Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-05
ECLI:NL:RBAMS:2025:5603
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,516 tokens
Dictum
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
verblijvend bij [detentieplaats] ,
[adres] ,
die bij vonnis van 5 oktober 2022 van deze rechtbank is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel) en die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 17 mei 2023 is bevestigd.
De ingangsdatum van de maatregel is blijkens de termijnbrief op 22 mei 2023.
De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met 14 (veertien) maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
het uitgebrachte verlengingsadvies van Teylingereind van 4 april 2025, strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel met 14 (veertien) maanden, alsmede de overgelegde Perspectiefplannen van 26 februari 2025, 20 maart 2025 en 4 april 2025 en de termijnbrief van 10 januari 2025.
De rechtbank heeft op 5 juni 2025 de vordering in de openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
de officier van justitie, mr. M.S. Bond;
[verdachte] , bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. P.W. Rijmenam-van Oostrom, advocaat te Amsterdam;
de deskundige [deskundige] , als gedragswetenschapper verbonden aan [detentieplaats] in Sassenheim.
Van de mondelinge behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. Om deze reden zijn de standpunten hieronder verkort weergegeven.
De standpunten
Teylingereind adviseert de PIJ-maatregel met veertien maanden te verlengen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering de PIJ-maatregel met veertien maanden te verlengen.
[verdachte] en zijn raadsvrouw hebben verzocht de vordering toe te wijzen voor een periode van negen of tien maanden, zodat vinger aan de pols kan worden gehouden.
Beoordeling
Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] eisen dat de PIJ-maatregel met twaalf maanden wordt verlengd.
[verdachte] maakt een positieve ontwikkeling door. Hij laat een gemotiveerde houding zien, zowel op school als bij de therapieën die hij volgt. Daarnaast is [verdachte] goed in de samenwerking en hij is een voorbeeld voor de groep. Ondanks dat er wat tegenslagen zijn geweest, heeft [verdachte] zich niet uit het veld laten slaan. De rechtbank maakt [verdachte] hiervoor een compliment. Het lijkt erop dat [verdachte] daadwerkelijk een knop om heeft gezet in de goede richting. Uit het advies van [detentieplaats] blijkt dat het beeld zoals geschetst binnen het forensisch psychologisch onderzoek momenteel binnen de JJI, in ieder geval op gedragsmatig niveau, niet meer in zijn geheel herkend wordt. Er worden nog slechts in beperkte mate kenmerken gezien van de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en de kenmerken die passen bij de normoverschrijdende gedragsstoornis zijn deels naar de achtergrond verdwenen. [verdachte] gebruikt daarnaast, ondanks dat het een uitdaging voor hem blijft om niet te blowen, al een aantal maanden geen softdrugs meer.
Ondanks de positieve ontwikkelingen, blijkt uit de stukken ook dat het huidige recidiverisico op een geweldsdelict, als alle kaders weg zouden vallen, matig tot hoog is. Er dient binnen de PIJ-maatregel door middel van het voortzetten van behandeling en verlofgang verder gewerkt te worden aan vermindering van de nog bestaande risicofactoren. Daarnaast moet er nog gewerkt worden aan het resocialiseren. Het voortzetten van het resocialisatietraject (inclusief onbegeleid verlof en het STP, is noodzakelijk om een zorgvuldige overgang van binnen de JJI naar buiten vorm te geven, zodat vrijheden gefaseerd uitgebreid kunnen worden en de aangeleerde vaardigheden verder bestendigd kunnen worden.
Wat de duur van de verlenging betreft overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank zal de maatregel met een kortere periode verlengen dan geadviseerd en gevorderd. Uit de stukken blijkt dat naar verwachting in februari 2026 met het STP kan worden gestart. Door de PIJ-maatregel met twaalf in plaats van veertien maanden te verlengen, hoopt de rechtbank dat het tempo tot aan het STP iets kan worden opgevoerd. Daarnaast wil de rechtbank met een kortere verlenging vinger aan de pols houden ten aanzien van het resocialisatietraject van [verdachte] . Tot slot hoopt de rechtbank dat zij [verdachte] met een kortere verlenging dan gevorderd motiveert de positieve lijn door te zetten.
De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 10 januari 2025 vanuit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 16 mei 2026.
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie deels toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [verdachte] met 12 (twaalf) maanden;
- wijst de vordering voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door
mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. E.M. Devis en E. Diepraam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 juni 2025.