Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:3438
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,653 tokens
Inleiding
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11191974 \ CV EXPL 24-8135
Vonnis van 14 februari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [woonplaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna [eiseres] B.V. en [gedaagde] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 10 juni 2024, met producties,
de conclusie van antwoord,
het tussenvonnis van 13 september 2024, waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
de mondelinge behandeling van 6 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die in het dossier zitten.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.
Beoordeling
Waar de zaak over gaat
2.1.
[eiseres] B.V. verleende op 17 augustus 2022 een kortlopende lening voor één maand van € 25.000,00 aan [gedaagde] , tegen een vaste rentevergoeding van 10%. [gedaagde] is de voormalig aannemer van [naam] en heeft werkzaamheden verricht in de woning van [naam] en zijn echtgenote. De lening was bedoeld als overbruggingskrediet in het kader van een zakelijke investering van [gedaagde] in een vastgoedproject. [naam] is bestuurder van [eiseres] B.V. [eiseres] B.V. is een consultancybedrijf.
2.2.
Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een vertragingsrente van 1% per maand verschuldigd is, als hij de lening niet op tijd terugbetaalt. Ondanks diverse toezeggingen en afspraken die partijen onderling hebben gemaakt over betalingsregelingen en verrekeningen met werkzaamheden van [gedaagde] heeft [gedaagde] de lening nog niet terugbetaald.
2.3.
[eiseres] B.V. vordert nu betaling van € 24.810,06 inclusief contractuele rente tot en met 5 juni 2024. [eiseres] B.V. vordert ook contractuele rente van 1% per maand vanaf de datum van de dagvaarding (10 juni 2024) over € 21.920,20. [eiseres] B.V. heeft haar vordering gemaximeerd tot € 25.000,00.
2.4.
[gedaagde] betwist het bedrag van € 24.810,06 niet. Hij erkent het bedrag te moeten terugbetalen, maar beroept zich op een afspraak met (de echtgenote van) [naam] dat de oorspronkelijke geldleningsovereenkomst verlengd is, waarbij geen afspraken zijn gemaakt over de looptijd. [eiseres] B.V. heeft het bestaan van deze afspraak betwist.
De vordering van [eiseres] B.V. wordt toegewezen
2.5.
Omdat [gedaagde] zich beroept op een andere afspraak over de lening dan in de leningsovereenkomst staat, moet hij feiten en omstandigheden aandragen en onderbouwen waaruit die andere afspraak blijkt. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] dit onvoldoende heeft gedaan. Op de zitting heeft [gedaagde] verwezen naar Whatsapp-gesprekken waaruit deze afspraak zou blijken. Omdat deze gesprekken niet in de procedure zijn gebracht, heeft de kantonrechter hier geen kennis van kunnen nemen. Uit de e-mailberichten die in het dossier zitten, is de volgens [gedaagde] gemaakte afspraak niet af te leiden. Deze e-mailberichten wijzen er juist op dat [naam] en zijn vrouw aandrongen op afbetaling van de lening en dat [gedaagde] zich er ook van bewust was dat hij het geduld van [naam] op de proef stelde.
2.6.
De conclusie is dat de kantonrechter niet kan vast stellen dat partijen de leningsovereenkomst hebben verlengd, laat staan voor onbepaalde tijd. De lening moet daarom worden terugbetaald, zoals in de leningsovereenkomst afgesproken. Dit betekent dat de vordering van [eiseres] B.V. van € 24.810,06 toewijsbaar is. In verband met het maximeren van de vordering wordt een lager bedrag toegewezen, zie hierna onder 2.10.
Rente
2.7.
[eiseres] B.V. vordert verder contractuele rente van 1% per maand vanaf de datum van de dagvaarding (10 juni 2024) over een bedrag van € 21.920,20. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de 1% rente per maand op grond van de leningsovereenkomst. De kantonrechter wijst die rente daarom toe, maar over een ander bedrag. Het bedrag van € 21.920,20 bestaat uit de hoofdsom plus de daarover verschuldigde rente tot en met april 2023. Als de rente over dat bedrag wordt berekend, zou [gedaagde] dus rente over rente moeten betalen. Dat partijen dit hebben afgesproken heeft niemand aangevoerd en blijkt ook nergens uit. Op basis van de berekening van [eiseres] B.V., die [gedaagde] niet heeft betwist, stelt de kantonrechter de openstaande hoofdsom exclusief rente vast op € 20.945,31. Over dat bedrag moet [gedaagde] de contractuele rente van 1% per maand betalen vanaf de datum van de dagvaarding.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
[eiseres] B.V. vordert een bedrag van € 971,57 aan buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is het niet eens met dit bedrag en vindt het bedrag te hoog.
2.9.
De kantonrechter vindt dat [eiseres] B.V. voldoende heeft onderbouwd dat zij de vordering (zelf en door de deurwaarder) heeft geprobeerd te innen, voordat de gerechtelijke procedure is gestart. Daarom kan [eiseres] B.V. aanspraak maken op buitengerechtelijke incassokosten. Daarvoor gelden vaste tarieven die samenhangen met de toegewezen hoofdsom zonder rente. In dit geval is het gevorderde bedrag lager dan het tarief dat bij de hoofdsom hoort. Daarom wordt het bedrag van € 971,57 zoals gevorderd toegewezen.
Gemaximeerde vordering
2.10.
[eiseres] B.V. heeft haar vordering gemaximeerd, zodat zij onder de wettelijke kantonrechtersgrens van € 25.000 blijft; anders zou de kantonrechter zich onbevoegd moeten verklaren. Omdat buitengerechtelijke incassokosten en de rente tot aan de dagvaarding meetellen voor die grens, wijst de kantonrechter de vordering als volgt toe:
- hoofdsom
€
24.028,43
- buitengerechtelijke incassokosten
€
971,57
Totaal
€
25.000,00
Proceskosten
2.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] B.V. betalen. Die proceskosten van worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
(1 punt × tarief: € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.200,54
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.12.
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt in gesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] B.V. te betalen een bedrag van
€ 24.028,43, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over € 20.945,31 met ingang van 10 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] B.V. te betalen een bedrag van € 971,57 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] B.V. van € 2.200,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.D. Tameris, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.
Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.