Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-27
ECLI:NL:RBAMS:2025:3533
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,488 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/026951-25
Datum uitspraak: 27 mei 2025
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 17 februari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 december 2024 door Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1986,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 april 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadslieden mrs. M.A.C. de Bruijn en T.E. Korff, advocaten in Amsterdam en door een tolk in de Russische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Bij tussenuitspraak van 22 april 2025 is het onderzoek heropend en geschorst in verband met het opvragen van nadere informatie over de detentieomstandigheden. Bij deze tussenuitspraak is de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De behandeling is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 13 mei 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door haar gemachtigd raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Letse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak 22 april 2025
Bij tussenuitspraak van 22 april 2025 heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 5 van de tussenuitspraak van 22 april 2025. De rechtbank heeft in die tussenuitspraak gewezen op het algemene reële gevaar dat gedetineerden in Letland aan een onmenselijke of vernederende behandeling worden blootgesteld, als gevolg van met name het bestaan van een informele hiërarchie onder gedetineerden (het ‘kastenstelsel’) in de Letse gevangenissen, met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten als gevolg. Het rapport van The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) van 26 februari 2025 geeft geen aanleiding om anders te oordelen over het eerder vastgestelde reële gevaar van schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) voor gedetineerden in Letland. Met de aanvullende informatie van de Letse autoriteiten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende antwoord gegeven op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen geweld en andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel indien zij in Letland in detentie geplaatst wordt. De overwegingen uit voornoemde uitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 22 april 2025 de volgende vragen geformuleerd:
Gelet op de aanvullende informatie van 7 maart 2025 heeft de rechtbank de volgende aanvullende vragen:
1. Wordt er in de penitentiaire inrichting waar de opgeëiste persoon naar verwachting gedetineerd zal worden, te weten Iļģuciems Prison, rekening gehouden met de omstandigheid dat de opgeëiste persoon een baby en een jong kind heeft (die respectievelijk één maand en 1 jaar en vier maanden oud zijn). Is voor haar bijvoorbeeld een moeder-kind unit beschikbaar?
2. Zo ja, is er reden om aan te nemen dat daar geen sprake is van de eerdergenoemde informele hiërarchie onder gedetineerden (het ‘kastenstelsel’)? Waarop is die veronderstelling gebaseerd?
3. Zo nee, welke maatregelen gelden dan concreet om de opgeëiste persoon (al dan niet met haar kinderen) te beschermen tegen het kastenstelsel?
De Letse autoriteiten (International Cooperation Division, Department for Supervision of Operation and International Cooperation, Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia) hebben op 30 april 2025 onder meer het volgende geantwoord:
1. Yes, Ilguciema Prison, where [de opgeëiste persoon] will most likely be detained, takes into account the fact that she has a baby and a young child. Furthermore, Article 14 of the Law on the Procedures for Holding under Arrest of the Republic of Latvia provides that children may stay with their mother in the remand prison up to the age of four, with full State support.
2., 3. The relevant questions can be answered by the Prison Administration of the Republic of Latvia, to which the questions were sent today. At the same time I regret to inform you that it will not be possible to provide a translated answer within the deadline you have indicated due to the public holidays. The answer will be provided as soon as
possible.
For my part, I can add that we have no information regarding the hierarchy system in the women’s prisons.
De Prison Administration of the Republic of Latvia heeft op 6 mei 2025 onder meer het volgende meegedeeld:
The Administration informs that any prisoner in need of assistance may contact any prison official at any time of day, who at that moment performs his/her job responsibilities in the prison, white the official, taking into consideration the conditions, will act according to the situation in order to ensure the immediate protection of the prisoner or to prevent any threats to his/her health or life.
In a prison, every case shall be examined individually in order to select the most appropriate and effective measures for the protection of a prisoner.
The Administration notes that the prison officials in Latvia, white performing the supervision of prisoners, strictly comply with the effective laws and regulations and ethical norms in order to prevent any physical suffering of the prisoner, degrading treatment or discrimination.
The continuous 24-hour supervision system includes the video surveillance and checks performed by the staff on a regular basis. Video surveillance cameras and other technical tools are used to minimize the manifestation of informal hierarchies. The use of video surveillance in prisons helps staff react promptly to signs of threats, suspicious action or abuse and prevent physical or emotional abuse among prisoners, particularly in areas with larger groups of prisoners, also from different cells.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland uiterlijk tien dagen na 25 juni 2025.
HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW.
VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met zestig dagen, omdat zij die
verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en haar raadsman tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Letse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. F.K. Verbruggen en A.T.P. van Munster, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 mei 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2025:2650.