting activities and healthcare, all of which contribute to decent conditions of detention.
As for questions regarding the conditions of detention she would face if she requested to be incarcerated in the men's wing, we are unable to answer them, as we cannot guarantee, on the one hand, what the multidisciplinary commission's response to this change of wing would be and, on the other hand, which prison [de opgeëiste persoon] would be transferred to following a favourable opinion from this commission.
The French Ministry of Justice reaffirms that it will do everything in its power to ensure that European detention standards are respected in the event of [de opgeëiste persoon] 's incarceration in Nice prison."
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Met de aanvullende informatie van 6 oktober 2025 is het individuele gevaar niet weggenomen voor de opgeëiste persoon. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er nog een wijziging in de omstandigheden komt binnen een redelijke termijn, gelet op de bewoordingen in de aanvullende informatie.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting op 26 november 2025 of uiterlijk tien dagen daarna;
HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW;
VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met zestig dagen (eindigend op 16 januari 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen;
VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met zestig dagen;
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw;
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Engelse, Franse of Nigeriaanse
(Igbo) taal tegen de nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2025:7130.
Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 73.