Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-27
ECLI:NL:RBAMS:2025:5477
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
865 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/097997-18
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998.
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.A. Nijs, en van wat de raadsman, mr. M.M.J. Nuijten, naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
primair:
hij op of omstreeks 18 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straatnaam] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
- ( meermalen) (met gebalde vuist) stompen/slaan tegen het hoofd en/of het lichaam van deze [slachtoffer] , en/of
- ( meermalen) trappen/schoppen tegen het hoofd en/of het lichaam van deze [slachtoffer] ;
subsidiair:
hij op of omstreeks 18 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer]
- ( meermalen) (met gebalde vuist) te stompen/slaan tegen zijn hoofd en/of lichaam, en/of
- ( meermalen)te trappen/schoppen tegen zijn hoofd en/of lichaam.
3Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte, nu verdachte is overleden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 10 november 2024 is overleden. Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen. Gelet hierop zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van verdachte.
4Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] wordt, gelet op het overwogene onder 3, in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Dictum
De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,
mrs. B. Vogel en K.A. Brunner, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.L.M. Meulman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 juni 2025.