Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-01-09
ECLI:NL:RBAMS:2025:4723
Strafrecht
Beslissing RC
1,210 tokens
Dictum
RECHTBANK AMSTERDAM
rechter-commissaris in strafzaken zittingsplaats Amsterdam
parketnummers: 83.331554.24, 83.331580.24
datum : 9 januari 2025
Dictum
in de strafzaak tegen verdachten:
[verdachte] en [verdachte] Procedure
De officier van justitie heeft op 29 oktober 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechter-
commissaris onderzoekt of zich in door de officier bij de Belastingdienst gevorderde bestanden verschoningsgerechtigde informatie bevindt. Deze vordering is op 5 november 2024 toegewezen. Vervolgens heeft de rechter-commissaris direct van de Belastingdienst, dus zonder tussenkomst van de officier van justitie, de desbetreffende bestanden ontvangen.
Onder de stukken bevinden zich e-mails met bijlagen van 11 oktober 2023, 30 november 2023 en 13 december 2023 van [notaris], in zijn hoedanigheid van notaris, aan de Belastingdienst. De rechter-commissaris heeft [notaris] (hierna: de notaris) gevraagd of hij zich ten [aanzien] van deze e-mails op zijn verschoningsrecht beroept. Deze vraag heeft de notaris bevestigend beantwoord.
Beoordeling
In deze zaak doet zich de volgende situatie voor. Op 17 maart 2022 is aan verdachten geleverd het recht van erfpacht van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats] voor een koopsom van € 3.500.000,-. De verdachten hebben in de leveringsakte opgenomen dat op de overdracht het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van toepassing is.
Beiden hebben door middel van een 'Verklaring overdrachtsbelasting laag tarief (2%)' verklaard dat zij de woning na verkrijging zelf gingen bewonen en dat de waarde van de onroerende zaak€ 3.500.000,- was. Op 17 maart 2022 is door de notaris, uitgaande van de door de verdachten verstrekte gegevens elektronisch aangifte gedaan voor de overdrachtsbelasting. Bij brief van 25 september 2023 heeft een ambtenaar van de Belastingdienst namens de inspecteur aan de notaris vragen gesteld over de toepassing van het verlaagde tarief en over de waarde van het overgedragen erfpachtrecht. Deze vragen heeft de notaris bij de e-mail van 11 oktober 2023, met bijlagen, beantwoord. In het vervolg heeft de notaris de e-mails van 30 november 2023 en 13 december 2023 naar de
[.]
Belastingdienst verstuurd.
De rechter-commissaris is van oordeel dat door het toezenden van de e-mails aan de Belastingdienst de vertrouwelijkheid van de inhoud daarvan is prijsgegeven en dat de notaris zich ook tegenover de officier van justitie ten aanzien van die informatie niet (langer) op zijn verschoningsrecht kan beroepen.
Het uitgangspunt is dat het verstrekken van verschoningsgerechtigde informatie aan een derde, dus een persoon of organisatie die buiten de vertrouwelijke relatie staat, niet meeebrengt dat die informatie ook ten opzichte van alle andere derden aan de vertrouwelijkheid is onttrokken. In deze zaak doet zich echter de bijzonderheid voor dat de informatie door de notaris is verstrekt in het kader van de vaststelling van de hoogte van de belastingschuld en (dus) de beoordeling van de juistheid van de ingediende aangifte overdrachtsbelasting, terwijl de verdenking op precies die gedraging ziet. Verder is van belang dat deze informatie is verstrekt aan de inspecteur van de Belastingdienst, die op grond van artikel 80 lid 1 van de AWR mede is belast met de opsporing van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Naar het oordeel van de rechter-commissaris brengen deze bijzonderheden mee dat moet worden geoordeeld dat de vertrouwelijkheid van de informatie niet alleen is prijsgegeven in de administratiefrechtelijke relatie tot de Belastingdienst inzake de afwikkeling van de ingediende aangifte overdrachtsbelasting maar ook in het mogelijke strafrechtelijke vervolg daarop (zie ECLI:NL:RBAMS:2022:6249).
De overige bestanden die door de Belastingdienst aan de rechter-commissaris zijn toegestuurd bevatten geen verschoningsgerechtigde informatie. Alle bestanden kunnen dus worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam.
Dictum
De rechter-commissaris:
bepaalt dat de officier van justitie kennis mag nemen van de bestanden die door de Belastingdienst aan de rechter-commissaris ter beoordeling zijn voorgelegd.
Deze beslissing is op 9 januari 2025 genomen door mr. H. [Fehmers] [rechter-commissaris] .
Tegen deze beslissing kan de verschoningsgerechtigde binnen veertien dagen [een klaagschrift indienen bij de] rechtbank. Indien een klaagschrift wordt ingediend zullen de stukken [hangend de verdere procedure niet worden] vrijgegeven aan de officier van justitie.