Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-13
ECLI:NL:RBAMS:2025:3512
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,043 tokens
Inleiding
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10534269 \ CV EXPL 23-7991
Vonnis van 13 mei 2025
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V. (rolgemachtigde: [rolgemachtigde] ),
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 mei 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat partijen een overeenkomst hebben gesloten uit hoofde waarvan eisende partij rijlessen aan gedaagde partij heeft gegeven. Gedaagde partij heeft volgens eisende partij niet voor alle rijlessen betaald. Een bedrag van € 435,00 wordt aan hoofdsom gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument, althans daarvan moet bij gebrek aan nadere duiding vanuit worden gegaan. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij de op haar rustende informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst en de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden worden getoetst aan de Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
2.3.
De dagvaarding moet voldoende informatie en stukken bevatten om vorenbedoeld ambtshalve onderzoek te kunnen uitvoeren. Dat is vast beleid sinds 2019. In dit verband wordt ook verwezen naar het Arvato-arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) en de naar aanleiding van dat arrest tot stand gekomen Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten, die op rechtspraak.nl te vinden is.
2.4.
De dagvaarding voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen, waardoor de kantonrechter niet ambtshalve kan toetsen. Eisende partij heeft niets gesteld over de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen en welke informatieplichten van toepassing zijn. Evenmin is gemotiveerd gesteld dat daaraan is voldaan.
2.5.
Ook is de overeenkomst of een bevestiging daarvan niet in het geding gebracht en is niet duidelijk gemaakt of eisende partij algemene voorwaarden hanteert. Bij de dagvaarding zijn enkel WhatsApp-gesprekken tussen partijen en aanmaningen overgelegd, zonder nadere toelichting. Dat volstaat niet.
2.6.
De gemachtigde van eisende partij wordt als zogenoemde repeatplayer geacht bekend te zijn met de informatie en stukken die bij dagvaarding moeten worden verstrekt als de gedaagde partij een consument is. Door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie en stukken niet volledig aan te voeren, heeft eisende partij niet voldaan aan haar stelplicht. Sinds 1 oktober 2019 worden geen tussenvonnissen meer gewezen om ontbrekende informatie en stukken op te vragen.
2.7.
Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering.
2.8.
Eisende partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van gedaagde partij worden begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van eisende partij af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025.
991