Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-20
ECLI:NL:RBAMS:2025:3862
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,362 tokens
Dictum
[gemachtigde] (Verkeersboete.nl)
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 23 november 2023 en is gericht tegen de beslissing van 21 november 2023 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
CJIB-nummer: [nummer]
Procesverloop
Aan betrokkene is bij beschikking van 4 juli 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 6 mei 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen. Namens gemachtigde is [naam 1] ter zitting verschenen. Verweerder is verschenen bij [naam 2] .
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, een weg is gebruikt in strijd met een eenrichtingsweg dan wel geslotenverklaring op een andere weg dan een auto(snel)weg op 24 juni 2023 aan de Amstel te Amsterdam.
2. Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 169,- inclusief administratiekosten.
3. Het beroep is tijdig ingesteld en er is zekerheid gesteld.
4. Gemachtigde heeft namens betrokkene beroep ingesteld en heeft in het beroepschrift aangevoerd dat:
- indien een reële mogelijkheid bestaat om betrokkene staande te houden, mag daarvan niet worden afgezien (art. 5 Wahv). Schending van art. 5 Wahv rechtvaardigt vernietiging van de inleidende beschikking;
- een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte is bekeurd op kenteken. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat de verbalisant heeft afgezien van een staandehouding omdat hij te voet was. Hoewel dit doorgaans voldoende is om aan te nemen dat geen reële mogelijkheid bestond om staande te houden, zijn er in onderhavig geval contra-indicaties die deze vermeende onmogelijkheid weerleggen;
- deze verbalisant op (ten minste) 3 verschillende dagen constant gehandhaafd heeft op deze locatie en bebording. Gemachtigde beschikt over in ieder geval zeven dossiers waarbij de verbalisant exact dezelfde verklaring en exact hetzelfde aanvullend proces-verbaal heeft opgetekend;
- er hier sprake is van een gerichte controle waarbij de verbalisant er blijkbaar voor kiest om in burgerkleding een positie in te nemen waarbij staandehouding op voorhand niet mogelijk is. Niet duidelijk is waarom de verbalisant bij het langdurig handhaven op deze feitcode op deze locatie niet kiest voor een strategische positie waarbij hij betrokkenen kan manen om te stoppen. Daarnaast is het niet duidelijk of er andere eenheden bij deze controle betrokken zijn die eventueel wel kunnen staandehouden.
Tevens wordt om een proceskostenvergoeding verzocht.
5. Ter zitting heeft gemachtigde medegedeeld de gronden van het beroep te handhaven en er nog aan toegevoegd dat niet duidelijk is wat het beleid is omtrent de gerichte controle. De verbalisant dient in het zaakoverzicht te vermelden hoe de actie wordt ingericht.
6. Verweerder heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, evenals de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven. Ter zitting is daar nog aan toegevoegd dat op grond van het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal de gedraging kan worden vastgesteld. De verbalisant heeft duidelijk verklaard dat hij te voet en in burgerkleding was. Dat houdt in dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De handhaving vond op drie verschillende dagen plaats. Verweerder verzoekt dan ook het beroep ongegrond te verklaren.
7. Het volgende wordt overwogen.
8. In WAHV-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8983).
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Ik zag dat de weg werd gebruikt in de richting waarin deze gesloten is. De tekst op het onderbord luidde: ‘uitgezonderd (brom)fietsen’. De uitzondering(en), genoemd op het onderbord, was (waren) niet van toepassing. Reden geen staandehouding: ik, verbalisant, had geen reële mogelijkheid tot staandehouding omdat ik te voet was en het genoemde voertuig van mij afreed. Ik was ook in burgerkleding gekleed en had geen voertuig bij mij om een staandehouding te kunnen doen. Ook was ik niet in het bezit van andere middelen om een staandehouding te kunnen doen.”
9. De verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal d.d. 25 oktober 2023 houdt onder meer het volgende in:
“(…) Ik, verbalisant, heb op een later moment een foto gemaakt van de daar aanwezige geslotenverklaring vanuit een dienstvoertuig. Ik heb dit gedaan om de situatie ter plaatse duidelijk te maken middels beeld. Ik, verbalisant, wilde het verkeersbord en de wegsituatie verduidelijken en daarom is er later een foto gemaakt. Ik, verbalisant, kan u verklaren dat de situatie en bebording die te zien is op de foto exact dezelfde is als toen de overtreding werd gemaakt. Ik heb dit gecontroleerd.”
10. In het dossier bevindt zich tevens de foto, waar de verbalisant naar verwijst, waarop de bebording te zien is.
11. Uit artikel 5 van de WAHV volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. De hiervoor weergegeven inhoud van het zaakoverzicht sluit op zich zelf de feitelijke mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig niet uit, maar deze mogelijkheid moet ook reëel zijn. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de bestuurder van de verbalisant weg reed, de verbalisant te voet was, geen voertuig had en niet in het bezit was van andere middelen om een staandehouding te kunnen doen. Onder de door de verbalisant geschetste omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de verbalisant in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen om af te zien van staandehouding van de bestuurder van het voertuig. Een procesmatige aanpak (‘gerichte controle’) is geen reden het verbaliseren door een agent in burger onrechtmatig te oordelen (vlg. arrest hof Arnhem-Leeuwarden met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:9542). sDe sanctie is terecht met toepassing van art. 5 WAHV aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
12. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De gedraging staat naar het oordeel van de kantonrechter dan ook voldoende vast en rechtvaardigt de opgelegde boete. Er zijn ook geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde boete.
13. Gelet op het voorgaande zal het beroep ongegrond worden verklaard. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat derhalve geen aanleiding.
13. Daarom wordt beslist als volgt.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.