Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-06
ECLI:NL:RBAMS:2025:5079
Strafrecht; Europees strafrecht
Beschikking
902 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Internationale rechtshulpkamer
Parketnummer : 13-156105-25
Afwijzing vordering omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding (artikel 3 lid 1 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid jo artikel 21 lid 3 Overleveringswet)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Verenigd Koninkrijk heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd uit andere hoofde in [detentieplaats] .
Raadsvrouw mr. D van Roon, waarnemend voor mr. S. Konya, raadsman van de opgeëiste persoon.
Procedure
De opgeëiste persoon is op 28 mei 2025 voorlopig aangehouden op grond van artikel 3 lid 1 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid jo artikel 17 Overleveringswet (OLW). De voorlopige aanhouding is direct opgeschort in verband met de detentie uit andere hoofde op grond van parketnummer 09-224447-23.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de voorlopige aanhouding in aanhouding zal omzetten, vanwege het voor de rechtbank op onbekende datum ontvangen arrestatiebevel gedateerd 9 mei 2025. Voorafgaand aan de behandeling van de vordering heeft de rechtbank uit telefonisch contact met de officier van justitie vernomen dat het (in de Engelse taal gestelde) arrestatiebevel van 9 mei 2025 reeds voorafgaand aan de voorlopige aanhouding van 28 mei 2025 was ontvangen.
De rechtbank heeft de opgeëiste persoon gehoord. De raadsvrouw is in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.
Beoordeling
Op grond van artikel 3 lid 1 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid juncto artikel 21, eerste lid, OLW wordt de opgeëiste persoon op basis van een arrestatiebevel dat voldoet aan de vereisten zoals omschreven in artikel 2 zonder verdere formaliteiten aangehouden.
Op grond van artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid juncto artikel 17, eerste lid, OLW is elke officier van justitie of hulpofficier van justitie bevoegd de voorlopige aanhouding van een opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 15 OLW (op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid OLW) te bevelen.
De rechtbank stelt vast dat het (in de Engelse taal gestelde) arrestatiebevel van 9 mei 2025 reeds was ontvangen voordat de opgeëiste persoon op 28 mei 2025 voorlopig werd aangehouden in de PI Veenhuizen en dat dit arrestatiebevel voldoet aan de vereisten zoals omschreven in artikel 2 OLW. Dit betekent dat de opgeëiste persoon niet op grond van artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid juncto artikel 17 OLW kon worden aangehouden.
Nu de voorlopige aanhouding op grond van artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU-VK Justitie en Veiligheid juncto artikel 17 OLW niet mogelijk was, betekent dit dat de rechtbank de vordering om deze voorlopige aanhouding om te zetten, zal afwijzen.
Dictum
WIJST AF de vordering omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding.
Deze beslissing is genomen op 06 juni 2025 door
mr. A.R.P.J. Davids, rechter,
en in tegenwoordigheid van M.C.G. Kroon, griffier.