Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:8346
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
4,792 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-171918-25
Datum uitspraak: 4 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 17 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in
behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).1
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2025 door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] (Litouwen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [P.I.] ,
hierna "de opgeëiste persoon".
1Procesgang
Zitting van 10 september 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting 10 september 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 24 september 2025
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het vastgestelde algemene gevaar met de ontvangen detentiegarantie niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft het onderzoek heropend om de officier van justitie een vijftal, in de tussenuitspraak geformuleerde, vragen te laten stellen aan de Litouwse autoriteiten.
De rechtbank heeft de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, met gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 21 oktober 2025
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 21 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, en door een tolk in de Litouwse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak
De rechtbank stelt vast dat in de tussenuitspraak van 24 september 2025 al is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de (dubbele) strafbaarheid van het feit. Wat de rechtbank heeft overwogen en geoordeeld moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: Litouwse detentieomstandigheden
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 5 van de tussenuitspraak van 24 september 2025. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
Na de tussenuitspraak is door de Litouwse autoriteiten op 3 oktober 2025, met een correctie op 13 oktober 2025, de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“After his surrender to Lithuania on the basis of the EAW, [opgeëiste persoon] could be held in the Vilnius prison until his transfer to the prison situated within the area of activity of the court that imposed the measure of coercion, for a maximum term of one week from the date of receipt of the decision on the extension of the term of detention.
In the event of extension of the term of detention as the measure of coercion imposed against [opgeëiste persoon] , he will be transferred to the prison within the area of activity of the court that imposed the measure of coercion. Given that detention was imposed against [opgeëiste persoon] by the Kaunas Chamber of the Kaunas District Court, if the same court extends the term of detention, [opgeëiste persoon]
will be held in the Kaunas prison.
Please be notified that detainees are provided with a minimum living area of 3.6 m2 (excluding sanitary facilities).
[…]
Detainees are allowed to walk in the open air for a minimum of 1 hour per day and those detainee who receive recommendations by a doctor, are allowed to walk in the open air for at least 3 hours per day.
Detainees are allowed to leave locked residential floors, living premises (cells): for employment activities; if this is necessary for studies in an educational establishment; to the meetings with visitors; for making telephone calls; to the dining room, to the shower, to participation in resocialization measures, to the meetings with the defense lawyer (attorney-at-law or his/her assistant); for engagement in individual or any other activities established by law; to conclude a marriage; to visit personal health care specialists (in urgent cases or at the time of appointment fixed by a health care specialist); in free time: to walk in the open air or to engage in other activities.
Detainees are taken for a walk together with the detainees from the same cell. E. Jonavičius will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among theses detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. It should be noted that activities in prisons are organized in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates the
possibility for the detainees or inmates with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/activities.
In order to control violence among prisoners and as far as possible, leaders of non-formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on other prisoners are kept separately from other vulnerable prisoners. Leaders of non-formal prison hierarchies are isolated on separate floors and in separate locked cells.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB als bedoeld in artikel 11, eerste lid, OLW, omdat de aanvullende informatie te algemeen van aard is om het individuele gevaar weg te nemen. Uit het meest recente rapport van het Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) ten aanzien van Litouwen wordt een duidelijk verband gelegd tussen geweld tussen gedetineerden en drugsgebruik enerzijds en het aantal bewaarders per gedetineerden anderzijds. Het aantal bewaarders is onvoldoende. Uit de aanvullende informatie blijkt niet hoe de geschetste maatregelen kunnen worden gerealiseerd met een tekort aan personeel. Uit de informatie blijkt ook niet dat het systeem daadwerkelijk is gewijzigd. Gedetineerden verblijven nog steeds op slaapzalen met soms wel 15 bedden waar hun veiligheid niet gegarandeerd kan worden. De toezeggingen zijn slechts een algemeen voornemen om de situatie in de gevangenissen te verbeteren en kunnen niet worden gezien als een individuele detentiegarantie.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het individuele gevaar weg te nemen.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 141 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, Litouwen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ÁG9131231520489È
G913123152048
ECLI:NL:RBAMS:2025:7126.
ECLI:NL:RBAMS:2025:6898.
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-171918-25
Datum uitspraak: 4 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 17 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in
behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).1
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2025 door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] (Litouwen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [P.I.] ,
hierna "de opgeëiste persoon".
1Procesgang
Zitting van 10 september 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting 10 september 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 24 september 2025
Bij tussenuitspraak van 24 september 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het vastgestelde algemene gevaar met de ontvangen detentiegarantie niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft het onderzoek heropend om de officier van justitie een vijftal, in de tussenuitspraak geformuleerde, vragen te laten stellen aan de Litouwse autoriteiten.
De rechtbank heeft de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, met gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 21 oktober 2025
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 21 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, en door een tolk in de Litouwse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak
De rechtbank stelt vast dat in de tussenuitspraak van 24 september 2025 al is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de (dubbele) strafbaarheid van het feit. Wat de rechtbank heeft overwogen en geoordeeld moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: Litouwse detentieomstandigheden
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 5 van de tussenuitspraak van 24 september 2025. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
Na de tussenuitspraak is door de Litouwse autoriteiten op 3 oktober 2025, met een correctie op 13 oktober 2025, de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“After his surrender to Lithuania on the basis of the EAW, [opgeëiste persoon] could be held in the Vilnius prison until his transfer to the prison situated within the area of activity of the court that imposed the measure of coercion, for a maximum term of one week from the date of receipt of the decision on the extension of the term of detention.
In the event of extension of the term of detention as the measure of coercion imposed against [opgeëiste persoon] , he will be transferred to the prison within the area of activity of the court that imposed the measure of coercion. Given that detention was imposed against [opgeëiste persoon] by the Kaunas Chamber of the Kaunas District Court, if the same court extends the term of detention, [opgeëiste persoon]
will be held in the Kaunas prison.
Please be notified that detainees are provided with a minimum living area of 3.6 m2 (excluding sanitary facilities).
[…]
Detainees are allowed to walk in the open air for a minimum of 1 hour per day and those detainee who receive recommendations by a doctor, are allowed to walk in the open air for at least 3 hours per day.
Detainees are allowed to leave locked residential floors, living premises (cells): for employment activities; if this is necessary for studies in an educational establishment; to the meetings with visitors; for making telephone calls; to the dining room, to the shower, to participation in resocialization measures, to the meetings with the defense lawyer (attorney-at-law or his/her assistant); for engagement in individual or any other activities established by law; to conclude a marriage; to visit personal health care specialists (in urgent cases or at the time of appointment fixed by a health care specialist); in free time: to walk in the open air or to engage in other activities.
Detainees are taken for a walk together with the detainees from the same cell. E. Jonavičius will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among theses detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. It should be noted that activities in prisons are organized in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates the
possibility for the detainees or inmates with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/activities.
In order to control violence among prisoners and as far as possible, leaders of non-formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on other prisoners are kept separately from other vulnerable prisoners. Leaders of non-formal prison hierarchies are isolated on separate floors and in separate locked cells.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB als bedoeld in artikel 11, eerste lid, OLW, omdat de aanvullende informatie te algemeen van aard is om het individuele gevaar weg te nemen. Uit het meest recente rapport van het Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) ten aanzien van Litouwen wordt een duidelijk verband gelegd tussen geweld tussen gedetineerden en drugsgebruik enerzijds en het aantal bewaarders per gedetineerden anderzijds. Het aantal bewaarders is onvoldoende. Uit de aanvullende informatie blijkt niet hoe de geschetste maatregelen kunnen worden gerealiseerd met een tekort aan personeel. Uit de informatie blijkt ook niet dat het systeem daadwerkelijk is gewijzigd. Gedetineerden verblijven nog steeds op slaapzalen met soms wel 15 bedden waar hun veiligheid niet gegarandeerd kan worden. De toezeggingen zijn slechts een algemeen voornemen om de situatie in de gevangenissen te verbeteren en kunnen niet worden gezien als een individuele detentiegarantie.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het individuele gevaar weg te nemen.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 141 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, Litouwen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ÁG9131231520489È
G913123152048
ECLI:NL:RBAMS:2025:7126.
ECLI:NL:RBAMS:2025:6898.