Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-07
ECLI:NL:RBAMS:2025:5878
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
872 tokens
Dictum
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-034652-25
Afwijzing ambtshalve verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van het Verenigd Koninkrijk heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk), van Nederlandse nationaliteit, inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres]
Raadsman mr. J.J. van 't Hoff
Procedure
Op 1 mei 2025 is de overlevering aan het Verenigd Koninkrijk van de opgeëiste persoon toegestaan.
Dat betekent dat hij ingevolge artikel 35, eerste lid, OLW niet later dan 10 dagen na de uitspraak feitelijk moet worden overgeleverd.
De rechtbank heeft de zaak ambtshalve naar de raadkamer verwezen, teneinde de verdediging en het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen om een standpunt in te nemen over de vraag of de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon dient te worden uitgesteld vanwege humanitaire redenen ex artikel 35, derde lid OLW, dan wel dient plaats te vinden onder bepaalde voorwaarden toegespitst op de gesteldheid van de opgeëiste persoon.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.
Op grond van artikel 35, derde lid OLW kan de termijn voor feitelijke overlevering worden opgeschort. indien door ernstige humanitaire omstandigheden de feitelijke overlevering niet binnen de termijn kan plaatsvinden. Van ernstige humanitaire omstandigheden is in ieder geval sprake indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon in gevaar zou brengen.
Uit hetgeen is aangevoerd namens de opgeëiste persoon volgt weliswaar dat hij
medische klachten heeft en lijdt aan ptss, maar uit de overgelegde informatie volgen geen gegronde redenen dat zijn leven of gezondheid door overlevering in gevaar komt.
De rechtbank heeft eerder ambtshalve geoordeeld dat de detentieomstandigheden in HMP Liverpool geen beletsel zijn voor het toestaan van de verzochte overlevering. De rechtbank heeft bovendien geoordeeld dat de overlevering is toegestaan, indien gewaarborgd is dat de opgeëiste persoon een eventueel op te leggen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep op evenredigheid niet slaagt, waarbij ook is betrokken dat de opgeëiste persoon eerder door de Britse autoriteiten is gehoord in deze zaak en dus op de hoogte zijn van zijn medische toestand en leeftijd.
Voor zover ernstige humanitaire omstandigheden die een ander betreffen aan de feitelijke overlevering in de weg kunnen staan, oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is onderbouwd dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de partner van de opgeëiste persoon in gevaar brengt.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn niet opschorten.
Dictum
De rechtbank:
WIJST AF het ambtshalve verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW•,
Deze beslissing is genomen op 07 mei 2025 door:
mr. M.C. Danel, rechter, in tegenwoordigheid van D. Vermeulen. griffier.