Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-06
ECLI:NL:RBAMS:2025:686
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,252 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/7754
uitspraak van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 6 februari 2025 op het herzieningsverzoek van
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. B. Kahraman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het herzieningsverzoek van eiseres.
1.1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder het herzieningsverzoek op een zitting te behandelen.
1.2.
Op 24 oktober 2023 heeft de voorzieningenrechter drie verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen. De verzoeken om een voorlopige voorziening zijn bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers AMS 23/6161, AMS 23/6162 en AMS 23/6135. Deze verzoeken hangen samen met de bezwaarschriften van 19 oktober 2023 tegen de besluiten van 11 september 2023 tot het herzien en terugvorderen van twee Bbz-uitkeringen en een Tozo-uitkering.
1.3.
Op 9 november 2023 heeft eiseres de verzoeken ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 23 november 2023 een standpunt ingediend met betrekking tot de proceskostenvergoeding. Eiseres heeft daarop op 27 november 2023 een schriftelijke reactie ingediend.
1.4.
Bij uitspraak van 11 december 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten afgewezen, omdat geen sprake is van tegemoetkoming aan de verzoeken om een voorlopige voorziening.
1.5.
Met de brief van 13 december 2024 heeft eiseres de rechtbank verzocht om de uitspraak van 11 december 2024 te herzien.
Beoordeling
2. Op grond van artikel 8:119 van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3. Gelet op de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 8:119 van de Awb is herziening slechts mogelijk van onherroepelijke uitspraken zoals bedoeld in afdeling 8.2.6. van de Awb, en uitspraken van de voorzieningenrechter zoals bedoeld in artikel 8:86 van de Awb. In artikel 8:86 van de Awb is geregeld dat indien het verzoek wordt gedaan als beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.
4. De uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 december 2024 waar het herzieningsverzoek op ziet, valt niet onder afdeling 8.2.6. of onder artikel 8:86 van de Awb. Herziening van de uitspraak van 11 december 2024 is daarom niet mogelijk.
5. Voorts merkt de rechtbank op dat eiseres het verschuldigde griffierecht nog niet heeft voldaan. Ook dat vormt een reden om het herzieningsverzoek niet inhoudelijk te behandelen.
6. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, komen, voor zover eiseres hierom heeft verzocht, de proceskosten die eiseres in deze procedure heeft gemaakt niet voor vergoeding in aanmerking.
7. Tot slot overweegt de rechtbank het volgende met betrekking tot het verzoek om wraking van de voorzieningenrechter dat is opgenomen in het verzoek om herziening. Een verzoek om wraking wordt geaccepteerd totdat uitspraak is gedaan. In dit geval is er op 11 december 2024 uitspraak gedaan door de voorzieningenrechter. Omdat het wrakingsverzoek pas daarna is gedaan, wordt het wrakingsverzoek niet in behandeling genomen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr.C. Simonis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers.