Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:3273
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,057 tokens
Inleiding
rolbeslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11460626 CV EXPL 24-16271
rolbeslissing van: 14 maart 2025
rolbeslissing in de zaak van
1 [eiser]
wonende te Amsterdam
EN DE 372 ANDERE EISERS zoals vermeld op pagina’s 1 tot en met 9 van het op 16 december 2024 betekende exploot, waar 373 eisers met naam en woonplaats staan opgesomd
eisende partijen
hierna te noemen: eisers
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
Change= Vastgoed Beheer B.V.
gevestigd te Almere
gedaagde partij
nader te noemen: Change=
gemachtigde: mr. H.M. Giezen
Procesverloop
1.1.
Eisers hebben bij dagvaarding van 16 december 2024 een vordering ingesteld tegen Change=. Op de eerste rolzitting is Change= niet verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend en vonnis is bepaald.
1.2.
Met de e-mail van 7 maart 2025 heeft Change= uitstel gevraagd om nog te reageren op de dagvaarding. Daarmee is Change= alsnog in de procedure verschenen en is het verstek gezuiverd.
Verder verloop van de procedure
1.3.
De rechter kan een aanhangig gemaakt geding (ambtshalve) splitsen op grond dat tussen de vorderingen van eisers geen zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling wettigen (zie HR 27 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6384).
1.4.
In dit geding vorderen eisers onder meer voor recht te verklaren dat de bedingen, die eisers bij het aangaan van de huurovereenkomst met de verhuurders verplichtten om een aparte dienstenovereenkomst aan te gaan met Change= waarvoor eisers maandelijks kosten verschuldigd waren en om aan Change= ‘verhuurkosten’ te betalen, op grond van artikel 7:264 van het Burgerlijk Wetboek onredelijk zijn en deze bedingen nietig te verklaren. Zij vorderen verder Change= te veroordelen tot terugbetaling van alle bedragen die eisers uit hoofde van de dienstenovereenkomst en de eenmalige ‘verhuurkosten’ bij het aangaan van de huurovereenkomsten aan Change= hebben voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
1.5.
De gevorderde verklaringen voor recht van eisers zijn weliswaar gelijkluidend, maar aangezien iedere eiser een eigen overeenkomst met Change= stelt te hebben (gehad) en iedere overeenkomst op haar eigen merites moet worden beoordeeld, bestaat onvoldoende samenhang om vanwege redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling te wettigen. Verder volgt uit de dagvaarding onder meer dat de huurovereenkomsten nagenoeg gelijk zijn, maar dat de aanvangshuurprijzen steeds verschillen. Voor iedere individuele vordering is een eigen van elkaar afwijkende berekening gemaakt en deze zullen daarom afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
1.6.
De kantonrechter is gelet op het voorgaande voornemens om het geding te splitsen in individuele zaken per eiser, in die zin dat per eiser een procesdossier wordt aangemaakt. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen om zich over dat voornemen uit te laten.
1.7.
In het geval het geding wordt gesplitst, krijgen alle afzonderlijke zaken een eigen zaaknummer en kenmerk. De kantonrechter wijst eisers erop dat dat betekent dat zij per procesdossier griffierecht zijn verschuldigd. Vervolgens worden de (afzonderlijke) zaken verwezen naar de rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord.
1.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
bepaalt dat de zaak wordt verwezen naar de rolzitting van dinsdag 15 april 2025 voor gelijktijdige uitlating door partijen over hetgeen hiervoor onder 1.5 en 1.6 is overwogen.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.