Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-06
ECLI:NL:RBAMS:2025:839
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
8,516 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/7271
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Marokko, eiseres
(gemachtigde: mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder, (hierna: de Svb)
(gemachtigden: mr. J.G. Starreveld en mr. M.M.W. van der Ent-Eltink).
Inleiding
1. De Svb heeft het recht van eiseres op een Anw-uitkering per 1 augustus 2023 ingetrokken. Tegen dit besluit van 6 juli 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt.
1.1.
Met het bestreden besluit van 15 november 2023 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij dat besluit gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2024 op een zitting van de enkelvoudige kamer behandeld. Met een beslissing van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar een meervoudige kamer.
1.3.
Bij brief van 9 oktober 2024 heeft de rechtbank nadere vragen gesteld aan de Svb. De Svb heeft de vragen beantwoord bij brief van 7 november 2024. Eiseres heeft hierop gereageerd bij brief van 15 november 2024.
1.4.
De meervoudige kamer heeft de behandeling van het beroep voortgezet op een zitting op 18 november 2024. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Svb deelgenomen. Van de zijde van eiseres was ook [naam 1] aanwezig, de dochter van de overleden echtgenoot van eiseres.
Overwegingen
2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding. Het griffierecht is voldaan. De rechtbank kan de zaak dan ook inhoudelijk behandelen.
Feiten
3. Eiseres woont in Marokko. Zij is op [datum 1] 2019 in Marokko gehuwd met [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] heeft in het verleden in Nederland gewoond en gewerkt. In 2010 is hij naar België verhuisd. Op [datum 4] 2021 is [naam 2] overleden. [naam 2] had zowel de Marokkaanse als de Nederlandse nationaliteit.
4. [naam 2] is met meer partners gehuwd geweest. Van [datum 2] 1982 tot [datum 3] 2001 was hij gehuwd met [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Op [datum 4] 2005 is hij opnieuw in het huwelijk getreden met [naam 3] . Tot zijn overlijden is [naam 2] met [naam 3] gehuwd geweest.
5. Op 20 november 2020 heeft [naam 2] aan de Svb gemeld dat hij duurzaam gescheiden leeft van [naam 3] . In verband met het overlijden van [naam 2] heeft de Svb de woonsituatie niet meer kunnen onderzoeken. Na het overlijden van [naam 2] heeft de Svb aan [naam 3] een Anw-uitkering toegekend.
6. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de Svb per 1 januari 2021 ook aan eiseres een Anw-uitkering toegekend. Dit betreft een pro rata uitkering van 50% van het totale bedrag aan Anw. [naam 3] werd als andere rechthebbende aangemerkt en is vanaf 1 januari 2021 ook 50% aan nabestaandenuitkering gaan ontvangen. De Svb heeft aan eiseres een nabetaling gedaan van € 15.731,48 aan Anw-gelden over de periode van januari 2021 tot en met februari 2023.
7. Na een melding van [naam 3] over haar verlaagde Anw-uitkering heeft de Svb nader onderzoek gedaan en het recht op uitkering van eiseres ingetrokken per 1 augustus 2023. De Svb heeft hierbij afgezien van een intrekking met terugwerkende kracht en heeft het ten onrechte uitgekeerde bedrag aan Anw-uitkering ook niet teruggevorderd, omdat eiseres niet kon weten dat zij ten onrechte een Anw-uitkering ontving.
Standpunten van partijen
8. De Svb heeft het standpunt ingenomen dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw omdat zij naar Nederlands recht niet met [naam 2] gehuwd was. Omdat [naam 2] gehuwd was met [naam 3] en de Nederlandse nationaliteit had, kan het huwelijk van eiseres met [naam 2] op grond van artikel 10:32 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet worden erkend en daarmee niet gelijkgesteld aan een huwelijk naar Nederlands recht. Daarom kan eiseres niet als echtgenote worden aangemerkt en heeft zij geen recht op een Anw-uitkering, aldus de Svb.
9. Eiseres is van mening dat zij wel echtgenote en daarmee nabestaande is in de zin van de Anw. De Svb heeft ten onrechte aangenomen dat het huwelijk tussen eiseres en [naam 2] , dat een rechtsgeldig Marokkaans huwelijk is, niet rechtsgeldig zou zijn. Als dit zo is, dan geldt dit ook voor het huwelijk van [naam 2] met [naam 3] omdat [naam 2] op het moment van sluiten van dat huwelijk ook al met iemand anders gehuwd was. Dat de mogelijkheid van erkenning van een Marokkaans huwelijk een voorwaarde is voor een recht op Anw, blijkt niet uit wet- en regelgeving of uit jurisprudentie. Artikel 10:32 van het BW ziet op aspecten van openbare orde. Die openbare orde is hier niet in het geding. Eiseres heeft zich gemeld na het overlijden van [naam 2] . Op dat moment was er geen botsing meer met de Nederlandse samenleving en dient onthouding van erkenning geen doel meer. Het recht op Anw moet worden bekeken tegen de achtergrond van het NMV. Dit verdrag biedt de mogelijkheid om ook in geval van polygamie een Anw-uitkering toe te kennen.
Met de beslissing is sprake van een ongerechtvaardigde ontneming van eigendom als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De Svb heeft geen juiste belangenafweging gemaakt en heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, aldus eiseres.
Beoordeling
10. De rechtbank beoordeelt of de Svb terecht de Anw-uitkering van eiseres heeft ingetrokken. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
11. Primair stelt eiseres zich op het standpunt dat de Svb het tussen haar en [naam 2] gesloten huwelijk niet had mogen toetsen aan artikel 10:32 BW ter beantwoording van de vraag of zij als echtgenote en dus als nabestaande in de zin van de Anw kan worden aangemerkt.
12. Artikel 10:32 BW, voor zover hier van belang, luidt:
Ongeacht artikel 31 van dit Boek wordt aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk:
a. reeds gehuwd was of een geregistreerd partnerschap had gesloten met een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezat of zelf de Nederlandse nationaliteit bezat of in Nederland zijn gewone verblijfplaats had, tenzij het eerder gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of nietig verklaard.
13. Deze (gewijzigde) tekst van artikel 10:32 BW is – als onderdeel van de Wet tegengaan huwelijksdwang – van kracht sinds 5 december 2015. De invoering van de bepaling maakt het mogelijk om de erkenning van bepaalde, in het buitenland gesloten, huwelijken te beperken met het oog op het voorkomen van huwelijksdwang. In geval van polygamie heeft de wetgever geregeld dat een in het buitenland gesloten huwelijk niet in Nederland wordt erkend.
Dit geldt alleen als sprake is van een relevant raakpunt met de Nederlandse rechtsorde, bijvoorbeeld de Nederlandse nationaliteit of het hebben van een gewone verblijfplaats in Nederland.
14. Blijkens een interne werkinstructie legt de Svb deze bepaling als volgt uit:
- “Een polygaam huwelijk kan niet worden erkend als op het moment van huwelijkssluiting: één of beide partners reeds gehuwd is/zijn of een geregistreerd partnerschap heeft/hebben met iemand anders, én
één of beide partners de Nederlandse nationaliteit én/of gewone verblijfplaats in Nederland heeft/hebben.
Als een in het buitenland rechtsgeldig gesloten polygaam huwelijk in Nederland niet erkend wordt, dan zijn de echtgenoten naar Nederlands recht niet met elkaar gehuwd. Als de polygaam gehuwde echtgenoot in dat geval overlijdt, dan is de partner van de overledene geen nabestaande in de zin van de Anw. Toelichting: je toetst een rechtsgeldig in Marokko gesloten polygaam huwelijk bij nieuwe aanvragen/toekenningen op of na 5 december 2015 aan bovenstaande criteria. Lopende uitkeringen laat je ongemoeid.
(R&B/14/118)”.
15. [naam 2] had laatstelijk verblijf in België. Op grond van artikel 51, derde lid, van de EG-Verordening 883/2004 is hij in Nederland fictief verzekerd geacht voor de Anw, met als gevolg recht op Anw voor zijn nabestaande(n).
16. Op grond van artikel 1d van de Anw geldt als nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet. De Anw bevat geen nadere bepalingen over de uitleg van het begrip echtgenoot. De rechtbank sluit daarom aan bij de normale uitleg van het begrip huwelijk: het huwelijk naar burgerlijk recht.
17. Niet in geschil is dat eiseres en [naam 2] in Marokko een rechtsgeldig huwelijk hebben gesloten waardoor eiseres naar Marokkaans burgerlijk recht de echtgenote is van [naam 2] . Evenmin is in geschil dat het huwelijk van eiseres met [naam 2] niet voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in artikel 10:32 BW omdat [naam 2] (ook) de Nederlandse nationaliteit had. In dit geval gaat het om de vraag of de erkenning van het huwelijk van eiseres en [naam 2] naar Nederlands recht, een voorwaarde is voor het recht op een nabestaandenuitkering. Hierover verschillen partijen van mening.
18. Zoals hiervoor is vastgesteld is artikel 10:32 BW ingevoerd met het oog op de Nederlandse openbare orde. Polygame huwelijken waarbij een relevant raakvlak met de Nederlandse rechtsorde bestaat, worden daarmee niet verenigbaar geacht en komen daarom niet voor erkenning in aanmerking. De rechtbank overweegt dat uit de tekst van het artikel noch uit de toelichting hierop blijkt dat tevens is beoogd om hier gevolgen aan te verbinden voor socialezekerheidsrechten. In de hier aan de orde zijnde Anw is op grond van de wetswijziging per 5 december 2015 ook geen wijziging aangebracht die hierop ziet, noch is gebleken van wijziging van artikel 23 van het NMV. Een specifieke grondslag voor de weigering van een Anw-uitkering bij een polygaam huwelijk, waarbij een partner (mede) de Nederlandse nationaliteit heeft, is dus niet aanwezig.
19. De Svb heeft in dit verband nog gewezen op een brief van de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer van 20 mei 2014 waarin wordt ingegaan op de gevolgen van de wijziging van artikel 10:32 BW voor de sociale zekerheid:
“In het wetsvoorstel zijn in artikel 10:32 BW de criteria voor weigeringsgronden van erkenning van een buitenlands huwelijk aangescherpt en vastgelegd. Dat betekent dat meer buitenlandse huwelijken niet voor erkenning in aanmerking zullen komen. Dat heeft beperkt gevolgen voor de betaling van sociale zekerheid. Zo wordt voor een nabestaandenuitkering in geval van een erkend polygaam huwelijk de nabestaandenuitkering toegekend aan de echtgenote waarmee betrokkene het eerst gehuwd is. Een uitzondering hierop is geregeld in het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Marokko en het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Tunesië. Daarin is opgenomen dat de nabestaandenuitkering wordt verdeeld over alle echtgenoten ingeval van een erkend polygaam huwelijk.
Met het wetsvoorstel worden voortaan minder polygame huwelijken erkend. In het geval dat een polygaam huwelijk niet wordt erkend, wordt de nabestaandenuitkering ook in het geval van Marokko en Tunesië niet onder de weduwen verdeeld. De nabestaandenuitkering gaat dan naar de eerste vrouw.”
20. Naar het oordeel van de rechtbank biedt deze passage onvoldoende basis om te concluderen dat artikel 10:32 BW in de weg staat aan het recht van eiseres op een Anw-uitkering. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de passage is opgenomen in een informerende brief aan de Tweede Kamer over de jaarverslagen 2013 van het Uwv en de Svb. Het wetsvoorstel van de Wet Huwelijksdwang was op dat moment al aangenomen door de Tweede Kamer. De brief maakt dus geen onderdeel uit van het totstandkomingsproces van de Wet Huwelijksdwang. Het betreft slechts een interpretatie van de minister en staatssecretaris van de reeds aangenomen tekst van artikel 10:32 BW. Dit legt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gewicht in de schaal. De rechtbank acht ook hier van belang dat het geschetste verband tussen een in Nederland niet erkend polygaam huwelijk en het recht op een (pro rata) nabestaandenuitkering voor een tweede (of latere) echtgenote na invoering van artikel 10:32 BW niet is vastgelegd in de Anw. De ratio van de regeling van de pro rata verdeling van het nabestaandenpensioen is dat beide echtgenotes bij leven en na de dood in onderhoud worden voorzien door de echtgenoot. Niet is gebleken dat de wetgever bij de wijziging van artikel 10:32 BW - als onderdeel van de Wet tegengaan huwelijksdwang -, voor ogen heeft gehad of de bedoeling heeft gehad om een wijziging aan te brengen in deze regeling en wel voor een specifieke groep van echtgenotes, namelijk (alleen) voor de echtgenotes die gehuwd zijn met een echtgenoot die (ook) de Nederlandse nationaliteit heeft (of anderszins met een raakvlak met de Nederlands rechtsorde).
21. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb dan ook ten onrechte geconcludeerd dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw op de grond dat haar huwelijk met [naam 2] niet kan worden erkend naar Nederlands recht.
Conclusie
24. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Zij ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien. Het primaire besluit wordt herroepen. De rechtbank bepaalt dat eiseres met ingang van 1 augustus 2023 recht heeft op een pro rata Anw-uitkering.
25. Gegeven de gegrondverklaring dient de Svb het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- aan haar te vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Svb ook in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,-, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 2 x 1 punt voor het bijwonen van de zitting en met een wegingsfactor 1. Voor een hogere wegingsfactor, zoals door eiseres verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 1 augustus 2023 recht heeft op een pro rata Anw-uitkering;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden;
veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.721,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, voorzitter, en mrs. M.F. Zaagsma en
M.C. Werner, rechters, in aanwezigheid van
mr. J.A. Lammertink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. U kunt ook hoger beroep instellen door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.
Tekst en Commentaar Burgerlijk Wetboek, artikel 10:32, onder a.
Vgl. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1443.
Kamerstukken II, 2013-2014, 26448, nr. 511.
De uitspraken van 9 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO8071, en van 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5000.
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/7271
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Marokko, eiseres
(gemachtigde: mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder, (hierna: de Svb)
(gemachtigden: mr. J.G. Starreveld en mr. M.M.W. van der Ent-Eltink).
Inleiding
1. De Svb heeft het recht van eiseres op een Anw-uitkering per 1 augustus 2023 ingetrokken. Tegen dit besluit van 6 juli 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt.
1.1.
Met het bestreden besluit van 15 november 2023 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij dat besluit gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2024 op een zitting van de enkelvoudige kamer behandeld. Met een beslissing van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar een meervoudige kamer.
1.3.
Bij brief van 9 oktober 2024 heeft de rechtbank nadere vragen gesteld aan de Svb. De Svb heeft de vragen beantwoord bij brief van 7 november 2024. Eiseres heeft hierop gereageerd bij brief van 15 november 2024.
1.4.
De meervoudige kamer heeft de behandeling van het beroep voortgezet op een zitting op 18 november 2024. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Svb deelgenomen. Van de zijde van eiseres was ook [naam 1] aanwezig, de dochter van de overleden echtgenoot van eiseres.
Overwegingen
2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding. Het griffierecht is voldaan. De rechtbank kan de zaak dan ook inhoudelijk behandelen.
Feiten
3. Eiseres woont in Marokko. Zij is op [datum 1] 2019 in Marokko gehuwd met [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] heeft in het verleden in Nederland gewoond en gewerkt. In 2010 is hij naar België verhuisd. Op [datum 4] 2021 is [naam 2] overleden. [naam 2] had zowel de Marokkaanse als de Nederlandse nationaliteit.
4. [naam 2] is met meer partners gehuwd geweest. Van [datum 2] 1982 tot [datum 3] 2001 was hij gehuwd met [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Op [datum 4] 2005 is hij opnieuw in het huwelijk getreden met [naam 3] . Tot zijn overlijden is [naam 2] met [naam 3] gehuwd geweest.
5. Op 20 november 2020 heeft [naam 2] aan de Svb gemeld dat hij duurzaam gescheiden leeft van [naam 3] . In verband met het overlijden van [naam 2] heeft de Svb de woonsituatie niet meer kunnen onderzoeken. Na het overlijden van [naam 2] heeft de Svb aan [naam 3] een Anw-uitkering toegekend.
6. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de Svb per 1 januari 2021 ook aan eiseres een Anw-uitkering toegekend. Dit betreft een pro rata uitkering van 50% van het totale bedrag aan Anw. [naam 3] werd als andere rechthebbende aangemerkt en is vanaf 1 januari 2021 ook 50% aan nabestaandenuitkering gaan ontvangen. De Svb heeft aan eiseres een nabetaling gedaan van € 15.731,48 aan Anw-gelden over de periode van januari 2021 tot en met februari 2023.
7. Na een melding van [naam 3] over haar verlaagde Anw-uitkering heeft de Svb nader onderzoek gedaan en het recht op uitkering van eiseres ingetrokken per 1 augustus 2023. De Svb heeft hierbij afgezien van een intrekking met terugwerkende kracht en heeft het ten onrechte uitgekeerde bedrag aan Anw-uitkering ook niet teruggevorderd, omdat eiseres niet kon weten dat zij ten onrechte een Anw-uitkering ontving.
Standpunten van partijen
8. De Svb heeft het standpunt ingenomen dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw omdat zij naar Nederlands recht niet met [naam 2] gehuwd was. Omdat [naam 2] gehuwd was met [naam 3] en de Nederlandse nationaliteit had, kan het huwelijk van eiseres met [naam 2] op grond van artikel 10:32 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet worden erkend en daarmee niet gelijkgesteld aan een huwelijk naar Nederlands recht. Daarom kan eiseres niet als echtgenote worden aangemerkt en heeft zij geen recht op een Anw-uitkering, aldus de Svb.
9. Eiseres is van mening dat zij wel echtgenote en daarmee nabestaande is in de zin van de Anw. De Svb heeft ten onrechte aangenomen dat het huwelijk tussen eiseres en [naam 2] , dat een rechtsgeldig Marokkaans huwelijk is, niet rechtsgeldig zou zijn. Als dit zo is, dan geldt dit ook voor het huwelijk van [naam 2] met [naam 3] omdat [naam 2] op het moment van sluiten van dat huwelijk ook al met iemand anders gehuwd was. Dat de mogelijkheid van erkenning van een Marokkaans huwelijk een voorwaarde is voor een recht op Anw, blijkt niet uit wet- en regelgeving of uit jurisprudentie. Artikel 10:32 van het BW ziet op aspecten van openbare orde. Die openbare orde is hier niet in het geding. Eiseres heeft zich gemeld na het overlijden van [naam 2] . Op dat moment was er geen botsing meer met de Nederlandse samenleving en dient onthouding van erkenning geen doel meer. Het recht op Anw moet worden bekeken tegen de achtergrond van het NMV. Dit verdrag biedt de mogelijkheid om ook in geval van polygamie een Anw-uitkering toe te kennen.
Met de beslissing is sprake van een ongerechtvaardigde ontneming van eigendom als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De Svb heeft geen juiste belangenafweging gemaakt en heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, aldus eiseres.
Beoordeling
10. De rechtbank beoordeelt of de Svb terecht de Anw-uitkering van eiseres heeft ingetrokken. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
11. Primair stelt eiseres zich op het standpunt dat de Svb het tussen haar en [naam 2] gesloten huwelijk niet had mogen toetsen aan artikel 10:32 BW ter beantwoording van de vraag of zij als echtgenote en dus als nabestaande in de zin van de Anw kan worden aangemerkt.
12. Artikel 10:32 BW, voor zover hier van belang, luidt:
Ongeacht artikel 31 van dit Boek wordt aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk:
a. reeds gehuwd was of een geregistreerd partnerschap had gesloten met een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezat of zelf de Nederlandse nationaliteit bezat of in Nederland zijn gewone verblijfplaats had, tenzij het eerder gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of nietig verklaard.
13. Deze (gewijzigde) tekst van artikel 10:32 BW is – als onderdeel van de Wet tegengaan huwelijksdwang – van kracht sinds 5 december 2015. De invoering van de bepaling maakt het mogelijk om de erkenning van bepaalde, in het buitenland gesloten, huwelijken te beperken met het oog op het voorkomen van huwelijksdwang. In geval van polygamie heeft de wetgever geregeld dat een in het buitenland gesloten huwelijk niet in Nederland wordt erkend.
Dit geldt alleen als sprake is van een relevant raakpunt met de Nederlandse rechtsorde, bijvoorbeeld de Nederlandse nationaliteit of het hebben van een gewone verblijfplaats in Nederland.
14. Blijkens een interne werkinstructie legt de Svb deze bepaling als volgt uit:
- “Een polygaam huwelijk kan niet worden erkend als op het moment van huwelijkssluiting: één of beide partners reeds gehuwd is/zijn of een geregistreerd partnerschap heeft/hebben met iemand anders, én
één of beide partners de Nederlandse nationaliteit én/of gewone verblijfplaats in Nederland heeft/hebben.
Als een in het buitenland rechtsgeldig gesloten polygaam huwelijk in Nederland niet erkend wordt, dan zijn de echtgenoten naar Nederlands recht niet met elkaar gehuwd. Als de polygaam gehuwde echtgenoot in dat geval overlijdt, dan is de partner van de overledene geen nabestaande in de zin van de Anw. Toelichting: je toetst een rechtsgeldig in Marokko gesloten polygaam huwelijk bij nieuwe aanvragen/toekenningen op of na 5 december 2015 aan bovenstaande criteria. Lopende uitkeringen laat je ongemoeid.
(R&B/14/118)”.
15. [naam 2] had laatstelijk verblijf in België. Op grond van artikel 51, derde lid, van de EG-Verordening 883/2004 is hij in Nederland fictief verzekerd geacht voor de Anw, met als gevolg recht op Anw voor zijn nabestaande(n).
16. Op grond van artikel 1d van de Anw geldt als nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet. De Anw bevat geen nadere bepalingen over de uitleg van het begrip echtgenoot. De rechtbank sluit daarom aan bij de normale uitleg van het begrip huwelijk: het huwelijk naar burgerlijk recht.
17. Niet in geschil is dat eiseres en [naam 2] in Marokko een rechtsgeldig huwelijk hebben gesloten waardoor eiseres naar Marokkaans burgerlijk recht de echtgenote is van [naam 2] . Evenmin is in geschil dat het huwelijk van eiseres met [naam 2] niet voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in artikel 10:32 BW omdat [naam 2] (ook) de Nederlandse nationaliteit had. In dit geval gaat het om de vraag of de erkenning van het huwelijk van eiseres en [naam 2] naar Nederlands recht, een voorwaarde is voor het recht op een nabestaandenuitkering. Hierover verschillen partijen van mening.
18. Zoals hiervoor is vastgesteld is artikel 10:32 BW ingevoerd met het oog op de Nederlandse openbare orde. Polygame huwelijken waarbij een relevant raakvlak met de Nederlandse rechtsorde bestaat, worden daarmee niet verenigbaar geacht en komen daarom niet voor erkenning in aanmerking. De rechtbank overweegt dat uit de tekst van het artikel noch uit de toelichting hierop blijkt dat tevens is beoogd om hier gevolgen aan te verbinden voor socialezekerheidsrechten. In de hier aan de orde zijnde Anw is op grond van de wetswijziging per 5 december 2015 ook geen wijziging aangebracht die hierop ziet, noch is gebleken van wijziging van artikel 23 van het NMV. Een specifieke grondslag voor de weigering van een Anw-uitkering bij een polygaam huwelijk, waarbij een partner (mede) de Nederlandse nationaliteit heeft, is dus niet aanwezig.
19. De Svb heeft in dit verband nog gewezen op een brief van de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer van 20 mei 2014 waarin wordt ingegaan op de gevolgen van de wijziging van artikel 10:32 BW voor de sociale zekerheid:
“In het wetsvoorstel zijn in artikel 10:32 BW de criteria voor weigeringsgronden van erkenning van een buitenlands huwelijk aangescherpt en vastgelegd. Dat betekent dat meer buitenlandse huwelijken niet voor erkenning in aanmerking zullen komen. Dat heeft beperkt gevolgen voor de betaling van sociale zekerheid. Zo wordt voor een nabestaandenuitkering in geval van een erkend polygaam huwelijk de nabestaandenuitkering toegekend aan de echtgenote waarmee betrokkene het eerst gehuwd is. Een uitzondering hierop is geregeld in het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Marokko en het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Tunesië. Daarin is opgenomen dat de nabestaandenuitkering wordt verdeeld over alle echtgenoten ingeval van een erkend polygaam huwelijk.
Met het wetsvoorstel worden voortaan minder polygame huwelijken erkend. In het geval dat een polygaam huwelijk niet wordt erkend, wordt de nabestaandenuitkering ook in het geval van Marokko en Tunesië niet onder de weduwen verdeeld. De nabestaandenuitkering gaat dan naar de eerste vrouw.”
20. Naar het oordeel van de rechtbank biedt deze passage onvoldoende basis om te concluderen dat artikel 10:32 BW in de weg staat aan het recht van eiseres op een Anw-uitkering. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de passage is opgenomen in een informerende brief aan de Tweede Kamer over de jaarverslagen 2013 van het Uwv en de Svb. Het wetsvoorstel van de Wet Huwelijksdwang was op dat moment al aangenomen door de Tweede Kamer. De brief maakt dus geen onderdeel uit van het totstandkomingsproces van de Wet Huwelijksdwang. Het betreft slechts een interpretatie van de minister en staatssecretaris van de reeds aangenomen tekst van artikel 10:32 BW. Dit legt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gewicht in de schaal. De rechtbank acht ook hier van belang dat het geschetste verband tussen een in Nederland niet erkend polygaam huwelijk en het recht op een (pro rata) nabestaandenuitkering voor een tweede (of latere) echtgenote na invoering van artikel 10:32 BW niet is vastgelegd in de Anw. De ratio van de regeling van de pro rata verdeling van het nabestaandenpensioen is dat beide echtgenotes bij leven en na de dood in onderhoud worden voorzien door de echtgenoot. Niet is gebleken dat de wetgever bij de wijziging van artikel 10:32 BW - als onderdeel van de Wet tegengaan huwelijksdwang -, voor ogen heeft gehad of de bedoeling heeft gehad om een wijziging aan te brengen in deze regeling en wel voor een specifieke groep van echtgenotes, namelijk (alleen) voor de echtgenotes die gehuwd zijn met een echtgenoot die (ook) de Nederlandse nationaliteit heeft (of anderszins met een raakvlak met de Nederlands rechtsorde).
21. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb dan ook ten onrechte geconcludeerd dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw op de grond dat haar huwelijk met [naam 2] niet kan worden erkend naar Nederlands recht.
Conclusie
24. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Zij ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien. Het primaire besluit wordt herroepen. De rechtbank bepaalt dat eiseres met ingang van 1 augustus 2023 recht heeft op een pro rata Anw-uitkering.
25. Gegeven de gegrondverklaring dient de Svb het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- aan haar te vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Svb ook in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,-, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 2 x 1 punt voor het bijwonen van de zitting en met een wegingsfactor 1. Voor een hogere wegingsfactor, zoals door eiseres verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 1 augustus 2023 recht heeft op een pro rata Anw-uitkering;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden;
veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.721,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, voorzitter, en mrs. M.F. Zaagsma en
M.C. Werner, rechters, in aanwezigheid van
mr. J.A. Lammertink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. U kunt ook hoger beroep instellen door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.
Tekst en Commentaar Burgerlijk Wetboek, artikel 10:32, onder a.
Vgl. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1443.
Kamerstukken II, 2013-2014, 26448, nr. 511.
De uitspraken van 9 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO8071, en van 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5000.